Getypte notulen of verslag met uitgebreide handgeschreven correcties en kanttekeningen.
Origineel
Getypte notulen of verslag met uitgebreide handgeschreven correcties en kanttekeningen. (De tekst tussen vierkante haken [...] duidt op handgeschreven toevoegingen of doorhalingen.)
[1100 straten in] [12]
~~het publiek.~~ [in het centrum] Plus minus de helft van de voorraden in ~~Rotterdam/~~ zijn vernield. Dus slechts de winkels in de nieuwe buurten hebben eenige voorraad kunnen maken. Daar staat tegenover, dat zoowel winkeliers als [het koopend publiek te Amsterdam] zich volledig hebben gedekt; Spreker zegt, dat de handel spreekt over een belachelijke aankoop van de steden Rotterdam en Den Haag aan vatgroenten. Deze voorraad ~~moeten~~ [kunnen] zij [niet] ~~zeker~~ dezen winter opruimen.
De Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening onderschrijft het standpunt van den heer Dijkstra voor wat Rotterdam betreft; doch dit gaat niet op ten aanzien van Den Haag en andere steden in ~~den lande, de verre dezen~~ [het] land, die eveneens enorme aankoopen doen.
De heer Kramer zet uiteen, dat vanaf Januari tot en met April gerekend kan worden naar ruwe schatting op een consumptie van 4000 vaten zuurkool en 6000 vaten andere vatgroenten, dat is dus in totaal 10.000 vaten. Daarvan is thans zeker bij de winkeliers aanwezig: 7500 vaten vatgroenten. Het is spreker bekend, dat 6000 zakken zout aan de winkeliers zijn geleverd voor het [in]maken van vatgroenten. Hiervan kan men [met groente] 7500 vaten [in]maken. Dit betreft dus de vatgroenten, die de winkeliers zelf hebben ingemaakt. Men moet dit aantal dus als ~~een minimum~~ beschouwen, want daarnaast hebben de winkeliers nog gekocht (Lindeman en Looyen tezamen reeds 4500 vaten). ~~De handel acht het onaanemelijk, dat de winkeliers deze voorraad vatgroenten zal verkoopen aan andere steden.~~ [voorraadhuis]
De volgende opstelling wordt daarna gemaakt van de geschatte voorraad [Einde zuurkool] vatgroenten in Amsterdam: geschat 800 winkeliers tegen gemiddeld 8 vaten = [6400] ~~6500~~ vaten. Aan zuurkool wordt de voorraad bij de winkeliers geschat op 1000 vaten; [tezamen dus] 7500 vaten. Er is reeds voor de Gemeente gereserveerd: 1100 vaten. In totaal 8600 vaten. Hieruit kan worden geconcludeerd, dat nog 1400 vaten moeten worden gereserveerd, om te komen tot het totaal aantal van 10.000 vaten, hetgeen voor de consumptie van Amsterdam voor het winterseizoen benoodigd is.
De heer Wijnschenk wijst erop, dat daarbij dan nog zeer waarschijnlijk komen de 4000 vaten zuurkool, welke regelmatig in het winterseizoen na 1 Januari voor den groothandel wordt afgenomen. Het is spreker bekend, dat 85% van deze zuurkool reeds bij de fabrieken aanwezig is. De [positie] ~~voorziening~~ is, wat dat betreft, dus zeker [gunstig] ~~niet ongunstig~~. Daar staat echter tegenover, dat er natuurlijk beslag kan worden gelegd door de bezettende macht.
Vervolgens wordt gesproken over het systeem om de 1000 vaten die reeds aanwezig zijn op te voeren tot 2500 vaten groente. De handel stelt hierbij voor 1400 vaten voor rekening van de Gemeente aan te koopen.
Marginale aantekeningen (linkerzijde):
1. Dhr. zegt dat men moet trachten te komen tot een taxatie van wat er is en wat er voor consumptie nodig is om aan de hand van het resultaat te bepalen wat er eventueel nog moet worden gedaan.
2. Aan de hand van de cijfers van de heer Wijnschenk valt af te leiden dat er bij de winkeliers een voorraad zou zijn van globaal 8000 vaten. Hoe kan men komen tot een benadering van het verbruik?
3. Vraagt dhr. Kramer hetgeen er voor de Gemeente is opgeslagen te leggen de groenten nog in voorraad hebben?
--- * Voedseldistributie en Schaarste: Het document geeft een inkijkje in de complexe logistiek van de voedselvoorziening in oorlogstijd. Er wordt nauwkeurig gerekend met "vaten" (waarschijnlijk houten tonnen) groenten om de Amsterdamse bevolking de winter door te helpen.
* Oorlogsschade: De opmerking over vernielde voorraden in "het centrum" (vermoedelijk Rotterdam na het bombardement van mei 1940) verklaart de schaarste en de noodzaak voor Amsterdam om eigen voorraden veilig te stellen.
* Bezettingscontext: De expliciete vermelding van de "bezettende macht" die beslag kan leggen op de voorraden, typeert de constante dreiging waaronder de Nederlandse ambtenarij en handel moesten opereren.
* Statistische discussie: De handgeschreven correctie van "6500" naar "6400" (800 x 8) getuigt van een kritische controle van de cijfers tijdens de vergadering.
--- Dit verslag is afkomstig uit de archieven van de Amsterdamse voedselvoorziening tijdens de Duitse bezetting. De Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening speelde een cruciale rol in de distributie van schaarse goederen. De genoemde firma's Lindeman en Looyen waren bekende namen in de levensmiddelenhandel. De discussie draait om het overbruggen van de periode januari-april, de maanden waarin verse groenten schaars waren en men afhankelijk was van ingekuilde of ingemaakte voorraden (vatgroenten). De angst dat steden als Rotterdam en Den Haag te veel zouden opkopen ten koste van Amsterdam, weerspiegelt de onderlinge concurrentie tussen gemeenten in een tijd van tekorten. De heer Dijkstra de heer Kramer de heer Wijnschenk Lindeman en Looyen.