Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 173
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum.

Vermoedelijk januari of februari 1940 (gebaseerd op de referentie naar "Jan 1940").

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum. Vermoedelijk januari of februari 1940 (gebaseerd op de referentie naar "Jan 1940"). Opslag R'dam - Den Haag.

R'dam veel minder: aanleiding
meer te doen?

Kans dat voor export groote
quantiteiten noodig zijn.
Idee dat door opslag sommige
gemeentes anders te kort
zullen komen.

Opslag stapelgroentes
In Jan 1940 werden aangevoerd
gemiddeld per 14 dagen

32 wagens kool 32
19 " wortelen } 46
16 " uien }
11 " koolrapen --
78 wagens

Indien gemeente moet rekenen
dat door bovenvermelde redenen zoo
veel opgeslagen wordt dat niet
meer te krijgen zal zijn dan
moet zij de volledige behoefte
dekken over veel langere periode
dan 14 dagen gelijk. * Logistieke vergelijking: De schrijver merkt op dat Rotterdam ("R'dam") aanzienlijk minder opslag heeft dan Den Haag en stelt de vraag of hier actie op ondernomen moet worden.
* Risico-inventarisatie: Er wordt gewezen op twee risico's voor de lokale voedselzekerheid:
1. Grote hoeveelheden groenten die nodig zijn voor de export.
2. Intergemeentelijke concurrentie waarbij opslag door de ene gemeente leidt tot tekorten bij de andere.
* Kwantitatieve gegevens: De notitie bevat een overzicht van de aanvoer van "stapelgroentes" in januari 1940 per 14 dagen: kool (32 wagens), wortelen, uien en koolrapen (samen 46 wagens), wat een totaal van 78 wagens per twee weken oplevert.
* Beleidsadvies: De conclusie is strategisch van aard. Als de markttoegang beperkt dreigt te worden door grootschalige opslag of export, moet de gemeente haar inkoopstrategie aanpassen en voorraden aanleggen voor een veel langere periode dan de gebruikelijke 14 dagen. Dit document is geschreven in januari 1940, tijdens de periode van de "Schemeroorlog" (Phoney War). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en niet direct bij de Tweede Wereldoorlog betrokken was, heerste er grote onzekerheid over de voedselvoorziening.

De Nederlandse overheid en gemeenten waren druk bezig met het voorbereiden van distributiesystemen en het veiligstellen van voorraden van essentiële goederen, waaronder "stapelgroenten" (groenten die lang bewaard kunnen blijven). De spanning tussen commerciële belangen (export van landbouwproducten) en nationale voedselzekerheid was in deze maanden een cruciaal beleidspunt. Slechts enkele maanden later, in mei 1940, zou Nederland bezet worden en zou deze bezorgdheid over voedselvoorraden bittere realiteit worden.

Samenvatting

  • Logistieke vergelijking: De schrijver merkt op dat Rotterdam ("R'dam") aanzienlijk minder opslag heeft dan Den Haag en stelt de vraag of hier actie op ondernomen moet worden.
  • Risico-inventarisatie: Er wordt gewezen op twee risico's voor de lokale voedselzekerheid:
    1. Grote hoeveelheden groenten die nodig zijn voor de export.
    2. Intergemeentelijke concurrentie waarbij opslag door de ene gemeente leidt tot tekorten bij de andere.
  • Kwantitatieve gegevens: De notitie bevat een overzicht van de aanvoer van "stapelgroentes" in januari 1940 per 14 dagen: kool (32 wagens), wortelen, uien en koolrapen (samen 46 wagens), wat een totaal van 78 wagens per twee weken oplevert.
  • Beleidsadvies: De conclusie is strategisch van aard. Als de markttoegang beperkt dreigt te worden door grootschalige opslag of export, moet de gemeente haar inkoopstrategie aanpassen en voorraden aanleggen voor een veel langere periode dan de gebruikelijke 14 dagen.

Historische Context

Dit document is geschreven in januari 1940, tijdens de periode van de "Schemeroorlog" (Phoney War). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en niet direct bij de Tweede Wereldoorlog betrokken was, heerste er grote onzekerheid over de voedselvoorziening.

De Nederlandse overheid en gemeenten waren druk bezig met het voorbereiden van distributiesystemen en het veiligstellen van voorraden van essentiële goederen, waaronder "stapelgroenten" (groenten die lang bewaard kunnen blijven). De spanning tussen commerciële belangen (export van landbouwproducten) en nationale voedselzekerheid was in deze maanden een cruciaal beleidspunt. Slechts enkele maanden later, in mei 1940, zou Nederland bezet worden en zou deze bezorgdheid over voedselvoorraden bittere realiteit worden.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →