Besprekingsverslag / Notities.
Origineel
Besprekingsverslag / Notities. 9 november 1940. N o t i t i e s inzake een bespreking met vertegenwoordigers van den groentenhandel en den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening op 9 November 1940.
A a n w e z i g: van het Marktwezen: De Directeur, Dr.A.van der Laan; de heer Sixma; de Secretaris, Mr.A.van Praag; de Bedrijfschef, de heer Broerse; van den Centralen Dienst: de Directeur, ~~Smit~~ [onleesbare doorhaling] en den heer Franken, ambtenaar bij die ~~dienst~~ dienst. Van den handel: de heeren /Wijn- ~~Schenk~~ schenk Sr., Schenk Jr., Van Bladeren, Dijkstra, ~~Bood~~, Kramer en Draaisma.
De handel deelt mede, dat in verband met hetgeen is besproken in de vergadering van 6 November jl. de belanghebbenden in den handel van vatgroenten en stapelgroenten onderling overleg hebben gepleegd over een te vormen wintervoorraad van deze artikelen, welke voldoende zou zijn om de Amsterdamsche bevolking gedurende een vorstperiode voor ruim een maand met dezer artikelen te voorzien. Voor vatgroente zou dit moeten zijn 400 vaten ~~zijn~~ snijboonen, 400 vaten spercieboonen en 400 vaten andijvie; deze vaten zouden bewaard kunnen worden op een door de Gemeente aan te wijzen opslagplaats; bovendien zouden 1000 vaten zuurkool moeten worden opgeslagen op een centraal punt, echter niet in de open lucht. Voor wat de stapelgroente betreft zal men willen reserveeren 500.000 kg. koolrapen, welke zouden moeten worden bewaard in kleinere hoeveelheden in schepen; hiervoor zouden 7 à 8 schepen noodig zijn, die dan van half December tot einde Januari op de Centrale Markt een plaats zouden kunnen innemen. Voor wortelen zou voor een maand benoodigd zijn ongeveer 120.000 kg. en voor uien 200.000 kg., welke artikelen het beste bewaard kunnen worden in pakhuizen. De handel acht het niet gewenscht om van roode en geele kool te Amsterdam een voorraad aan te leggen; daar hiervoor in ~~bedeelde~~ stad geen geschikte bewaarplaatsen voorhanden zijn en bovendien geen arbeidskrachten die voldoende vakkennis hebben om de kool vakkundig te behandelen. Deze artikelen worden, zooals in de vorige bespreking reeds gezegd, het beste bij de boeren bewaard. Indien de Gemeente ~~kerk~~ zou kunnen zorgen, dat er benzine beschikbaar wordt gesteld voor enkele vrachtauto's, die eventueel in de vorstperiode de kool bij de boeren zou kunnen weghalen, dan acht de handel dit de meest geschikte oplossing.
De Directeur van het Marktwezen wijst erop, dat volgens de aanvoerstatistieken der Centrale Markt in een wintermaand ± 250.000 kg. koolrapen, 420.000 kg. wortelen en 200.000 kg. uien ter Centrale Markt zijn aangevoerd in het jaar 1940. Deze cijfers wijken dus vrij belangrijk af van de cijfers, welke door den handel zijn genoemd. Er moet echter rekening mede worden gehouden, dat het artikel koolrapen beter bewaard kan worden, dan wortelen en uien, zoodat het dus begrijpelijk is, dat men van koolrapen meer zou opslaan dan van wortelen en uien. Voornoemde Directeur wijst erop, dat met een reserve voor ± 14 dagen kan worden volstaan, te meer daar moeten worden aangenomen, dat de grossiers zelf ook een vrij belangrijke voorraad in pakhuizen aanwezig zullen hebben. Op grond van het vorenstaande meent ~~ik~~ dan ook, dat volstaan kan worden met het vormen van een reserve van 250.000 kg. koolrapen, 150.000 kg. wortelen en 100.000 kg. uien, waarbij de voorraad uien zoo klein mogelijk is gehouden, omdat dit artikel het meest aan bederf onderhevig is. Een voorraad vatgroente (snijboonen, spercieboonen en andijvie) van 6 à 700 vaten wordt voldoende geacht als reserve voor 14 dagen, waarbij dan nog 500 vaten zuurkool zouden moeten komen. Er moet namelijk ook rekening mede worden gehouden, dat de voorraden bij het publiek aan eigen inmaak ongetwijfeld zeer groot zijn.
~~Bewaarplaats van den reservevoorraad.~~
Bewaarplaats van reservevoorraad.
De vatgroente, behalve de zuurkool, ~~kunnen~~ worden neergelegd op het terrein der Centrale Markt; hieromtrent zal nader overleg met den handel kunnen worden gepleegd. De zuurkool zal kunnen worden opgeslagen in loods Q der Centrale Markt. De koolrapen moeten worden opgeslagen in schepen, welke aan de Centrale Markt in de havens zullen worden gemeerd. Getracht zal worden voor de wortelen en uien een bewaarplaats te vinden op de Centrale Markt, bijvoorbeeld in Q of in het koelhuis, doch indien hiervoor geen ruimte op de markt beschikbaar is, ~~hiervoor~~ een pakhuis in de stad ~~te huren~~. De mogelijkheid zal worden overwogen of de Nederlandsche Veiling voldoende kisten in voorraad heeft om deze laatstgenoemde artikelen in op te slaan, daar hierdoor de houdbaarheid dezer artikelen wordt bevorderd.
De termijn van opslag zal zijn van ongeveer half December tot 1 Februari. Dit document verslaat een overleg over de voedselvoorziening in Amsterdam aan het begin van de Duitse bezetting. De kern van de discussie is de vorming van een noodvoorraad ("wintervoorraad") om een vorstperiode van een maand te kunnen overbruggen.
Opvallende punten in de tekst:
* Verschil in inzicht: De handel stelt veel hogere voorraden voor (bijv. 500.000 kg koolrapen) dan de Directeur van het Marktwezen noodzakelijk acht (250.000 kg). De directeur baseert zich op statistieken en de aanname dat burgers zelf veel "eigen inmaak" hebben.
* Logistiek en schaarste: Er wordt gesproken over het gebruik van schepen als drijvende opslagplaatsen voor koolrapen. Ook de schaarste aan benzine voor vrachtauto's komt aan de orde, een direct gevolg van de oorlogssituatie.
* Conservering: Men maakt onderscheid tussen "vatgroenten" (geconserveerd in zout of azijn, zoals zuurkool en bonen) en "stapelgroenten" (verse bewaargroenten zoals wortelen en uien). Het overleg vindt plaats in november 1940, enkele maanden na de Nederlandse capitulatie. De bezetter begon direct met het reguleren van de voedselketen om tekorten te beheersen (en deels om goederen naar Duitsland te kunnen transporteren).
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was het logistieke hart van de voedseldistributie voor de stad. In de winter van 1940-1941 was er nog geen sprake van de extreme honger zoals in 1944, maar de overheid en het Marktwezen moesten wel anticiperen op logistieke problemen door vorst, aangezien veel transport destijds via waterwegen verliep. Als de kanalen bevroren, stokte de aanvoer, vandaar de noodzaak voor deze strategische reserves in "Loods Q" en in schepen die reeds in de haven van de markt lagen. Marktwezen