Getypt verslag/notulen (uitsnede van een groter document).
Origineel
Getypt verslag/notulen (uitsnede van een groter document). Vermoedelijk begin november 1940 (gezien de deadline van 11 november in de tekst). Februari, welke termijn, in verband met de weersomstandigheden eventueel moet worden verlengd tot 15 Februari. Vastgesteld wordt, dat deze voorraad zooveel mogelijk moet rouleeren, dat wil zeggen, dat bij eventueele nieuwe aanvoer de oudste partijen der reserve moeten worden verkocht.
Financieele gedeelte.
De Directeur van het Marktwezen deelt mede, dat het de bedoeling is, dat het terrein der Centrale Markt met de pakhuisruimten en de ruimte in het koelhuis gratis ter beschikking wordt gesteld voor het vormen der reserve. Er zal bovendien geen kadegeld van de schepen moeten worden geheven. De handel wijst erop, dat de schippers, die gedurende een zestal weken aan de Centrale Markt zullen moeten liggen, aanspraak zullen doen gelden op een daggeld, hetgeen ongeveer f 6,- per dag zal bedragen. Gerekend moet worden op een viertal schepen, om de 250.000 kg. rapen ~~te~~ te bewaren. Bovendien moet rekening worden gehouden met een gewichtsverlies van ongeveer 10%, terwijl met eenige administratiekosten rekening zal moeten worden gehouden. De handel wijst erop, dat de betrokken grossiers voornemens zijn een combinatie te stichten, die zich voor het vormen der reserve garant stelt, en die het contract ~~met~~ dus met de Gemeente zal afsluiten. Hierbij moet dan rekening worden gehouden met de concurrentie van grossiers, welke niet in de combinatie zijn opgenomen. Men wijst erop, dat de combinatie de kans loopt, dat zij op het moment, dat zij moet beginnen de reserve op te ruimen, de concurrenten met versche aanvoer op de markt zullen komen van dezelfde artikelen, zoodat de combinatie dan met de voorraad kan blijven zitten. In dit verband wijst men speciaal op het gevaar, dat de aardappelgrossiers in de aardappelhoek koolrapen en uien en wortelen zullen gaan verkoopen, hetgeen het risico voor de combinatie belangrijk zal verhoogen.
De Directeur van het Marktwezen ~~wijst erop~~ kan een en ander wel onderschrijven, doch wijst erop, dat de Gemeente opdracht heeft om voor het vormen van een reserve te zorgen. Zij kan dit zelf doen, doch dit zou niet in het belang van den handel zijn. De Gemeente zal dan ook prefereeren, om de handel ten deze in te schakelen. Spreker acht het gewenscht, dat de combinatie de geheele zaak voor haar eigen risico drijft, waarbij het wellicht mogelijk zal zijn, dat de Gemeente eenige duizenden guldens aan de combinatie vergoedt, ter betaling van het liggeld aan de schippers en gewichtsverlies etc.
Spreker noemt een bedrag tusschen de f 1.500,- en f 2.000,-. Overigens deelt spreker mede, dat de Gemeente wel bereid zal zijn ter financiering van de aankopen een renteloos voorschot te verstrekken. Besloten wordt, dat de handel op 11 November 1940 een omlijnd voorstel zal indienen, waarbij zij de geheele zaak voor eigen rekening zal drijven, in welk voorstel zal worden opgenomen een totaal bedrag ter vergoeding der kosten. * Kernproblematiek: De vorming van een noodreserve aan groenten (rapen) brengt financiële risico's met zich mee voor de handelaren (grossiers). Men is bang voor concurrentie van handelaren die niet meedoen aan de reservevorming en later "versche aanvoer" tegen lagere prijzen aanbieden.
* Logistiek: Er wordt gesproken over het gebruik van de Centrale Markt, koelhuisruimte en schepen als tijdelijke opslag (250 ton rapen). Er wordt rekening gehouden met 10% productverlies (bederf/uitdroging).
* Overheidsrol: De gemeente Amsterdam (waarschijnlijk) faciliteert de opslag en biedt renteloze voorschotten aan, maar wil dat de handel het operationele risico draagt.
* Correcties: Er zijn zichtbare doorhalingen in de getypte tekst (bijv. "wijst erop" vervangen door "kan een en ander wel onderschrijven"), wat wijst op een conceptverslag dat tijdens of na de vergadering is bijgesteld. Dit document stamt uit november 1940, het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strikt gereguleerd door de overheid (Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) om schaarste te voorkomen. Het vormen van reserves van houdbare groenten zoals koolrapen en uien was een essentieel onderdeel van het beleid om de wintermaanden door te komen. Het overleg toont de spanningsvelden tussen de gemeentelijke overheid (die moet zorgen voor voedselzekerheid) en de private handel (die vreest voor verlies door marktwerking en bederf).