Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 233
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/memorandum.

3 februari 1941. Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd binnen de gemeentelijke administratie). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (vermoedelijk Amsterdam of een andere grote Nederlandse gemeente).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/memorandum. 3 februari 1941. Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd binnen de gemeentelijke administratie). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (vermoedelijk Amsterdam of een andere grote Nederlandse gemeente). 20/4/1 M                                                                                            S/G.

                                                    Extra

                                                                               3 Februari 1941.

Aanvoer van kool.

                                                        den Heer Wethouder
                                                            voor de Levensmiddelen,
                                                            A l h i e r .

                  In aansluiting op myn telefonische mededeeling van een dezer dagen en onder verwyzing naar het slot van myn brief van 24 December jl. No.20/1/12 M heb ik de eer U het volgende mede te deelen.

                  Op 2 Januari jl. deelde de Directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale my in een telefonisch onderhoud mede, dat zyn college meande, nog niet tot de dezerzyds op 23 December jl. geopperde vordering van kool by de boeren te moeten overgaan, omdat de laatste dagen de aanvoer aan de veilingen reeds verbeterde.

                  Hoewel inmiddels ook, in afwyking van het aanvankelyk door genoemden directeur ingenomen standpunt, de maximum koolpryzen op de veiling waren verhoogd (roode kool van f 4,50 tot f 5,- per 100 kg), bleek dit op den veilingaanvoer weinig invloed te hebben. Ik heb daarom van 7 - 11 Januari jl. dagelyks contact met de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale gehouden. Op 9 Januari ontving ik de mededeeling, dat een regeling tot stand zou komen, welke, naar aangenomen werd, uiterlyk 20 Januari volledig tot uitvoering zou komen; deze regeling, welke zoowel met de belangen van de binnenlandsche voorziening als van den export zou rekening houden, zou den regelmatigen aanvoer van kool op de veilingen verzekeren. Intusschen heeft de vorst remmend gewerkt op den aanvoer naar de veilingen (Avenhorn, Noord-Scharwoude, Broek op Langendyk). Op 27 Januari jl. is bovenbedoelde regeling echter in werking getreden. Deze omvat, naar de directeur van bovengenoemde Centrale my op laatstgenoemden datum telefonisch mededeelde:

                  Te beginnen 27 Januari 1941 moet elke week 8% van den voorraad kroten en 8% van den voorraad kool door de boeren naar de veilingen worden aangevoerd; hierdoor worden de aanvoeren regelmatig over een tydsverloop van 3 maanden verdeeld, dus tot ongeveer eind April a.s.

                  De aanvoer is gedeeltelyk voor export bestemd en voor het overige voor het binnenland. Dit document betreft de regulering van de groentevoorziening (met name kool en kroten) in het bezette Nederland begin 1941. De kernpunten zijn:

  1. Prijsregulering vs. Aanbod: Ondanks een verhoging van de maximum prijzen voor rode kool, steeg de aanvoer op de veilingen niet voldoende. Dit wijst op mogelijke achterhouding door boeren of logistieke problemen.
  2. Gedwongen Aanvoer: De overheid (via de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale) voert een quotumregeling in: boeren worden verplicht wekelijks 8% van hun voorraad te leveren. Dit is een vorm van distributie-beheersing om de aanvoer over een langere periode (tot april) te spreiden.
  3. Externe Factoren: De strenge vorst wordt expliciet genoemd als een belemmerende factor voor het transport vanuit belangrijke teeltgebieden zoals de Langedijk (Noord-Holland).
  4. Bestemming: Het document bevestigt de pijnlijke realiteit van de bezetting: een deel van de productie is expliciet bestemd voor export (naar Duitsland), terwijl de rest voor de binnenlandse markt ("het binnenland") overblijft. In februari 1941 was de voedselsituatie in Nederland al precair. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" (NGF) was een orgaan dat door de bezetter en de Nederlandse administratie werd ingezet om de markt te controleren.

De brief is geschreven kort voor of tijdens de roerige periode van de Februaristaking. Voedselschaarste en de afvoer van goederen naar Duitsland droegen in grote mate bij aan de algemene onvrede onder de Nederlandse bevolking. De genoemde locaties (Avenhorn, Noord-Scharwoude, Broek op Langedijk) vormen het hart van de Noord-Hollandse koolteelt, die cruciaal was voor de wintervoedselvoorziening. De bureaucratische toon maskeert de achterliggende strijd om basisbehoeften tussen de bevolking, de boeren en de bezettingsmacht.

Samenvatting

Dit document betreft de regulering van de groentevoorziening (met name kool en kroten) in het bezette Nederland begin 1941. De kernpunten zijn:

  1. Prijsregulering vs. Aanbod: Ondanks een verhoging van de maximum prijzen voor rode kool, steeg de aanvoer op de veilingen niet voldoende. Dit wijst op mogelijke achterhouding door boeren of logistieke problemen.
  2. Gedwongen Aanvoer: De overheid (via de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale) voert een quotumregeling in: boeren worden verplicht wekelijks 8% van hun voorraad te leveren. Dit is een vorm van distributie-beheersing om de aanvoer over een langere periode (tot april) te spreiden.
  3. Externe Factoren: De strenge vorst wordt expliciet genoemd als een belemmerende factor voor het transport vanuit belangrijke teeltgebieden zoals de Langedijk (Noord-Holland).
  4. Bestemming: Het document bevestigt de pijnlijke realiteit van de bezetting: een deel van de productie is expliciet bestemd voor export (naar Duitsland), terwijl de rest voor de binnenlandse markt ("het binnenland") overblijft.

Historische Context

In februari 1941 was de voedselsituatie in Nederland al precair. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" (NGF) was een orgaan dat door de bezetter en de Nederlandse administratie werd ingezet om de markt te controleren.

De brief is geschreven kort voor of tijdens de roerige periode van de Februaristaking. Voedselschaarste en de afvoer van goederen naar Duitsland droegen in grote mate bij aan de algemene onvrede onder de Nederlandse bevolking. De genoemde locaties (Avenhorn, Noord-Scharwoude, Broek op Langedijk) vormen het hart van de Noord-Hollandse koolteelt, die cruciaal was voor de wintervoedselvoorziening. De bureaucratische toon maskeert de achterliggende strijd om basisbehoeften tussen de bevolking, de boeren en de bezettingsmacht.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →