Handgeschreven kladversie (concept) van een ambtelijke brief of rapport.
Origineel
Handgeschreven kladversie (concept) van een ambtelijke brief of rapport. (In de linkermarge:)
Koolaanvoer naar de C. M.
(In de rechterbovenhoek:)
in concept
Typen
W. h. M.
(Hoofdtekst:)
In aansluiting op mijn telef. mededeeling van dezer dags en verwijzing naar uw brief van 24 Dec no. 2091/12 M heb ik de eer u 't volgende mede te deelen.
Op 27 jl. deelde de G.K. mede, dat het college van de Gemeente nog niet tot de gevraagde vorderingen van kool bij de boeren te moeten overgaan, omdat de laatste dagen de aanvoer aan de veilingen zeer verbeterde.
Hoewel inmiddels ook de koolprijzen op de veiling waren verhoogd (rode kool van f 4.50 tot f 5.-). Dit bleek geen invloed te hebben; deze bleven zeer gering tot heden.
(De onderste regels van het document zijn door de auteur grotendeels doorgehaald en onleesbaar gemaakt voor de definitieve versie.) Dit document is een werkconcept voor een officiële mededeling betreffende de voedselvoorziening. De tekst is doorspekt met correcties en doorhalingen, wat kenmerkend is voor een ambtelijk schrijfproces waarbij de juiste nuances gezocht worden.
De hoofdboodschap is dat de gevraagde vordering (het gedwongen opeisen) van kool bij boeren vooralsnog is uitgesteld door de gemeente. De reden hiervoor was een tijdelijke verbetering van de aanvoer op de veilingen. Echter, de schrijver plaatst hier een kanttekening bij: ondanks stijgende prijzen (van 4,50 naar 5 gulden voor rode kool) bleef de totale aanvoer aan de magere kant ("zeer gering").
De afkorting "C.M." verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markt of een Centraal Magazijn, terwijl "G.K." mogelijk staat voor een Gemeentelijke Koolcommissie of een vergelijkbaar distributieorgaan. Het taalgebruik ("heb ik de eer", "dezer dags") en de referentie naar "vorderingen" plaatsen dit document in een context van gereguleerde economie en schaarste, hoogstwaarschijnlijk tijdens of kort na de Tweede Wereldoorlog. In die periode was de aanvoer van primaire levensmiddelen zoals kool strikt aan banden gelegd om woekerprijzen en zwarte handel tegen te gaan. De overheid had de macht om voorraden bij producenten (boeren) te vorderen als de publieke voedselvoorziening in het gedrang kwam. Dit document legt de aarzeling vast tussen marktwerking (veilingaanvoer) en overheidsingrijpen (vordering).