Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 237
Dossier 37
Jaar 1941
Stadsarchief

Typscript (concept-brief) met handgeschreven correcties en kanttekeningen.

Omstreeks eind januari / begin februari 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van een rijksinstelling voor voedselvoorziening).

Origineel

Typscript (concept-brief) met handgeschreven correcties en kanttekeningen. Omstreeks eind januari / begin februari 1941. De Directeur (vermoedelijk van een rijksinstelling voor voedselvoorziening). [Linkerbovenhoek, handgeschreven:]
CONCEPT.
Onderwerp:
Aanvoer van kool.

[Midden boven, stempel/kenmerk:]
2C/4/1 M
3/2 - '41
W.L.M.

[Linkermarge, handgeschreven aantekeningen:]
H 2 Januari [doorgehaald]
d m v - in telefonisch onderhoud
L op 23 Dec jl
TD
I, in afwijking van het aanvankelijk door genoemden Directeur ingenomen standpunt,

/ welke zoowel met de belangen van de binnenlandsche voorziening als voor de export rekening houdt.

[Hoofdtekst:]

In aansluiting op mijn telefonische mededeeling ^van^ een dezer dagen en onder verwijzing naar het slot van mijn brief van 24 December jl. No. 2C/1/12 M. heb ik de eer U het volgende mede te deelen.

Op ~~27 Januari~~ jl. deelde de Directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale mede, dat zijn college meende, nog niet tot de dezerzijds geopperde vordering van kool bij de boeren te moeten overgaan, omdat de laatste dagen de aanvoer aan de veilingen reeds verbeterde. Hoewel inmiddels ook de maximum koopprijzen op de veiling waren verhoogd (roode kool van $f$ 4,50 tot $f$ 5,- ^per 100 kg^) bleek dit op den veilingaanvoer weinig invloed te hebben.

Ik heb daarom ~~in de dagen van~~ 7 - 11 Januari jl. dagelijks contact met de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale gehouden. Op 9 Januari ontving ik de mededeeling, dat een regeling tot stand zou komen, welke naar aangenomen werd, uiterlijk ~~20~~ Januari volledig tot uitvoering zou komen; deze regeling zou den regelmatigen aanvoer van kool op de veilingen verzekeren.

Intusschen heeft de vorst remmend gewerkt op den aanvoer naar de veilingen (Avenhorn, Noord-Scharwoude, Broek op Langendijk). Op 27 Januari jl. is bovenbedoelde regeling echter in werking getreden. Deze omvat naar de Directeur van bovengenoemde Centrale mij op laatstgenoemden datum telefonisch~~e~~ mededeelde:

Te beginnen 27 Januari 1941 moet elke week 8% van den voorraad kroten en 8% van den voorraad kool door de boeren naar de veilingen worden aangevoerd; hierdoor worden de aanvoeren regelmatig over een tijdsverloop van 3 maanden verdeeld, dus tot ongeveer eind April a.s.
De aanvoer is gedeeltelijk voor export bestemd en voor het overige voor het binnenland.
De maximumveilingprijs is inmiddels successievelijk verhoogd (roode kool $f$ 6,- ^per 100 kg^ vanaf 27 Januari jl.).
Er zijn volgens mededeeling van voornoemden directeur der N.G.C. maatregelen getroffen om de vaart naar de veilingen open te breken en deze open te houden.
Volgens informaties, die ik bij den handel op de Centrale Markt heb ingewonnen, wordt op dit oogenblik via de veilingen voldoende in de vraag naar kool voor het binnenland voorzien; ook ~~overigens kan~~ de ~~afzet~~ ^verdere^ ~~der producten kan~~ ^normaal en^ derhalve ~~overeenkomstig~~ de daarvoor vastgestelde regelen geschieden.

De Directeur, Dit document is een ambtelijk concept betreffende de regulering van de groente-aanvoer (specifiek kool en kroten) in de winter van 1940-1941. De kernpunten zijn:

  1. Van Vrijwilligheid naar Dwang: Aanvankelijk vertrouwde de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (N.G.C.) op marktwerking (prijsverhogingen), maar dit leverde onvoldoende aanvoer op. Vanaf 27 januari 1941 werd een verplichte levering van 8% van de voorraad per week ingesteld.
  2. Logistieke Problemen: De tekst maakt melding van strenge vorst, waardoor de vaart (transport over water) naar belangrijke veilingcentra zoals Noord-Scharwoude gestremd was. Er moesten ijsbrekers of andere maatregelen aan te pas komen om de veilingen bereikbaar te houden.
  3. Prijsontwikkeling: De prijs voor rode kool steeg in korte tijd van $f$ 4,50 naar $f$ 6,00 per 100 kg om de boeren te stimuleren, maar uiteindelijk bleek de dwingende regeling noodzakelijk voor de continuïteit.
  4. Bestemming: De voorraad was bedoeld voor zowel de binnenlandse markt als voor export (wat in deze periode veelal leverantie aan Duitsland betekende). De brief dateert uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strak gereguleerd door de overheid via instanties als de N.G.C. De bezetter had er groot belang bij dat de Nederlandse landbouwproductie op peil bleef, zowel om de eigen bevolking rustig te houden als om goederen naar Duitsland te kunnen exporteren.

De genoemde locaties (Avenhorn, Noord-Scharwoude, Broek op Langedijk) vormden het hart van de "Langedijker" koolteelt, indertijd het belangrijkste koolgebied van Europa. De schaarste en de daaropvolgende distributiemaatregelen in deze brief zijn een voorbode van de steeds strengere rantsoenering die de oorlogsjaren zou kenmerken. De handgeschreven correcties tonen aan dat er kritisch werd gekeken naar de formulering van de verhouding tussen exportbelangen en binnenlandse voorziening.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk concept betreffende de regulering van de groente-aanvoer (specifiek kool en kroten) in de winter van 1940-1941. De kernpunten zijn:

  1. Van Vrijwilligheid naar Dwang: Aanvankelijk vertrouwde de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (N.G.C.) op marktwerking (prijsverhogingen), maar dit leverde onvoldoende aanvoer op. Vanaf 27 januari 1941 werd een verplichte levering van 8% van de voorraad per week ingesteld.
  2. Logistieke Problemen: De tekst maakt melding van strenge vorst, waardoor de vaart (transport over water) naar belangrijke veilingcentra zoals Noord-Scharwoude gestremd was. Er moesten ijsbrekers of andere maatregelen aan te pas komen om de veilingen bereikbaar te houden.
  3. Prijsontwikkeling: De prijs voor rode kool steeg in korte tijd van $f$ 4,50 naar $f$ 6,00 per 100 kg om de boeren te stimuleren, maar uiteindelijk bleek de dwingende regeling noodzakelijk voor de continuïteit.
  4. Bestemming: De voorraad was bedoeld voor zowel de binnenlandse markt als voor export (wat in deze periode veelal leverantie aan Duitsland betekende).

Historische Context

De brief dateert uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strak gereguleerd door de overheid via instanties als de N.G.C. De bezetter had er groot belang bij dat de Nederlandse landbouwproductie op peil bleef, zowel om de eigen bevolking rustig te houden als om goederen naar Duitsland te kunnen exporteren.

De genoemde locaties (Avenhorn, Noord-Scharwoude, Broek op Langedijk) vormden het hart van de "Langedijker" koolteelt, indertijd het belangrijkste koolgebied van Europa. De schaarste en de daaropvolgende distributiemaatregelen in deze brief zijn een voorbode van de steeds strengere rantsoenering die de oorlogsjaren zou kenmerken. De handgeschreven correcties tonen aan dat er kritisch werd gekeken naar de formulering van de verhouding tussen exportbelangen en binnenlandse voorziening.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →