Getypte ambtelijke rapportage of brief (pagina 2).
Origineel
Getypte ambtelijke rapportage of brief (pagina 2). Bladz. 2.
De maximum veilingprys is inmiddels successievelyk
verhoogd (roode kool f 6,- per 100 kg. vanaf 27 Januari jl.).
Er zyn volgens mededeeling van voornoemden directeur
der Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale maatregelen ge-
troffen om de vaart naar de veilingen open te breken en deze
open te houden.
Volgens informaties, die ik by den handel op de Cen-
trale Markt heb ingewonnen, wordt op dit oogenblik via de
veilingen voldoende in de vraag naar kool voor het binnen-
land voorzien; ook de verdere afzet der producten kan der-
halve normaal en overeenkomstig de daarvoor vastgestelde re-
gelen geschieden.
De Directeur, Deze pagina bevat de afsluiting van een verslag over de marktsituatie en logistiek rondom de groente- en fruitvoorziening. Er zijn drie hoofdpunten te onderscheiden:
- Prijsbeleid: Er is sprake van een gereguleerde markt waarbij maximumtarieven worden vastgesteld. De prijs van rode kool is verhoogd naar 6 gulden per 100 kg.
- Logistieke hinder: De zinsnede "de vaart naar de veilingen open te breken" duidt op transportproblemen door ijsgang. Dit wijst erop dat het rapport is geschreven tijdens of vlak na een strenge winterperiode.
- Voedselvoorziening: Ondanks de logistieke uitdagingen wordt geconcludeerd dat de binnenlandse markt ("het binnenland") voldoende wordt voorzien en dat de handel volgens de geldende distributieregels verloopt. Het document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was een centrale organisatie die door de bezetter werd gebruikt (en door het Nederlandse ambtenarenapparaat werd bemand) om de gehele sector strak te reguleren.
Tijdens de oorlogsjaren was er sprake van een distributiesysteem waarbij prijzen en hoeveelheden door de overheid werden bepaald om schaarste te beheersen en export naar Duitsland te faciliteren. De vermelding van het "openbreken van de vaart" refereert waarschijnlijk aan de strenge winters van het begin van de jaren '40 (zoals 1940, 1941 of 1942), waarbij het bevriezen van de waterwegen de voedselvoorziening naar de grote steden in gevaar bracht. De tekst weerspiegelt de ambtelijke geruststelling dat de distributieketen, ondanks de kou en de oorlogsomstandigheden, nog functioneert.