Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 241
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / Verslag.

20 januari 1941. Van: W. L. M. (initialen).

Origineel

Ambtelijke correspondentie / Verslag. 20 januari 1941. W. L. M. (initialen). Moeilijkheden bij den aanvoer van kool.
[onderstreept]

A’dam, 20/1 1941
[onderstreept]
W. L. M.
[onderstreept]

Zooals ik U hedenmiddag bereids telefonisch mededeelde, ondervinden de grossiers, die op de Centrale Markt gevestigd zijn, moeilijkheden bij den aankoop van de koolsoorten (roode- en gele- ) op de veilingen in de productie-centra in Noord-Holland.

Zooals U uit de notities van de besprekingen, welke ik in December jl. (laatstelijk op 20/12) met den handel heb gevoerd i.v.m. een reservering van voorraden groente voor de maanden Maart en April a.s., zal zijn gebleken, achtte de handel het toen geen geschikt oogenblik om over te gaan tot het aankoopen van een voorraad kool voor deze maanden, omdat de goed bewaarbare soorten nog niet op de veilingen werden aangevoerd. Dit zou eerst na 1 Januari plaats vinden.

De handel deelde voorts mede, dat de boeren overigens hun kool – de minder goed bewaarbare soorten – vrijwel niet op de veilingen aanvoerden, omdat de maximum prijs, welke toen f 4,50 per 100 kg. bedroeg, te laag was gesteld. Zij wilden hun koolvoorraden zoo lang mogelijk vasthouden in de hoop, dat deze maximumprijs zou worden verhoogd.

Ik heb mij hieromtrent op 23 December jl. getelefonaerd gewend tot den heer Van ’t Riet, den directeur der N.C.C., en hem de vraag gesteld of de mogelijkheid bestond, dat de maximum veilingprijs alsnog zou worden verhoogd, dan wel, indien dit niet het geval was, of dan de onderhavige producten van de telers zouden worden gevorderd.

De heer Van ’t Riet zou hieromtrent overleg in zijn college plegen en zoo noodig tot vordering adviseeren.

Op 2 Januari jl. heb ik mij terzake opnieuw tot voornoemden directeur gewend, Het document is een verslag van de stagnatie op de koolmarkt in de winter van 1940-1941. De kern van het probleem is een economisch conflict tussen de door de overheid vastgestelde prijsmaxima en de bereidheid van boeren om hun producten te verkopen.

  • Conflict: De grossiers op de Centrale Markt in Amsterdam kunnen onvoldoende kool inkopen. Boeren in Noord-Holland (het belangrijkste productiecentrum) houden hun voorraden vast ("oppotten") omdat zij de vastgestelde maximumprijs van 4,50 gulden per 100 kg te laag vinden. Zij speculeren op een prijsverhoging.
  • Interventie: De schrijver van het document heeft contact opgenomen met de N.C.C. (Nederlandse Centraal-Commissie voor de Voedselvoorziening) om te polsen of de prijzen omhoog gaan óf dat er overgegaan zal worden tot "vordering" (gedwongen inbeslagname tegen een vastgestelde prijs).
  • Termijn: Er is sprake van een strategische planning voor de voedselvoorraad voor het voorjaar (maart/april 1941), waarbij de "goed bewaarbare" koolsoorten essentieel zijn. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werd de Nederlandse economie omgevormd tot een distributie-economie om schaarste te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te voeden.

  • N.C.C.: De Nederlandse Centraal-Commissie voor de Voedselvoorziening speelde een cruciale rol in het reguleren van de productie en distributie van voedsel.

  • Prijsbeheersing: Om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter strikte maximum-prijzen vast. Zoals uit dit document blijkt, leidde dit vaak tot een 'leveringsstaking' door boeren, die hoopten op betere marges.
  • Vordering: Het dreigen met vordering was een veelgebruikt instrument van de overheid om de voedselstroom naar de steden (zoals Amsterdam) op gang te houden wanneer de marktwerking door prijsstops verstoord was.
  • Noord-Holland: De regio boven het IJ (met name de "Langedijk") was en is het historisch centrum van de koolteelt in Nederland, waar de veilingen de centrale schakel vormden tussen teler en grossier.

Samenvatting

Het document is een verslag van de stagnatie op de koolmarkt in de winter van 1940-1941. De kern van het probleem is een economisch conflict tussen de door de overheid vastgestelde prijsmaxima en de bereidheid van boeren om hun producten te verkopen.

  • Conflict: De grossiers op de Centrale Markt in Amsterdam kunnen onvoldoende kool inkopen. Boeren in Noord-Holland (het belangrijkste productiecentrum) houden hun voorraden vast ("oppotten") omdat zij de vastgestelde maximumprijs van 4,50 gulden per 100 kg te laag vinden. Zij speculeren op een prijsverhoging.
  • Interventie: De schrijver van het document heeft contact opgenomen met de N.C.C. (Nederlandse Centraal-Commissie voor de Voedselvoorziening) om te polsen of de prijzen omhoog gaan óf dat er overgegaan zal worden tot "vordering" (gedwongen inbeslagname tegen een vastgestelde prijs).
  • Termijn: Er is sprake van een strategische planning voor de voedselvoorraad voor het voorjaar (maart/april 1941), waarbij de "goed bewaarbare" koolsoorten essentieel zijn.

Historische Context

Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werd de Nederlandse economie omgevormd tot een distributie-economie om schaarste te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te voeden.

  1. N.C.C.: De Nederlandse Centraal-Commissie voor de Voedselvoorziening speelde een cruciale rol in het reguleren van de productie en distributie van voedsel.
  2. Prijsbeheersing: Om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter strikte maximum-prijzen vast. Zoals uit dit document blijkt, leidde dit vaak tot een 'leveringsstaking' door boeren, die hoopten op betere marges.
  3. Vordering: Het dreigen met vordering was een veelgebruikt instrument van de overheid om de voedselstroom naar de steden (zoals Amsterdam) op gang te houden wanneer de marktwerking door prijsstops verstoord was.
  4. Noord-Holland: De regio boven het IJ (met name de "Langedijk") was en is het historisch centrum van de koolteelt in Nederland, waar de veilingen de centrale schakel vormden tussen teler en grossier.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →