Handgeschreven concept of verslag van een bespreking (gemerkt met '2/' linksboven).
Origineel
Handgeschreven concept of verslag van een bespreking (gemerkt met '2/' linksboven). [In de linkermarge staat:] 2/
te doen houden, dat de ~~winstma~~ de
aan den groothandel, welke
zeevisch via den gemeentelijken
afslag doet verkoopen, toegekende
winstmarges niet werden
overschreden. Hierbij is ~~daarbij~~
gemeld, dat zoowel de kans, dat
niet tijdig de noodige justificatoire
bescheiden van de betreffende
(meestal geconsigneerde) partijen
in het bezit ~~kwamen~~ van den
vischafslag ~~zouden~~ komen, alsmede
de ~~onmogelijkheid~~ praktische onmogelijkheid de partijen daarna
te identificeeren, een controle als
de bedoelde vrijwel ~~geheel~~
onuitvoerbaar maakte. De heer
De Boer heeft daarna toegezegd
deze bezwaren met de betreffende
afdeeling van het Bureau van
de handhaving van de prijzen
te zullen bespreken en ~~bij invoering~~
de invoering van het stelsel van
maximum prijzen zoowel voor
~~de visschers als voor de grooth~~
~~en kleinhandel verkoop in de~~
eerste hand door de visschers
als voor die door grooth- en
kleinhandel, daarbij in overweging
te zullen geven. Blijkbaar is
hieraan door den heer de Brey
gevolg gegeven. * Inhoud: De tekst beschrijft een administratief en logistiek probleem bij het toezicht op winstmarges in de vishandel. Groothandelaars verkochten vis via gemeentelijke afslagen, maar het was voor controleurs bijna onmogelijk om te controleren of de toegestane marges werden nageleefd. De oorzaak hiervoor was dat de bewijsstukken ('justificatoire bescheiden') vaak te laat binnenkwamen en de partijen vis na de verkoop niet meer individueel te identificeren waren.
* Correcties: Het document is een werkverslag of concept, getuige de vele doorhalingen en boven de regel toegevoegde woorden (zoals "praktische" en "komen").
* Terminologie: Termen als "justificatoire bescheiden" (bewijsstukken voor de boekhouding) en "geconsigneerde partijen" (goederen in bewaring gegeven voor verkoop) duiden op een officiële, zakelijke context. Dit document lijkt deel uit te maken van de verslaglegging rondom de economische regulering in Nederland. Tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog was de prijsbeheersing streng gereguleerd via het 'Bureau van de Prijzen' (later onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken) om woekerprijzen en inflatie tegen te gaan. De tekst illustreert de frictie tussen de theoretische regelgeving (maximumprijzen en marges) en de weerbarstige praktijk van de handel in bederfelijke waar zoals zeevis, waarbij snelheid essentieel is en papierwerk vaak achterloopt. De genoemde heren De Boer en De Brey waren waarschijnlijk ambtenaren of functionarissen betrokken bij deze prijscontrole-instanties.