Handgeschreven brief (verklikkerbrief/aangifte).
Origineel
Handgeschreven brief (verklikkerbrief/aangifte). 22 november 1941. Nº 20/14/1 M. 1941 22/11 [onleesbare paraaf/naam]
Mijnheer de directeur
wees u zoo goed en laat
u een een kijkje nemen
in de groente winkel
van Y Kuyper Binnen
oranjestraat No 12.
De druiven mogen 55 cent
kosten en hij verkoopt ze
voor 80 cent per pond
de rooie kool mag 5 cent
per pond kosten en hij verkoopt
ze voor 6 cent aardappels
zonder bon 15 cent per
kilo dat is om elkaar
te helpen . uijen worden
voor 20 cent per pond
verkocht prijs plankjes
zie ze er nooit. vraag u
maar eens om een paar
kilo aardappels zonder bon
dan krijgt u ze zoo voor 15
cent per kilo.
2 L De brief is een klacht over prijsopdrijving en illegale handel (zwarte handel) tijdens de Duitse bezetting. De geadresseerde "Mijnheer de directeur" verwijst hoogstwaarschijnlijk naar het hoofd van de Crisis Controle Dienst (CCD), de instantie die toezag op de naleving van de distributiewetten en prijsvoorschriften.
De schrijver klaagt over een groentewinkelier aan de Binnen Oranjestraat 12 te Amsterdam (Y. Kuyper). De specifieke beschuldigingen zijn:
1. Overschrijding van maximumprijzen: Druiven worden verkocht voor 80 cent i.p.v. de toegestane 55 cent; rode kool voor 6 cent i.p.v. 5 cent.
2. Handel buiten de distributie om: De verkoop van aardappels zonder de verplichte distributiebonnen ("zonder bon").
3. Ontbreken van prijsaanduiding: De winkelier voert geen prijsbordjes ("prijs plankjes"), wat destijds verplicht was om controle mogelijk te maken.
De toon van de brief is informerend en licht cynisch (met de opmerking over "elkaar helpen"). In 1941 was de schaarste in bezet Nederland al aanzienlijk. Om de voedselvoorziening eerlijk te verdelen en inflatie te voorkomen, hanteerde de overheid strikte prijsbeheersing en een bonnensysteem. Handelaren die hier buitenom werkten, werden gezien als "oorlogswinstmakers" of zwarthandelaars.
Dergelijke aangiften kwamen destijds veelvuldig voor. Voor de CCD waren dit soort tips essentieel voor hun opsporingswerk. De Binnen Oranjestraat ligt in de Jordaan, een wijk waar de sociale controle en de druk op de voedselvoorziening tijdens de oorlogsjaren zeer hoog waren. De winkelier in kwestie riskeerde bij een controle hoge boetes of zelfs sluiting van zijn zaak. Y. Kuyper
Samenvatting
De brief is een klacht over prijsopdrijving en illegale handel (zwarte handel) tijdens de Duitse bezetting. De geadresseerde "Mijnheer de directeur" verwijst hoogstwaarschijnlijk naar het hoofd van de Crisis Controle Dienst (CCD), de instantie die toezag op de naleving van de distributiewetten en prijsvoorschriften.
De schrijver klaagt over een groentewinkelier aan de Binnen Oranjestraat 12 te Amsterdam (Y. Kuyper). De specifieke beschuldigingen zijn:
1. Overschrijding van maximumprijzen: Druiven worden verkocht voor 80 cent i.p.v. de toegestane 55 cent; rode kool voor 6 cent i.p.v. 5 cent.
2. Handel buiten de distributie om: De verkoop van aardappels zonder de verplichte distributiebonnen ("zonder bon").
3. Ontbreken van prijsaanduiding: De winkelier voert geen prijsbordjes ("prijs plankjes"), wat destijds verplicht was om controle mogelijk te maken.
De toon van de brief is informerend en licht cynisch (met de opmerking over "elkaar helpen").
Historische Context
In 1941 was de schaarste in bezet Nederland al aanzienlijk. Om de voedselvoorziening eerlijk te verdelen en inflatie te voorkomen, hanteerde de overheid strikte prijsbeheersing en een bonnensysteem. Handelaren die hier buitenom werkten, werden gezien als "oorlogswinstmakers" of zwarthandelaars.
Dergelijke aangiften kwamen destijds veelvuldig voor. Voor de CCD waren dit soort tips essentieel voor hun opsporingswerk. De Binnen Oranjestraat ligt in de Jordaan, een wijk waar de sociale controle en de druk op de voedselvoorziening tijdens de oorlogsjaren zeer hoog waren. De winkelier in kwestie riskeerde bij een controle hoge boetes of zelfs sluiting van zijn zaak.