Getypte brief (doorslag/afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag/afschrift). 2 oktober 1939. No.152 L.M.1939 No.268 M.S.1939 3/10 AFSCHRIFT.
GEMEENTELIJK BUREAU VOOR
MAATSCHAPPELIJKEM STEUN.
Amsterdam, 2 October 1939.
Aan den Heer Wethouder voor den
Maatschappelijken Steun,
Raadhuis,
Alhier.
In antwoord op Uw apostille No.268 M.S.'39 d.d. 7 Septem-
ber '39 betreffende de standplaats-vergunningen van veertien koop-
lieden, die langer dan zes achtereenvolgende maanden hun vaste plaats
op de markten niet hebben bezet in verband met aan hen verleende
ondersteuning, moge ik U het volgende berichten.
Dezerzijds bestaat geen bezwaar tegen het intrekken van
de standplaatsvergunningen uitgereikt aan:
Wed. Bleekrode-Kinsbergen Barndesteeg 18 I
W.v.d. Berg Ijselmondestraat 2
E.v.d. Bijl Zwanenburgerstraat 41 II
L. Schaap Waverstraat 81 I
H. Cosman St. Anotniesbreestr. 88 II
P.J. Stubbe Kl. Kattenburgerstr. 26 I
L. Koning 1e J. Steenstraat 65 hs
H.J. Vieyra Lepelstraat 40 II
Giersbergen-Kloppenburg Willemsstraat 123 III
L. Davidson Govert Flinckstraat 150 I
De Dienst heeft wel bezwaar tegen het intrekken van de
vergunningen, verleend aan:
A. van Dalen, Langestraat 42 hs. Deze valide maatschappelijk gesteunde
die krachtens de Armenwet een wekelijksche uitkeering ontvangt van
ƒ 14,83, is gehuwd en heeft vijf inwonende kinderen van 18 tot 3
jaar, waarvan de 18-jarige dochter wisselende verdiensten heeft (die
geregeld volgens de geldende bepalingen op den steun in mindering
worden gebracht) en een 16-jarige zoon ƒ 7,50 per week verdient.
Het gezin verwoont ƒ 5,- per week. De man ziet op het oogenblik
geen kans als koopman in eigen onderhoud te voorzien, maar wil dit
weer probeeren, als de toestand iets beter wordt en heeft daarom
bezwaar tegen intrekking van zijn standplaatsvergunning. * Kernboodschap: De brief bevat een advies over het saneren van standplaatsvergunningen. Als een marktkoopman langer dan zes maanden geen gebruik maakt van zijn plek omdat hij afhankelijk is van de armenzorg ("steun"), kan de gemeente de vergunning intrekken. De Dienst gaat hiermee akkoord voor tien personen, maar maakt een uitzondering voor één specifieke casus.
* Individuele casus: De beschrijving van de heer A. van Dalen biedt een indringend kijkje in de armoedebestrijding van 1939. Er wordt een exacte berekening gemaakt van het gezinsinkomen, inclusief de bijdragen van minderjarige kinderen, om de hoogte van de steun (ƒ 14,83 per week) te rechtvaardigen. Het behouden van de vergunning wordt gezien als een noodzakelijke voorwaarde voor toekomstige zelfredzaamheid.
* Taal en Stijl: De tekst is opgesteld in de toenmalige ambtelijke spelling (bijv. "maatschappelijken", "oogenblik"). De toon is strikt zakelijk en cijfermatig. * Historisch kader: Het document dateert van oktober 1939, één maand na de Duitse inval in Polen en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland nog neutraal en niet bezet is, is de economische situatie precair door de jarenlange crisis van de jaren '30 en de lopende mobilisatie.
* Armenwet: De genoemde Armenwet (van 1912) was de basis voor sociale zekerheid vóór de komst van de Algemene Bijstandswet. Het ontvangen van steun was stigmatiserend en ging gepaard met verregaande bemoeienis van de overheid met het gezinsbudget.
* Joods Amsterdam: De lijst met namen bevat diverse namen die destijds veel voorkwamen onder de Joodse bevolking van Amsterdam (zoals Davidson, Vieyra, Cosman, Bleekrode). Veel van hen waren werkzaam in de ambulante handel. De adressen (zoals Barndesteeg en St. Antoniesbreestraat) liggen in of nabij de toenmalige Joodse buurt. Dit document is daarmee ook een stille getuige van de sociaaleconomische positie van deze Amsterdammers vlak voor de bezettingsjaren.