Ambtelijk rapport/memo betreffende individuele gevallen van maatschappelijke steun.
Origineel
Ambtelijk rapport/memo betreffende individuele gevallen van maatschappelijke steun. Jac. Kraaijmolen, Lijnbaansgracht 41 I. Deze 27-jarige man, die ~~is~~ gehuwd is en een kind heeft van 2 jaar, ontving f 13,10 per week steun krachtens de Armenwet, waarvan hij f 5,- woninghuur betaalde. Hij is 23 Juni '39 onder de wapenen gegaan. Zoodra hij uit den militairen dienst komt, kan hij zijn standplaats weder innemen en trachten in eigen onderhoud te voorzien.
A. Vogel, Campersstraat 58 II. Deze valide maatschappelijk gesteunde, 62 jaar oud, is gehuwd en heeft geen inwonende kinderen. Ook ziet hij op het oogenblik geen kans met den handel den kost voor het gezin te verdienen, maar wil bij eenige opleving weer van zijn standplaatsvergunning gebruik maken. Betrokkene geniet thans f 11,25 per week steun krachtens de Armenwet, benevens f 0,50 van een uitwonende dochter. De woninghuur bedraagt f 5,50 per week.
L. J. Stad, Vrolikstraat 66 II. Deze houder vvan een standplaatsvergunning werkt afwisselend in het textielbedrijf van B. I. de Vries & Co., Jodenbreestraat 7 - 9 - Hij is 32 jaar oud, gehuwd en heeft twee jonge kinderen. Op het oogenblik is het gezin in steun en ontvangt de man volgens het tarief voor ongeorganiseerde werkloozen ingevolge de Rijkssteunregeling f 12,58 per week, waarbij hij als bezorger van een weekblad f 2,80 per week verdient. De woninghuur bedraagt f 6,- per week. Stad zelf wil wel afstand van zijn vergunning doen; de Dienst acht het echter gewenscht, dat hij de kans behoudt om gedurende de perioden, dat hij niet bij B. I. de Vries werkt, als marktkoopman in het onderhoud van zijn gezin te voorzien.
De Directeur voor Maatschappelijke Steun,
w.g. Keulemans. Dit getypte document bevat drie korte rapportages over de sociaaleconomische status van drie mannen in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In alle drie de gevallen staat de relatie tussen het ontvangen van overheidssteun en het bezit van een "standplaatsvergunning" (een vergunning voor een marktkraam of handel op straat) centraal.
De tekst biedt een gedetailleerd beeld van de armoede en de krappe budgetten van die tijd. Er wordt exact gerapporteerd over de hoogte van de steun (uitbetaald in guldens), de huurkosten en eventuele neveninkomsten (zoals het bezorgen van weekbladen of een kleine bijdrage van een dochter). Opvallend is de proactieve rol van de Dienst Maatschappelijke Steun: in het geval van de heer Stad adviseert de dienst hem zijn vergunning aan te houden als vangnet, zelfs wanneer de betrokkene er zelf vanaf wil zien. Dit duidt op een beleid gericht op het stimuleren van zelfredzaamheid buiten de steunregelingen om. Het document is gesitueerd in de late jaren '30, een periode gekenmerkt door de naweeën van de Grote Depressie en de dreiging van een nieuwe wereldoorlog.
- Sociale Zekerheid: De termen "Armenwet" en "Rijkssteunregeling" verwijzen naar het destijds vigerende stelsel van sociale zorg. De Rijkssteunregeling was specifiek bedoeld voor werklozen. Er werd onderscheid gemaakt tussen "georganiseerde" (bij een vakbond aangesloten) en "ongeorganiseerde" werklozen, wat invloed had op de hoogte van de uitkering.
- Mobilisatie: De vermelding dat Kraaijmolen op 23 juni 1939 "onder de wapenen" is gegaan, verwijst naar de Nederlandse mobilisatie in reactie op de toenemende spanningen in Europa, enkele maanden voor de Duitse inval in Polen.
- Joods Amsterdam: De vermelding van het bedrijf B.I. de Vries & Co in de Jodenbreestraat plaatst een deel van dit document in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam. Voor veel bewoners in deze wijk zou de situatie zeer spoedig na het opstellen van dit document drastisch en tragisch veranderen door de Duitse bezetting in mei 1940. Jac. Kraaijmolen A. Vogel L.J. Stad.