Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 7 november 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de referentie naar markten). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te "Alhier". [Rechtsboven, handgeschreven:]
ter h. de Heer.
[Middenboven:]
HG. [Links hiervan:] extra. [Handgeschreven]
[Linksboven:]
17/2/8 M.
1
[Rechtsboven:]
7 November 1939.
[Onderwerpregel links:]
Toepassing artikel 11c
Reglement op de Markten.
[Geadresseerde rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Brieftekst:]
Ten vervolge op mijn brief d.d. 4 September jl. (No. 17/2/5 M.) heb ik de eer U in bijlage dezes een dertiende opgave te doen geworden van personen, die langer dan zes achtereenvolgende maanden hun vaste plaats op de markten niet hebben bezet, op grond van het feit, dat het hun wegens verleende ondersteuning niet was toegestaan hun zaken te doen en voor wie ik voornemens ben artikel 11c van het Reglement op de Markten toe te passen.
Ten aanzien van de op de onderhavige lijst voorkomende personen is de gedragslijn gevolgd omschreven in mijn brief d.d. 8 Maart 1937 (No.17/5/1 M.), waaraan U, blijkens Uw apostille d.d. 10 April 1937 No.330 L.M.1936 wel Uw goedkeuring heeft willen hechten. Zooals U bekend is, heeft de Commissie van Advies voor de Markten zich eveneens hiermede vereenigd. (Vide mijn brief d.d. 18 Mei 1937 No.17/5/6 M.).
[Onderschrift:]
De Directeur, Deze brief betreft een administratieve procedure rondom het beheer van marktplaatsen kort voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De kern van de zaak is de intrekking van vaste marktplaatsen op basis van artikel 11c van het marktreglement.
De brief onthult een strikt sociaal beleid: marktkooplieden die overheidssteun ("ondersteuning") ontvingen, mochten blijkbaar hun bedrijf niet meer uitoefenen. Omdat zij hierdoor hun standplaats langer dan zes maanden onbezet lieten, was de gemeente voornemens hun vergunning voor de vaste plaats definitief in te trekken.
De tekst getuigt van een zeer nauwkeurige bureaucratische afhandeling, waarbij verwezen wordt naar eerdere correspondentie uit 1937, goedkeuringen van de wethouder (via een "apostille") en adviezen van een gespecialiseerde commissie. Het feit dat dit de "dertiende opgave" is, suggereert dat dit een structureel en herhalend proces was. De datum van de brief, 7 november 1939, plaatst het document in de periode van de mobilisatie in Nederland. Hoewel Nederland nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al uitgebroken. De portefeuille "Levensmiddelen" was in deze tijd van opkomende schaarste en distributie van cruciaal belang.
De brief werpt licht op de toenmalige omgang met sociale zekerheid en ondernemerschap. Het ontvangen van steun werd gezien als onverenigbaar met actieve handel op de markt. Voor de overheid was dit een manier om de beperkte marktplaatsen "vrij" te maken van degenen die door hun financiële afhankelijkheid van de staat toch al niet mochten handelen, om zo ruimte te bieden aan actieve ondernemers. De terminologie ("ondersteuning", "apostille", "jl.") en spelling ("zooaals", "vereenigd") zijn typerend voor de ambtelijke taal van het interbellum.