Ambtelijke correspondentie / intern memo (Algemeene Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtelijke correspondentie / intern memo (Algemeene Zaken Model No. 14). 15 oktober 1941 (stempel) / 17 oktober 1941 (aantekening). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 3/14/1 193/
DOORGEZONDEN: 15/10-'41.
[In rood potlood, midden boven:]
3/14/217.
[Handgeschreven aantekening rechtsboven:]
Alg. Zaken 17/10/41 doorgeven aan Assurantiezaken
[Paraaf] 19/10/41
[Hoofdtekst:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een rapport over te leggen van den chef van den gemeentelijken vischafslag, de Ruyterkade, alhier, inzake beschadiging van het toegangshek dier markt door aanrijding met een auto, toebehoorende aan Th. Koning, vrachtrijder te Volendam. Aan de Afd. Havenwerken van Publieke Werken heb ik inmiddels opdracht gegeven het hek te repareeren.
Ik moge U beleefd verzoeken de behandeling van deze schadevordering van mijn dienst te willen overnemen.
[Handtekening/Paraaf rechtsonder]
[Drukwerk linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijke kennisgeving betreffende een schadegeval aan gemeentelijke eigendommen in Amsterdam. Een vrachtwagen van een chauffeur uit Volendam (Th. Koning) heeft het toegangshek van de visafslag aan de De Ruyterkade geramd.
De schrijver van het document (vermoedelijk de directeur van de betreffende dienst) informeert de ontvanger dat:
1. Het schade-rapport van de chef van de visafslag is bijgevoegd.
2. De technische reparatie reeds in gang is gezet via de Afdeling Havenwerken (Publieke Werken).
3. Het verzoek wordt gedaan aan de afdeling Assurantiezaken (zie de handgeschreven kantlijnnotitie) om de financiële afwikkeling (de schadevordering) over te nemen.
De schrijfstijl is formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U", "Ik moge U beleefd verzoeken"), wat kenmerkend is voor de Nederlandse ambtelijke correspondentie uit de eerste helft van de 20e eeuw. Het document dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog gaande was, bleven de gemeentelijke bureaucratie en de dagelijkse gang van zaken — zoals de visafslag en het afhandelen van verkeersschades — gewoon doorfunctioneren.
De locatie, de De Ruyterkade in Amsterdam, was destijds een cruciaal knooppunt voor handel en transport, gelegen direct achter het Centraal Station aan het IJ. De visafslag was daar een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening van de stad. Dat de vrachtrijder uit Volendam kwam, is logisch gezien de historische verbinding tussen de vissersdorpen aan het IJsselmeer en de Amsterdamse markt. M. No Publieke Werken