Ambtelijk rapport/brief-fragment (doorslag of stencil).
Origineel
Ambtelijk rapport/brief-fragment (doorslag of stencil). Kort na 17 maart 1939 (gebaseerd op de genoemde datum in de tekst). De Directeur voor Maatschappelijken Steun, w.g. Keulemans. man krachtens de Armenwet ƒ 15,06 per week en den brandstoffentoe-
slag (valide maatschappelijk gesteunde). Aan woninghuur wordt ƒ 5,-
per week betaald. Betrokkene heeft slechts een Zondagsvergunning
voor Uilenburg en stond daar voorheen met radioonderdeelen,
Daarnhij op één marktdag toch niet in het onderhoud van
zijn gezin kan voorzien, kan naar mijn meening zijn vergunning wel
worden ingetrokken.
H. Brilleman, Jodenbreestraat 99 I, (stamboekno. 117920). Dit gezin,
bestaande uit man en vrouw, wordt gesteund krachtens de Armenwet
(via de wijk) en ontvangt wekelijks ƒ 11,84 en den brandst ffentoe-
slag, benevens ƒ 0,50 van kerkelijke zijnde, waarvan ƒ 5,25 woning-
huur wordt betaald. Volgens een attest van den Gem. Geneesk. Dienst
d.d. 17 Maart 1939 is de man blijvend ongeschikt voor werk; hij zal
dus van zijn vergunning geen gebruik meer maken, zoodat deze kan
worden ingetrokken.
De Directeur voor Maatschappelijken
Steun,
w.g. Keulemans. In dit document adviseert de Directeur voor Maatschappelijken Steun om de marktvergunningen van twee gesteunden in te trekken:
- De eerste persoon (onbekende naam): Deze man ontvangt steun als "valide maatschappelijk gesteunde". Omdat hij slechts één dag per week op de markt in Uilenburg staat (met radio-onderdelen) en dit onvoldoende is om zijn gezin te onderhouden, wordt geadviseerd de vergunning in te trekken. Het bureaucratische argument lijkt te zijn dat de minimale inkomsten de voortzetting van de handel niet rechtvaardigen naast de ontvangen steun.
- H. Brilleman: Deze man woont aan de Jodenbreestraat. Uit een medisch attest van de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst (GG&GD) blijkt dat hij blijvend ongeschikt is voor werk. Omdat hij zijn marktvergunning hierdoor toch niet kan gebruiken, wordt voorgesteld deze formeel in te trekken.
De tekst geeft een inkijk in de strikte controle op burgers die afhankelijk waren van de Armenwet. Er werd nauwkeurig bijgehouden wat de inkomsten, de huur en de fysieke gesteldheid van de "gesteunden" waren. Dit document stamt uit maart 1939, een periode van economische spanning en aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De locaties — de Uilenburg en de Jodenbreestraat — bevonden zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Brilleman is een veelvoorkomende Joods-Amsterdamse achternaam.
De "Armenwet" bepaalde in die tijd de sociale zorg, waarbij de overheid pas bijsprong als familie of kerkelijke instellingen dat niet konden. Het systeem was sober en paternalistisch; de overheid hield streng toezicht op het gedrag en de bezigheden van de ontvangers. Het intrekken van marktvergunningen was een administratieve handeling om het bestand van actieve handelaren op te schonen en dubbele "inkomsten" (hoe klein ook) of ongebruikte privileges te elimineren. H. Brilleman