Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten) van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten) van de Burgemeester van Amsterdam. 31 oktober 1941. No. 1627/20.3 Fin. 1941.
Vaststelling van den staat, aangevende welke afdeeling of dienst verantwoordelijk is voor elk nummer der begrooting voor het dienstjaar 1941.
1048 Am. 1941
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 31 October 1941.
[Handgeschreven aantekening rechtsboven: Marktw. ing Dr H.v. Beuuren?]
De Wethouder voor de Financiën deelt mede,
dat in het besluit van Burgemeester en Wethouders van 6 Januari 1905, No. 468, o.m. is bepaald, dat ten opzichte van elk nummer of, voor zooveel noodig, van elk artikel van een nummer, of onderdeel van dat artikel, voorkomende op de begrooting der gewone uitgaven, zal worden aangegeven, welke afdeeling of welke dienst verantwoordelijk is voor de overschrijding van het bedrag van den post, onder het nummer, artikel of onderdeel daarvan toegestaan,
dat, na genoemd besluit, n.l. bij de wet van 30 December 1909, Staatsblad No. 416, wijziging is gebracht in de bepalingen der Gemeentewet betreffende het geldelijk beheer, door opneming van art.114 bis (thans 122), dat den Gemeenteraad de bevoegdheid geeft ter zake van met name aangewezen inkomsten en betalingen andere regelen te stellen dan in de artikelen 113 en 114 (thans 120 en 121) der Gemeentewet zijn opgenomen,
dat de Gemeenteraad, laatstelijk bij zijn besluit van 2 Maart 1932 van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, o.a. door vaststelling van "Regelen krachtens art. 122 der Gemeentewet bij diverse takken van dienst", waarbij tevens is vastgesteld een staat, waarin zijn vermeld de uitgaven, waarvan de betaling in afwijking van art.121 der Gemeentewet zal plaats hebben en waarin, voor elk der genoemde uitgaven, een beheerder in den zin van genoemde "Regelen" is aangewezen, (Gemeenteblad 1932, afd.3, Volgnummer 19 en Gemeenteblad 1938, afd.3, Volgnummer 97),
dat sedert de vaststelling van vorenbedoelden staat, voorloopige voorzieningen zijn getroffen bij besluiten van Burgemeester en Wethouders van 9 Februari 1940, No. 170/20.3 Fin. 1940, 22 Maart 1940, No. 385/20.3 Fin. en 27 Juni 1941 No. 1226/36.3 Fin. 1941, betreffende onderscheidenlijk het Bureau voor Propaganda en Vreemdelingenverkeer, het Distributiebureau en de kosten van de hulpbrandweer en den Luchtbeschermingsdienst,
dat in genoemde "Regelen" voorschriften zijn opgenomen betreffende de aansprakelijkheid van beheerders van volgnummers der begrooting van uitgaven waarvan hun het beheer is opgedragen,
dat vorengenoemd besluit van Burgemeester en Wethouders van 6 Januari 1905 No. 468, voor zooveel betreft de volgnummers der begrooting van uitgaven waarvoor een beheerder is aangewezen, derhalve zijn kracht heeft verloren,
dat ten gevolge van nieuwe posten in de begrooting, de staat behoorende bij bovengenoemde "Regelen" niet volledig meer is,
dat derhalve thans enkel nog ten aanzien van de volgnummers der begrooting van uitgaven voor 1941 welke niet in den staat, behoorende bij bovengenoemde "Regelen", zooals deze voorloopig bij bovengenoemde besluiten van Burgemeester en Wethouders is aangevuld, zijn opgenomen, bepaald behoort te worden, welke afdeeling of dienst verantwoordelijk is voor het bedrag van den post, onder het nummer, artikel of onderdeel daarvan toegestaan,
dat het tevens wenschelijk is geen onzekerheid te laten bestaan omtrent de verantwoordelijkheid voor ontvangst- en uitgaafposten, waarvan het gebruikelijk is ze buiten de begrooting te behandelen, de z.g. "buitenrekeningposten".
Op voorstel van den Wethouder voornoemd wordt door den Burgemeester besloten tot vaststelling van den aan hem overgelegden staat, aangevende voor zoover noodig, de afdeeling of den dienst, die verantwoordelijk wordt gesteld voor elk nummer en eventueel voor elk artikel of onderdeel daarvan, behoorende tot de begrooting der uitgaven voor het dienstjaar 1941 en van de ontvangsten en uitgaven der z.g. "buitenrekeningposten".
Afschrift van dit besluit, met bijbehoorenden staat, zal worden gegeven aan de afdeeling Financiën (10 stuks), en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks) den Gemeente-ontvanger en het Pensioenbureau.
Sh.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
C.S. Stadhuis [get.] H. v. Beuuren
A'dam, 11-'41.
[Stempel onderaan:] No 4 / 7 M. 1941 14/11
[Rechtsonder:] 1.S. / 4 Het document betreft een administratieve regeling van de gemeente Amsterdam om de financiële verantwoordelijkheid (aansprakelijkheid) per begrotingspost vast te leggen voor het jaar 1941. Het is een bureaucratisch overgangsdocument waarin oude besluiten (uit 1905 en 1932) worden geactualiseerd naar de situatie van dat moment.
Opvallend is de vermelding van specifieke diensten die nauw verbonden zijn met de oorlogssituatie:
* Het Distributiebureau: Verantwoordelijk voor de uitgifte van distributiebonnen (voedsel en goederen op de bon).
* Hulpbrandweer en Luchtbeschermingsdienst: Instellingen die tijdens de bezetting cruciaal waren voor de veiligheid tijdens (lucht)aanvallen.
Het document toont aan dat, ondanks de bezetting, de gemeentelijke bureaucratie en boekhoudkundige verantwoording strikt werden voortgezet volgens wettelijke kaders. Dit besluit is genomen in oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In Amsterdam was de politieke situatie begin 1941 drastisch veranderd: na de Februaristaking was de gemeenteraad ontbonden en de zittende burgemeester De Vlugt vervangen door de pro-Duitse Edward Voûte.
Hoewel het document spreekt over "De Wethouder" en "den Burgemeester", functioneerden zij op dat moment zonder democratische controle van een gemeenteraad. De burgemeester had door het vervallen van de Gemeenteraad nagenoeg alle bevoegdheden naar zich toegetrokken. De tekst weerspiegelt de voortzetting van het ambtelijk apparaat onder de nieuwe orde, waarbij de nadruk lag op administratieve continuïteit en beheersing van de oorlogsuitgaven (zoals de genoemde luchtbescherming). De handtekening van H. van Beuuren (gemeentesecretaris) bevestigt de formele afhandeling door de top van het ambtelijk apparaat.