Ambtelijk schrijven / Adviesnota (getypt).
Origineel
Ambtelijk schrijven / Adviesnota (getypt). 11 maart (jaartal niet volledig gespecificeerd, mogelijk 1909 of 1939 gezien de '9' en de archaïsche spelling). 1 11 Maart 9
17/3/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Indien een plaats voor een kalenderjaar wordt
bezet, zal de desbetreffende verklaring tevens inhouden, of
de aanvrager verlangt, dat Burgemeester en Wethouders te
zynen aanzien gebruik maken van de bevoegdheid, hun verleend
in het vyfde lid van artikel 34 der Verordening op de hef-
fing van markt-, standplaats- en ventgelden."
Het is den laatsten tyd eenige keeren voorgekomen,
dat grossiers, die op de Centrale Markt een verkoopplaats
of pakhuis bezetten, op de plaats of in het pakhuis van een
anderen grossier als verkooper optreden. De thans op dit
stuk geldende bepalingen geven my niet de bevoegdheid dit te
verbieden, terwyl het tot zeer ongewenschte toestanden aan-
leiding kan geven. De mogelykheid bestaat namelyk, dat een
grossier het gebruik van een gunstig gelegen plaats of pak-
huis tegen betaling overdoet aan een collega, die op een
minder druk punt der markt is gevestigd. Hierdoor worden
concurrentie-verhoudingen verstoord en ontstaat een onge-
wenscht en oncontrôleerbaar stelsel van onderhuur.
Ik geef mitsdien beleefd in overweging artikel 18
van het Reglement op de Centrale Markt aan te vullen met een
tweede en derde lid, luidende:
"Het is verboden op een andere plaats of in een
andere pakhuisafdeeling als verkooper op te treden, dan op
de plaats, die men als verkooper heeft bezet of in de pak-
huisafdeeling, die men heeft gehuurd.
Het in het vorige lid gestelde verbod geldt niet
voor personen, die als personeel van een bepaalden verkoo-
per tot de Centrale Markt zyn toegelaten, voor zoo ver zy op
de plaats of in de pakhuisafdeeling van den bedoelden ver-
kooper werkzaam zyn".
Alvorens door Burgemeester en Wethouders tot in-
voering van de hierboven voorgestelde aanvullingen der ar-
tikelen 16 en 18 van het Reglement op de Centrale Markt te
doen besluiten, ware het wellicht gewenscht terzake het * Probleemstelling: De auteur signaleert dat grossiers (groothandelaren) op de Centrale Markt in Amsterdam gebruikmaken van elkaars standplaatsen of pakhuizen. Dit wijst op een verborgen systeem van onderhuur waarbij gunstige locaties tegen betaling worden 'doorgegeven'.
* Argumentatie: Deze praktijk verstoort de eerlijke concurrentie op de markt en onttrekt zich aan het toezicht van de marktmeester/gemeente. De huidige regelgeving biedt onvoldoende juridische basis om dit gedrag te sanctioneren.
* Voorgestelde Oplossing: Een formele wijziging van het Marktreglement. Er wordt voorgesteld om artikel 18 uit te breiden met een expliciet verbod op verkoop vanaf een niet-toegewezen plek, met een logische uitzondering voor officieel aangesteld personeel van de rechtmatige huurder.
* Taalgebruik: Het document hanteert de spelling-De Vries en Te Winkel (o.a. 'tyd', 'mogelykheid', 'zyn'), wat gebruikelijk was in ambtelijke stukken tot de spellinghervorming van 1947. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat, nu bekend als het Food Center Amsterdam) was de centrale spil voor de voedseldistributie in de hoofdstad. De gemeente Amsterdam hield strikt toezicht op de orde en de eerlijke handel op dit terrein. Het ambt van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was met name in de eerste helft van de 20e eeuw van groot belang voor de stadslogistiek en de betaalbaarheid van voedsel. Dit document illustreert de voortdurende strijd van de overheid tegen informele handelscuits en het belang van strikte regelgeving in een gereguleerde markteconomie.