Handgeschreven ambtelijk concept of memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk concept of memorandum. 10 maart 1929 (10-3-'29). [2)]
wanneer het gebruik van een gunstig gelegen plaats of pakhuis tegen betaling overdoet aan een collega, die op een minder druk punt der markt is gevestigd. Hierdoor worden concurrentie-verhoudingen verstoord en ontstaat een ongewenscht en oncontrôleerbaar stelsel van onderhuur.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging art. 18 van het Reglement op de CM aan te vullen met een tweede (ander) lid, luidende:
~~Op de plaats en in de pakhuisafdeeling mag uitsluitend als verkooper optreden: degene, die wegens het bezetten der plaats het marktgeld verschuldigd is of of, die de pakhuisafdeeling heeft gehuurd, benevens tot de personen~~
"Het is verboden op andere plaatsen of in andere pakhuisafdeelingen als verkooper op te treden, dan op de plaats, die men als verkooper heeft bezet of in het pakhuis, dat men heeft gehuurd."
"Het in het vorige lid gestelde verbod geldt niet voor personen, die als personeel van een toegelaten verkooper tot de CM zijn toegelaten, voor zoo ver zij op de plaats of in het pakhuis van den bedoelden verkooper werkzaam zijn."
Alvorens door B en W tot invoering van de hierboven voorgestelde aanvulling der artikelen 16 en 18 van het Reglement op de CM te doen besluiten, ware het wellicht gewenscht terzake het advies in te winnen van de Commissie van Advies voor de CM. Ik verzoek U beleefd mij te willen machtigen de bedoelde punten in die Commissie aan de orde te stellen.
10-3-'29. [onleesbare initiaal/handtekening, mogelijk 'vD'] De tekst is een ambtelijk voorstel om de regels op de Centrale Markt (CM) aan te scherpen. De kern van het probleem is een vorm van 'handel in plaatsen': handelaren met een gunstig gelegen plek verhuren deze informeel door aan collega's op minder gunstige plekken. De schrijver stelt dat dit de concurrentieverhoudingen verstoort en een oncontroleerbaar systeem van onderhuur creëert.
Om dit tegen te gaan, wordt een toevoeging aan artikel 18 van het marktreglement voorgesteld. De nieuwe bepaling stelt expliciet dat men alleen mag verkopen op de plek die men officieel toegewezen heeft gekregen of gehuurd heeft. Er wordt een uitzondering gemaakt voor officieel geregistreerd personeel van de betreffende handelaar.
Het document eindigt met een procedureel advies: voordat het College van Burgemeester en Wethouders (B en W) een besluit neemt over de wijziging van de artikelen 16 en 18, moet de 'Commissie van Advies voor de CM' worden geraadpleegd. Dit document stamt uit 1929, een periode waarin de Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) in ontwikkeling was of reeds functioneerde onder strikte gemeentelijke regie. De markt was bedoeld om de voedseldistributie in de stad te centraliseren en te reguleren.
Dergelijke reglementen waren essentieel om de orde te handhaven en zwarte handel of illegale onderverhuur van schaarse, gunstige kavels te voorkomen. Het gebruik van termen als "ongewenscht" en "oncontrôleerbaar" duidt op de wens van het marktbestuur om volledige grip te houden op de economische dynamiek binnen de markthallen. De datum (maart 1929) plaatst dit vlak voor de grote economische crisis, een tijd waarin marktregulering steeds belangrijker werd gevonden om eerlijke concurrentie te waarborgen.