Officiële correspondentie (brief).
Origineel
Officiële correspondentie (brief). 17 april 1939. Directeur van het Marktwezen (vermoedelijk, gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
D/G.
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 17/3/3 M. [handgeschreven:] 17/4-139 [paraaf]
BIJLAGE
ONDERWERP:
Aanvulling Reglement op de Centrale Markt.
AMSTERDAM (W.) 17 April 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 April jl. no. 240 L.M.1939 heb ik de eer U het volgende te berichten.
Uw bezwaar tegen het door my voorgestelde tweede lid van artikel 18 betreft het begrip "plaats"; ik ben met U van meening, dat de strekking van de door my voorgestelde redactie naar den letter inderdaad ruimer kan worden opgevat dan in myn bedoeling lag.
Het verkoopen buiten de officieele verkoopplaatsen komt betrekkelyk zelden voor; het is moeilyk te constateeren; ook [handgeschreven tussenvoeging:] bij de door my voorgestelde redactie lag het niet in myn bedoeling om daartegen op te treden.
Myn voorstel beoogt slechts het uitvaardigen van een verbod om op de verkoopplaats van een anderen grossier goederen uit te stallen en deze aldaar te verkoopen. Immers dit kan aanleiding geven tot ongelyke concurrentie-verhoudingen en tot niet officieel toegestane onderhuur. Dit zyn de motieven, waarom ook van de zyde van den handel een verbod als door my voorgesteld, wenschelyk wordt geacht. Aan het door U genoemde bezwaar kan worden tegemoetgekomen door het woord "plaats" in de door my voorgestelde redactie te wyzigen in "verkoopplaats" en het artikel tevens aan te vul-len met een verbod [handgeschreven tussenvoeging:] van het uitstallen van goederen op de verkoopplaats van een ander. Het zou dan komen te luiden:
"Het is verboden [doorgehaald: op een andere verkoopplaats of in een andere pakhuisafdeeling] als verkooper op te treden, [handgeschreven tussenvoeging:] of om [tekst breekt af] Dit document is een ambtelijke brief waarin een voorgestelde wijziging van de marktreglementen wordt besproken. De kern van het geschil tussen de directeur van het Marktwezen en de Wethouder betreft de definitie van het woord "plaats" in Artikel 18.
De wethouder vreesde blijkbaar dat de oorspronkelijke formulering te breed was en mogelijk alle verkoop buiten officiële plekken zou verbieden, wat onuitvoerbaar werd geacht. De directeur verduidelijkt hier dat het specifieke doel van de reglementswijziging is om "oneerlijke concurrentie" en "onofficiële onderhuur" tegen te gaan. Het gaat erom te voorkomen dat grossiers hun waar uitstallen op de gehuurde plek van een ander.
Om aan het bezwaar van de wethouder tegemoet te komen, stelt de directeur een concretere formulering voor, waarbij "plaats" wordt vervangen door "verkoopplaats". De brief toont het proces van beleidsvorming en de juridische precisie die nodig is bij het opstellen van marktreglementen. De brief is gedateerd op 17 april 1939, een periode van spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, hoewel daar in dit specifieke document niets van te merken is. De locatie, Jan van Galenstraat 14, is het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in 1934 waren geopend.
De Centrale Markt was het kloppend hart van de voedseldistributie in Amsterdam. Regels waren essentieel om de enorme stroom goederen en de honderden handelaren in goede banen te leiden. Oneigenlijk gebruik van ruimte (zoals de genoemde onderhuur of het bezetten van andermans verkoopplek) zou de ordelijke handel verstoren. De brief illustreert de nauwe samenwerking en soms ook de bureaucratische discussies tussen de uitvoerende macht (het Marktwezen) en het politieke bestuur (de Wethouder) van de stad.