Handgeschreven ambtelijk rapport of verslag betreffende marktvergunningen.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk rapport of verslag betreffende marktvergunningen. (5
~~het~~ bij art 11, ~~sub c~~ ^van het reglement op de
markten bepaalde en wel op respee-
tievelijk 24 Juli 37 en 21 februari 38.
Ph. Druif heeft vaste plaatsen op de markten
Waterlooplein en Dapperstraat.
De plaatsen worden ingenomen door
zijn echtgenoote.
Mevr. Druif deelde mij desgevraagd
mede, dat zij op de markt Waterlooplein
handel van den koopman A Cathan op haar
stal heeft. Zij verkoopt zelfstandig
in de combinatie Cathan – Waterman.
Mevr Druif ontvangt van Cathan
een vergoeding ~~waarbij is inbegrepen~~
~~het - betaling marktgeld -~~
terwijl het markt- en staangeld door A Cathan wordt betaald van ± f 2.- per dag.
Op haar stal op de markt aan
de Dapperstraat heeft zij ^vnl^ handel van
den grossier Mok e.a. ~~[Bij...]~~
In overeenstemming met het bij art 18 v.h. reglement op de markten
bepaalde mag Mevr Druif de plaats met haar echtgenoot innemen.
~~M~~ M. Druse heeft een vaste plaats op
de markt Sumatrastraat.
De plaats wordt ^als regel^ ingenomen door zijn
echtgenoote. (Reglement op de markten art 18.-) De tekst is een administratief verslag over het gebruik van marktplaatsen door specifieke individuen en hun echtgenotes. Het document controleert of de praktijk op de markt in overeenstemming is met de geldende reglementen (met name Artikel 11 en Artikel 18 van het markreglement).
Belangrijke punten in de tekst:
1. Regels voor echtgenoten: Er wordt expliciet getoetst of vrouwen de standplaats van hun echtgenoot mogen innemen.
2. Ondernemerschap: Mevr. Druif werkt op het Waterlooplein schijnbaar als tussenpersoon of partner voor de heren Cathan en Waterman, waarbij Cathan het marktgeld (staangeld) betaalt.
3. Correcties: De vele doorhalingen wijzen op een conceptverslag of een proces-verbaal dat tijdens of direct na een verhoor/controle is opgesteld.
4. Terminologie: Termen als "staangeld", "grossier" en "vaste plaatsen" zijn typisch voor de marktadministratie. Dit document stamt uit de jaren 1937-1938. De genoemde locaties (Waterlooplein, Dapperstraat) en de familienamen (Druif, Cathan, Waterman, Mok) wijzen sterk op de Joodse marktkoopliedengemeenschap in Amsterdam van vlak voor de Tweede Wereldoorlog.
In deze periode was de controle op marktvergunningen strikt. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt en de handel. Administratieve documenten zoals deze geven inzicht in de sociaaleconomische verhoudingen van die tijd: hoe kleine zelfstandigen samenwerkten, hoe de leges werden voldaan en hoe de rolverdeling tussen man en vrouw in de markthandel was geregeld. De verwijzingen naar specifieke artikelen uit het "Reglement op de markten" tonen de bureaucratische kaders waarbinnen deze kooplui moesten opereren. A. Cathan M. Druse