Getypte officiële brief of besluit (pagina 2 van een meerdelig document).
Origineel
Getypte officiële brief of besluit (pagina 2 van een meerdelig document). Niet vermeld op deze pagina (waarschijnlijk circa 1941-1945). De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J. Walch). -2-
het huidige seizoen een ventvergunning voor consumptieijs te
verstrekken.
Dit zal echter niet anders kunnen plaats vinden, dan nadat
alle andere ernstige pogingen hebben gefaald.
Ten slotte deel ik U mede, dat een regeling om alle con-
currentie van venters uit omliggende gemeenten uit te sluiten,
niet tot de taak van het Gemeentebestuur behoort, en tevens,
dat ik mij een nadere beslissing voorbehoud inzake Uw verzoek om
te bevorderen, dat 's avonds niet later dan tot 10 uur zal mo-
gen worden gevent en dat als complement de speciale ijssalons
op dat uur tevens zullen moeten worden gesloten.
vM
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
(get.) Voute
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. Walch Dit document betreft de regulering van de verkoop van consumptie-ijs door straatverkopers (venters) in Amsterdam. De belangrijkste punten zijn:
* Subsidiariteit: Het verstrekken van nieuwe ventvergunningen wordt gezien als een laatste redmiddel, pas in te zetten als andere pogingen (mogelijk tot marktregulering of steun) hebben gefaald.
* Vrije markt en concurrentie: De overheid stelt expliciet dat het weren van concurrentie uit omliggende gemeenten geen taak is van het Gemeentebestuur.
* Sluitingstijden: Er wordt overwogen om het venten 's avonds tot 10 uur te beperken. Om een gelijk speelveld te creëren, zouden ook de fysieke ijssalons op datzelfde tijdstip moeten sluiten. Dit wijst op een poging om de concurrentiestrijd tussen ambulante handel en vaste vestigingen te reguleren. De ondertekening door de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" plaatst dit document direct in de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Edward Voûte werd in 1941 door de bezetter benoemd tot regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam nadat het democratisch gekozen gemeentebestuur was ontbonden.
De focus op kleine economische regels, zoals ventvergunningen en sluitingstijden, is kenmerkend voor de verregaande reguleringsdrang van het bestuur tijdens de oorlogsjaren. Bovendien waren ijssalons in deze periode vaak een brandpunt van spanningen; in 1941 leidde een incident bij ijssalon Koco tot de eerste grote razzia's op Joden in Amsterdam. Hoewel dit document specifiek over algemene economische ordening lijkt te gaan, is de achtergrond van de bezetting en de daarmee gepaard gaande beperkingen (zoals spertijden) essentieel voor het begrip ervan. J. Walch