Getypte brief (doorslag of origineel op kantoorpapier).
Origineel
Getypte brief (doorslag of origineel op kantoorpapier). 26 april 1939. Een onbekende gemeentelijke of sociale dienst in Amsterdam (gezien de context en adressen). VD/HG.
extra (handgeschreven)
20/12/2 M.
26 April 1939.
den Heer Directeur voor
Maatschappelijken Steun,
Reguliersdwarsstraat 65-71,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 5.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 7 April jl. Afd.C.
No.492 heb ik de eer U, in verband met de daarin gestelde
vragen, het volgende te berichten.
Van de personen, die voorkomen op de als bijlage bij
Uw brief gevoegde lijst zijn bij mijn dienst niet bekend:
H.Ballering St.Jansstraat 39
R.L.Cornelissen Van Hillegaertstraat 3
J.W.Denker Nw.Keizersgracht 71
W.Drieduite O.Z.Achterburgwal 141
W.Fouwels Egelantiersstraat 148
G.W.Kragten 's Gravesandestraat 36
L.Pach Burg.Tellegenstraat 34
C.Ravesteijn Dijkstraat 30
A.W.Rees 3e Goudsbloemdw.straat 6
S.Scheffer Binnen Oranjestraat 22
W.J.Scheffer W.de Withstraat 7
S.Tak Vechtstraat 26
A.v.d.Ven Haarlemmerdijk 4
M.Vieijra Heerenstraat 17
J.v.d.Wal le Laurierdwarsstraat 17
M.Zwart Baarsjesweg 163
J.Stodel Nw.Kerkstraat 47
J.Stouwer Maritzstraat 11 Deze brief is een formeel-ambtelijke correspondentie tussen twee instanties in Amsterdam, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De toon is strikt zakelijk en hoffelijk ("heb ik de eer U"). De kern van de brief is een lijst van achttien namen met bijbehorende adressen in Amsterdam. De afzender meldt aan de Directeur van de "Maatschappelijken Steun" dat deze specifieke personen niet bekend zijn bij zijn dienst. Dit suggereert een proces van administratieve controle, waarbij adressen en identiteiten werden geverifieerd om te bepalen of iemand recht had op steun, of om het bevolkingsregister op te schonen. Het met blauw potlood bijgeschreven woord "extra" duidt op een latere toevoeging of een prioriteitsstatus binnen het archiefsysteem. De brief dateert uit april 1939, een periode waarin de economische crisis nog steeds voelbaar was en de Bureau voor Maatschappelijken Steun (de voorloper van de sociale dienst) een cruciale rol speelde in de overleving van vele Amsterdammers. De namen op de lijst zijn divers; namen zoals Pach, Vieijra en Stodel wijzen op de aanwezigheid van de Joodse gemeenschap in de genoemde wijken (zoals de Jordaan en de Grachtengordel). Hoewel deze correspondentie op dat moment een routineuze administratieve handeling was, is de nauwkeurige registratie van burgers en hun woonadressen in die jaren achteraf gezien wrang: deze zelfde administratieve systemen werden kort daarna door de Duitse bezetter gebruikt voor het opsporen en deporteren van burgers.