Getypte brief (afschrift) met handgeschreven kanttekeningen en stempel.
Origineel
Getypte brief (afschrift) met handgeschreven kanttekeningen en stempel. 7 april 1939. Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun, Amsterdam (w.g. Wilschut, waarnemend directeur). De heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. No.20/12/1 M.1939 8/4. AFSCHRIFT.-
GEMEENTELYK BUREAU VOOR
MAATSCHAPPELYKEN STEUN.
CA/LH
Gelieve by beantwoording aan AMSTERDAM, 7 April 1939.
te halen: Afd.C.No.492. Reguliersdwarsstraat 65-71.
Bylagen: 1.
Attentie Mr. van Praag. Aan den heer Directeur van het
Marktwezen,
[Handgeschreven in rood:] Jan van Galenstraat 14,
Spoed! A l h i e r (W).
--------
Naar aanleiding van een onderzoek, dat by Maatschappely-
ken Steun is ingesteld naar de Kleinfabrikanten in de sigaren-
industrie, zou ik het op prys stellen te vernemen, of van deze
categorie menschen, degenen die een marktplaats hebben, daar
uitsluitend eigen gefabriceerde sigaren verkoopen.
Gaarne had ik, dat U my binnen niet te langen tyd (b.v.
10 dagen) een indruk zoudt kunnen geven over de navolgende pun-
ten:
1. Verkoopt men op zyn marktplaats in het algemeen alleen hand-
werksigaren.
2. Hoeveel sigaren worden naar schatting verkocht.
Te Uwer oriënteering voeg ik hierby een lyst van 37 per-
sonen, die een marktplaats hebben en over wie zich bovengemeld
onderzoek heeft uitgestrekt.
De Directeur voor
Maatschappelyken Steun,
w.g.Wilschut
wnd.
[Handgeschreven in potlood/grijs onderaan:]
Th. van Moerkerken
s.v.p. uiterlijk 17/4'39 bericht.
13/4 '39 [Paraaf] Deze brief is een formeel verzoek om informatie tussen twee Amsterdamse gemeentelijke diensten in de vroege lente van 1939. De kern van de zaak is een controle op de inkomsten en bedrijfsactiviteiten van kleine zelfstandigen (kleinfabrikanten) in de sigarensector die een beroep deden op "Maatschappelijke Steun" (de toenmalige sociale dienst).
De dienst wil verifiëren of deze mensen daadwerkelijk hun eigen handwerk verkopen en in welke volumes, waarschijnlijk om te bepalen of zij recht hebben op steun of dat zij hun inkomsten correct opgeven. De lijst van 37 specifieke personen (die als bijlage werd meegezonden maar hier niet zichtbaar is) duidt op een gericht onderzoek.
De terminologie ("handwerksigaren") wijst op het onderscheid tussen de opkomende machinale productie en het traditionele handwerk, dat vaak door kleine ondernemers thuis of in kleine werkplaatsen werd gedaan. De handgeschreven toevoeging "Spoed!" en de krappe deadline in de kanttekening (bericht gevraagd voor 17 april) suggereren dat er haast geboden was bij het afronden van dit onderzoek. In 1939 verkeerde Nederland nog in de nasleep van de economische crisis van de jaren '30. De "Maatschappelijke Steun" was streng; cliënten werden nauwgezet gecontroleerd op neveninkomsten. Fraude of het niet opgeven van inkomsten leidde direct tot korting op de steunverlening.
De sigarenindustrie was in Amsterdam een belangrijke sector met veel kleine zelfstandigen. De Jan van Galenstraat 14, het adres van de ontvanger, was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen, het administratieve hart van het Amsterdamse marktwezen. De brief illustreert de bureaucratische controle op de onderkant van de arbeidsmarkt vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De genoemde "Mr. van Praag" was waarschijnlijk een hogere ambtenaar of jurist binnen de dienst die belast was met deze specifieke casussen.