Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 305
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (waarschijnlijk een verklikbrief of klacht).

12 november 1941 (gebaseerd op het stempel "M.1941 12/11").

Origineel

Handgeschreven brief (waarschijnlijk een verklikbrief of klacht). 12 november 1941 (gebaseerd op het stempel "M.1941 12/11"). № 25/151/1 M.1941 12/11 m. [paraaf]

Mijnheer
is het u bekent dat de plaats
van R. Goldstein steeds door
een ander vervangen word
dat is Verleden Maandagmid
dag geweest dat Meneer om
1 uur al van zijn plaats
is weggegaan en nu Maan
dag om 3 uur weer het
zelfde om te zuipen
een ander die niet mag
ook geen vreemde op
zijn Marktplaats laten staan
dus om op stap te gaan
al heelemaal niet laat u
daar eens goede nota van
neemt zoo noem ik
mij ook een Markman
die ook de hele dag in de
kou moet staan op de
Albert Cuypstraat * Inhoud: De schrijver van de brief beklaagt zich bij een autoriteit (waarschijnlijk de marktmeester of de politie) over een zekere heer R. Goldstein. De klacht houdt in dat Goldstein zijn vaste standplaats op de markt voortijdig verlaat (om 13:00 of 15:00 uur) om te gaan drinken ("zuipen") en uit te gaan ("op stap te gaan"). Ondertussen laat hij zijn plaats bezetten door "een ander" of "vreemden", wat volgens de schrijver niet is toegestaan.
* Toon en taalgebruik: De toon is verontwaardigd en afgunstig. De schrijver benadrukt zijn eigen zware werkomstandigheden ("die ook de hele dag in de kou moet staan") om het vermeende wangedrag van Goldstein te contrasteren. Het taalgebruik bevat enkele spelfouten en grammaticale onjuistheden (bijv. "bekent" i.p.v. "bekend", "word" i.p.v. "wordt", "nota van neemt"), wat duidt op een schrijver uit de arbeidersklasse.
* Betekenis: De brief is een voorbeeld van burgerlijke collaboratie of 'verraad' door middel van een anonieme of ondertekende klacht. Hoewel de klacht over marktregels lijkt te gaan, krijgt het een sinistere lading door de historische context en de Joodse achternaam van de beschuldigde. * Historische periode: De brief is geschreven in november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden anti-Joodse maatregelen steeds strenger.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was van oudsher een plek met veel Joodse kooplieden. Vanaf september 1941 mochten Joden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan, of werden zij volledig uit het economische leven geweerd.
* Risico: Een dergelijke klacht over een Joodse marktkoopman in 1941 was levensgevaarlijk. In het klimaat van de bezetting kon een melding over een kleine overtreding (zoals het verlaten van een standplaats) leiden tot intrekking van de vergunning, arrestatie of deportatie. Veel van deze brieven werden gedreven door jaloezie om standplaatsen of simpelweg door antisemitisme.
* De persoon R. Goldstein: In de archieven van de Jodenvervolging komen meerdere personen met de naam R. Goldstein voor die op of nabij de Albert Cuypmarkt werkten. Deze brief is een tastbaar bewijs van hoe gewone burgers bijdroegen aan de uitsluiting van hun Joodse stadgenoten. R. Goldstein Politie

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver van de brief beklaagt zich bij een autoriteit (waarschijnlijk de marktmeester of de politie) over een zekere heer R. Goldstein. De klacht houdt in dat Goldstein zijn vaste standplaats op de markt voortijdig verlaat (om 13:00 of 15:00 uur) om te gaan drinken ("zuipen") en uit te gaan ("op stap te gaan"). Ondertussen laat hij zijn plaats bezetten door "een ander" of "vreemden", wat volgens de schrijver niet is toegestaan.
  • Toon en taalgebruik: De toon is verontwaardigd en afgunstig. De schrijver benadrukt zijn eigen zware werkomstandigheden ("die ook de hele dag in de kou moet staan") om het vermeende wangedrag van Goldstein te contrasteren. Het taalgebruik bevat enkele spelfouten en grammaticale onjuistheden (bijv. "bekent" i.p.v. "bekend", "word" i.p.v. "wordt", "nota van neemt"), wat duidt op een schrijver uit de arbeidersklasse.
  • Betekenis: De brief is een voorbeeld van burgerlijke collaboratie of 'verraad' door middel van een anonieme of ondertekende klacht. Hoewel de klacht over marktregels lijkt te gaan, krijgt het een sinistere lading door de historische context en de Joodse achternaam van de beschuldigde.

Historische Context

  • Historische periode: De brief is geschreven in november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden anti-Joodse maatregelen steeds strenger.
  • Locatie: De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was van oudsher een plek met veel Joodse kooplieden. Vanaf september 1941 mochten Joden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan, of werden zij volledig uit het economische leven geweerd.
  • Risico: Een dergelijke klacht over een Joodse marktkoopman in 1941 was levensgevaarlijk. In het klimaat van de bezetting kon een melding over een kleine overtreding (zoals het verlaten van een standplaats) leiden tot intrekking van de vergunning, arrestatie of deportatie. Veel van deze brieven werden gedreven door jaloezie om standplaatsen of simpelweg door antisemitisme.
  • De persoon R. Goldstein: In de archieven van de Jodenvervolging komen meerdere personen met de naam R. Goldstein voor die op of nabij de Albert Cuypmarkt werkten. Deze brief is een tastbaar bewijs van hoe gewone burgers bijdroegen aan de uitsluiting van hun Joodse stadgenoten.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Politie

Gerelateerde Documenten 6