Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 320
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief / Verzoekschrift

24 november 1941 Van: Een voormalig marktkoopman (naam niet vermeld op deze pagina) Aan: De Wel Edelen Heer Directeur van het marktwezen te Amsterdam

Origineel

Brief / Verzoekschrift 24 november 1941 Een voormalig marktkoopman (naam niet vermeld op deze pagina) De Wel Edelen Heer Directeur van het marktwezen te Amsterdam No 25 / 157 / 1 M. 1941 26/11 Amst. Insp.
Amsterdam 24-11 '41

Aan den Wel Edelen Heer
Directeur van het marktwezen

Mijnheer bij dezen neem ik de vrijheid
mij tot u te wenden om wederom
een standplaats in te kunnen nemen
op de markt aan de Albert Cuyp-
straat aan gezien ik door tijds omstan-
digheden en ook door sterfgeval van
mijn vrouw niet in staat was om mij te
kunnen handhaven van wegen de geweldige
concurrentie strijd die hoe langer hoe
meer op ons werd toegepast of schoon
ik en mijn vrouw tientallen jaren op de
markt hebben gestaan, Maar toen ik
alleen kwam te staan moest ik het op-
geven des ondanks heb ik tog getracht
om op een anderen manier mijn
brood te verdienen wat mij ook tot
zoo verre is gelukt ik ben zeven maanden
in de werk verruiming geweest maar
nu begin ik te gevoelen dat ik het
niet langer meer vol kan houden

25 In deze brief doet een oud-marktkoopman een emotioneel en dwingend verzoek aan de directeur van het Amsterdams marktwezen. De schrijver vraagt om zijn oude standplaats op de Albert Cuypmarkt terug te krijgen. Hij legt uit dat hij eerder gedwongen was te stoppen door een combinatie van persoonlijke tragiek (het overlijden van zijn vrouw) en de "tijdsomstandigheden".

Nadat hij er alleen voor kwam te staan, bleek de concurrentiestrijd op de markt te zwaar. Hij heeft de afgelopen zeven maanden geprobeerd in zijn levensonderhoud te voorzien via de 'werkverruiming' (werkverschaffing), maar geeft aan dat hij dit fysiek of mentaal niet langer volhoudt. De toon van de brief is nederig ("neem ik de vrijheid mij tot u te wenden") maar ook getuigend van wanhoop. De datum van de brief, 24 november 1941, is cruciaal voor het begrijpen van de context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De term "tijdsomstandigheden" was in die periode vaak een eufemisme voor de ingrijpende gevolgen van de bezetting en de anti-Joodse maatregelen.

De Albert Cuypmarkt had van oudsher veel Joodse kooplieden. Vanaf begin 1941 werden zij steeds verder in het nauw gedreven door beperkende maatregelen. Hoewel de schrijver zijn etniciteit niet expliciet noemt, past zijn relaas over de "geweldige concurrentiestrijd die hoe langer hoe meer op ons werd toegepast" in het beeld van de systematische uitsluiting van bepaalde groepen van de reguliere markt.

De vermelding van de "werkverruiming" verwijst naar de door de overheid georganiseerde werkverschaffingsprojecten. Tijdens de bezetting werd dit systeem vaak ingezet om werklozen (en specifiek Joodse werklozen) onder zware omstandigheden te laten werken, dikwijls als voorbode van latere deportatie naar werkkampen. Het feit dat de schrijver dit niet meer volhoudt en terug wil naar de markt, toont de uitzichtloze situatie waarin veel Amsterdammers zich in de winter van 1941 bevonden.

Samenvatting

In deze brief doet een oud-marktkoopman een emotioneel en dwingend verzoek aan de directeur van het Amsterdams marktwezen. De schrijver vraagt om zijn oude standplaats op de Albert Cuypmarkt terug te krijgen. Hij legt uit dat hij eerder gedwongen was te stoppen door een combinatie van persoonlijke tragiek (het overlijden van zijn vrouw) en de "tijdsomstandigheden".

Nadat hij er alleen voor kwam te staan, bleek de concurrentiestrijd op de markt te zwaar. Hij heeft de afgelopen zeven maanden geprobeerd in zijn levensonderhoud te voorzien via de 'werkverruiming' (werkverschaffing), maar geeft aan dat hij dit fysiek of mentaal niet langer volhoudt. De toon van de brief is nederig ("neem ik de vrijheid mij tot u te wenden") maar ook getuigend van wanhoop.

Historische Context

De datum van de brief, 24 november 1941, is cruciaal voor het begrijpen van de context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De term "tijdsomstandigheden" was in die periode vaak een eufemisme voor de ingrijpende gevolgen van de bezetting en de anti-Joodse maatregelen.

De Albert Cuypmarkt had van oudsher veel Joodse kooplieden. Vanaf begin 1941 werden zij steeds verder in het nauw gedreven door beperkende maatregelen. Hoewel de schrijver zijn etniciteit niet expliciet noemt, past zijn relaas over de "geweldige concurrentiestrijd die hoe langer hoe meer op ons werd toegepast" in het beeld van de systematische uitsluiting van bepaalde groepen van de reguliere markt.

De vermelding van de "werkverruiming" verwijst naar de door de overheid georganiseerde werkverschaffingsprojecten. Tijdens de bezetting werd dit systeem vaak ingezet om werklozen (en specifiek Joodse werklozen) onder zware omstandigheden te laten werken, dikwijls als voorbode van latere deportatie naar werkkampen. Het feit dat de schrijver dit niet meer volhoudt en terug wil naar de markt, toont de uitzichtloze situatie waarin veel Amsterdammers zich in de winter van 1941 bevonden.

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6