Brief / Ambtelijk schrijven
Origineel
Brief / Ambtelijk schrijven 8 januari 1941 Dapperstraat
8 Jan: 1941
Den Heer
Inspecteur
Vaste plaatshouders uitstel geven van plaats
bezetten, wil zeggen het laten verloopen van
een markt. Hierbij zou ik U in overweging
willen geven, Dhr: S. v: Engel pl: n: 117, bij U te
laten ontbieden, en hem er op te wijzen, dat
het ook zijn belang is dat de markt niet
verloopt, en hij dus 1 dag per week van
zijn plaats gebruik moet maken —
J. Renz In deze korte brief uit de schrijver, J. Renz, zijn zorg over het functioneren van de markt in de Dapperstraat. Hij stelt dat wanneer vaste plaatshouders toestemming krijgen om hun plek niet te bezetten ("uitstel geven"), dit de kwaliteit en de aantrekkingskracht van de markt schaadt ("het laten verloopen van een markt").
Concreet adviseert hij de inspecteur om een specifieke koopman, de heer S. v. Engel (die staanplaats nummer 117 bezet), bij zich te roepen (te "ontbieden"). Het doel van dit gesprek zou moeten zijn om de koopman duidelijk te maken dat het ook in zijn eigen belang is dat de markt vitaal blijft, en dat hij daarom verplicht is om minstens één dag per week daadwerkelijk op de markt aanwezig te zijn met zijn handel. Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Dapperstraat in Amsterdam is de locatie van de bekende Dappermarkt.
De historische context van dit specifieke jaar is cruciaal: in 1941 werden de maatregelen van de bezetter tegen de Joodse bevolking steeds strenger. Veel Joodse handelaren waren actief op de Amsterdamse markten. De naam "S. v. Engel" (mogelijk Salomon van Engel) wijst zeer waarschijnlijk op een Joodse marktkoopman. In de loop van 1941 werden Joden steeds vaker geweerd van reguliere markten of gedwongen naar specifieke "Joodse markten" te verhuizen.
Hoewel de brief van Renz op het eerste gezicht een louter zakelijke of disciplinaire kwestie lijkt over het handhaven van marktregels, kan de afwezigheid van de heer Van Engel te maken hebben gehad met de toenemende repressie, onzekerheid of restricties waar Joodse burgers op dat moment mee te maken kregen. De bureaucratische toon van de brief is kenmerkend voor de manier waarop de administratie onder de bezetting bleef functioneren, vaak zonder direct te verwijzen naar de politieke realiteit van die tijd. Inspecteur (De heer) J. Renz Vaste plaatshouders (Inspecteur)