Archiefdocument
Origineel
MARKTWEZEN
AMSTERDAM
--------------------------
No. 1071
Dienst Marktwezen
Ondergeteekende C. Marcus
houder~~(ster)~~ van een vaste plaats(en) No. 50
op de Markt Dapperstraat
wenscht met ingang van 10 - 2 - 41
van deze plaats(en) geen verder gebruik te maken.
AMSTERDAM, 7 - 2 - 1941
HANDTEEKENING :
C Marcus
M.W. 67 1000-12-'40
OPMERKINGEN :
[Stempel in paars]: No d/b/22
[Groot stempel in paars]: M. 1941
[Kader rechtsonder]:
Afgevoerd C. W. No. ............
[Stempel in paars]: 10 FEB. 1941
week van .................... tot .................... Dit document is een officiële afstandsverklaring van een marktplaats op de Dappermarkt in Amsterdam. De ondertekenaar, C. Marcus, verklaart per 10 februari 1941 geen gebruik meer te willen maken van vaste staanplaats nummer 50.
De administratieve verwerking is zichtbaar door verschillende stempels. Het formulier zelf is gedrukt in december 1940 (code M.W. 67 1000-12-'40). De afkorting "C.W." in het rechtervak verwijst naar de 'Centrale Wissel', het administratieve systeem van de Dienst Marktwezen voor de registratie van standplaatsen. De grote "M. 1941" stempel duidt waarschijnlijk op de jaarmap of het register waarin dit document werd gearchiveerd. De datum van dit document, 7 februari 1941, is historisch zeer beladen. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De Dappermarkt bevond zich in Amsterdam-Oost, een wijk met een grote Joodse populatie en veel Joodse marktkooplieden.
Vanaf begin 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam in hoog tempo opgevoerd. Hoewel de formele verordening die Joden verbood op markten te staan (behalve op specifiek aangewezen 'Joodse markten') pas later in 1941 volledig van kracht werd, werden veel Joodse ondernemers in deze periode al door intimidatie, onzekerheid of directe pressie gedwongen hun nering op te geven.
Slechts enkele dagen na de ondertekening van dit formulier, op 12 februari 1941, werd de Joodse wijk in Amsterdam voor het eerst afgesloten na rellen op het Waterlooplein, wat uiteindelijk zou leiden tot de razzia's van februari en de daaropvolgende Februaristaking. Het opzeggen van standplaatsen door Joodse Amsterdammers in deze specifieke weken was vaak een direct gevolg van de toenemende vervolging en de onmogelijkheid om hun beroep nog langer veilig uit te oefenen. C. Marcus W. No Gemeente Amsterdam Marktwezen