Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 447
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (mogelijk een kladversie of een bericht aan een instantie).

18 maart 1941.

Origineel

Handgeschreven brief (mogelijk een kladversie of een bericht aan een instantie). 18 maart 1941. Amsterdam 18.3.1941
Mijnheer mi. [naam/initialen onduidelijk, mogelijk 'Huny']

Daar verschenen Zaterdag
De Marktmeester bij mijn
kwam toen moest ik
twee weken betalen
en ik heb een week betaald
want ik meende als dat
ik de vouge [vorige] week niet
mogt staan maar de
Marktmeester [doorgehaald woord] zei
ik moest twee weken be
talen nu begrijp ik keek
erg vreemd op en zei dat
ik niet onbelyk [onbillijk] was maar
dat ik het onderzoeken zou
en nou vraag ik uw
moet het betaalt worden
ja of neen zoo ja betaal
ik Zaterdag zoo neen hoop
ik bericht van uw ontvangen * Inhoud: De schrijver, vermoedelijk een marktkraamhouder, beklaagt zich over een vordering van de marktmeester. Er is onenigheid over het staangeld: de marktmeester eist betaling voor twee weken, terwijl de schrijver dacht dat hij over één week niet hoefde te betalen omdat hij toen "niet mogt staan" (geen toestemming had of verhinderd was).
* Taalgebruik: Het document bevat diverse taalfouten en archaïsche vormen die wijzen op een schrijver met een beperkte formele opleiding:
* “bij mijn kwam”: Gebruik van het bezittelijk voornaamwoord als persoonlijk voornaamwoord.
* “vouge”: Waarschijnlijke verschrijving van "vorige".
* “onbelyk”: Bedoeld wordt "onbillijk" (onredelijk) of "onwillig".
* “als dat”: Pleonastisch voegwoordgebruik.
* “betaalt”: Foutieve vervoeging (moet 'betaald' zijn als voltooid deelwoord).
* Toon: De brief is vragend en beleefd, maar ook standvastig ("ik keek erg vreemd op"). De schrijver zoekt duidelijkheid alvorens de rest van het bedrag te voldoen. * Historische context: De brief is geschreven in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting (maart 1941). Dit was een periode van toenemende regeldruk en bureaucratie.
* Sociaal-economisch: De markthandel was in die tijd streng gereguleerd. De opmerking "niet mogt staan" kan duiden op nieuwe verordeningen van de bezetter of het gemeentebestuur. In februari 1941 (vlak voor deze brief) vonden de Februaristaking en diverse anti-Joodse maatregelen plaats, wat de handel op de Amsterdamse markten (zoals het Waterlooplein of de Albert Cuyp) diepgaand beïnvloedde. Hoewel de brief een zakelijk geschil over staangeld betreft, weerspiegelt het de dagelijkse onzekerheid van kleine ondernemers in oorlogstijd.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver, vermoedelijk een marktkraamhouder, beklaagt zich over een vordering van de marktmeester. Er is onenigheid over het staangeld: de marktmeester eist betaling voor twee weken, terwijl de schrijver dacht dat hij over één week niet hoefde te betalen omdat hij toen "niet mogt staan" (geen toestemming had of verhinderd was).
  • Taalgebruik: Het document bevat diverse taalfouten en archaïsche vormen die wijzen op een schrijver met een beperkte formele opleiding:
    • “bij mijn kwam”: Gebruik van het bezittelijk voornaamwoord als persoonlijk voornaamwoord.
    • “vouge”: Waarschijnlijke verschrijving van "vorige".
    • “onbelyk”: Bedoeld wordt "onbillijk" (onredelijk) of "onwillig".
    • “als dat”: Pleonastisch voegwoordgebruik.
    • “betaalt”: Foutieve vervoeging (moet 'betaald' zijn als voltooid deelwoord).
  • Toon: De brief is vragend en beleefd, maar ook standvastig ("ik keek erg vreemd op"). De schrijver zoekt duidelijkheid alvorens de rest van het bedrag te voldoen.

Historische Context

  • Historische context: De brief is geschreven in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting (maart 1941). Dit was een periode van toenemende regeldruk en bureaucratie.
  • Sociaal-economisch: De markthandel was in die tijd streng gereguleerd. De opmerking "niet mogt staan" kan duiden op nieuwe verordeningen van de bezetter of het gemeentebestuur. In februari 1941 (vlak voor deze brief) vonden de Februaristaking en diverse anti-Joodse maatregelen plaats, wat de handel op de Amsterdamse markten (zoals het Waterlooplein of de Albert Cuyp) diepgaand beïnvloedde. Hoewel de brief een zakelijk geschil over staangeld betreft, weerspiegelt het de dagelijkse onzekerheid van kleine ondernemers in oorlogstijd.

Locaties

Albert Cuypmarkt Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6