Officiële brief/kennisgeving van de Dienst der Markten.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving van de Dienst der Markten. 15 september 1941. De Directeur van de Markten, Amsterdam. Den Heer M. Heilbron, Weesperstraat 112 III, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven, rechtsboven:] M. de Laar
[Handgeschreven, middenboven in blauw potlood:] Verzonden 16/9
[Getypt, rechtsboven:] HG.
[Getypt, rechtsboven onder HG:]
den Heer M.Heilbron,
Weesperstraat 112 III,
Amsterdam-Centrum.
[Getypt, rechtsboven onder adres:] Wijk 10.
[Getypt, linksboven:] 26/31/3 M.
[Getypt, rechts:] 15 September 1941.
[Inhoud:]
Mij is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 6 September jl. de markt aan de Dapperstraat andermaal niet op het voorgeschreven tijdstip met Uw goederen had verlaten, ondanks de waarschuwing vervat in mijn brief d.d. 28 November 1940 No.26/81/9 M.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van één dag, namelijk op Zaterdag 20 September a.s.
[Ondertekening:]
De Directeur, De brief is een formele tuchtrechtelijke beschikking van de Amsterdamse marktautoriteiten aan een marktkoopman, de heer M. Heilbron. De reden voor de straf is het niet tijdig ontruimen van zijn standplaats op de Dapperstraatmarkt op zaterdag 6 september 1941.
Omdat het een herhaalde overtreding betreft (er wordt verwezen naar een eerdere waarschuwing uit november 1940), wordt er een sanctie opgelegd: een uitsluiting van alle markten in de stad voor de duur van één dag, te weten zaterdag 20 september 1941. De juridische grondslag hiervoor is artikel 39 lid 1 van het vigerende Marktreglement. De toon is strikt bureaucratisch en illustratief voor de nauwkeurige handhaving van gemeentelijke verordeningen in die tijd. Dit document stamt uit september 1941, een periode tijdens de Duitse bezetting waarin de bewegingsvrijheid en economische bestaansmogelijkheden voor Joodse Amsterdammers steeds verder werden ingeperkt. Het adres, Weesperstraat 112, lag in het hart van de Joodse buurt.
Hoewel de brief een reguliere administratieve maatregel lijkt, krijgt deze een sinistere lading door de datum en de persoon. Op 15 september 1941, de datum van deze brief, werden door de bezetter nieuwe verordeningen afgekondigd die de aanwezigheid van Joden op openbare markten verder beperkten of verboden. De heer Meyer Heilbron, de geadresseerde, was inderdaad een Joodse marktkoopman. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat hij in 1942 is gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. Dit document toont hoe de dagelijkse bureaucratie doorliep terwijl de vervolging intensiveerde; een kleine overtreding van de markttijden leidde tot een straf die de broodwinning van een gezin onder druk zette, vlak voordat zij volledig uit de samenleving werden verstoten. M.