Officiële brief/kennisgeving van een tuchtrechtelijke maatregel.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving van een tuchtrechtelijke maatregel. 15 september 1941. Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14 (West). Den Heer A. Bromet, Wagenaarstraat 48 III, Amsterdam-Oost. [Briefhoofd]
A.Z. Model No. 8a-5000-6-'40-1070
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West) HG.
Telefoon 85151
Aan: den Heer A. Bromet,
Wagenaarstraat 48 III,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
[Handgeschreven door de tekst boven links:] opbergen bij
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No: 26/31/4 M.
Bijlagen: [Handgeschreven:] 13 24/9 M
Datum: 15 September 1941.
Onderwerp:
[Inhoud]
Mij is gerapporteerd, dat U, ondanks de waarschuwing vervat in mijn brief d.d. 29 November 1940 No. 26/81/7 M. op Zaterdag 6 September jl. de markt aan de Dapperstraat andermaal niet op het voorgeschreven tijdstip met Uw goederen had verlaten.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van één dag, namelijk op Zaterdag 20 September a.s.
De Directeur,
[Handtekening]
[Handgeschreven kanttekeningen linksonder]
Is 70 jaar.
Kan moeilijk zijn
brood verdienen.
Zal zorgen dat het niet
meer voorkomt.
[Handgeschreven kanttekening middenonder]
wordt 24-9-41
de heer
bespr. met Directeur
[Paraaf/Handtekening] * Onderwerp: De brief betreft een officiële strafmaatregel tegen een marktkopman, de heer A. Bromet.
* Overtreding: De heer Bromet heeft de markt aan de Dapperstraat op zaterdag 6 september 1941 niet op tijd verlaten. Dit was een herhaalde overtreding, aangezien hij in november 1940 al een waarschuwing had gekregen.
* Straf: Overeenkomstig het Reglement op de Markten (art. 39 lid 1) krijgt hij een marktverbod voor één dag opgelegd, namelijk voor zaterdag 20 september 1941.
* Bureaucratie: Het document illustreert de strikte handhaving van gemeentelijke verordeningen door het Marktwezen in Amsterdam.
* Persoonlijke omstandigheden: De handgeschreven aantekeningen linksonder lijken een smeekbede of een verslag van een verweer te zijn. Er wordt gewezen op de hoge leeftijd van de man (70 jaar) en zijn penibele financiële situatie ("Kan moeilijk zijn brood verdienen"). De belofte dat het niet meer zal voorkomen, duidt op een poging tot clementie. * Tijdsgewricht: Het document dateert uit september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Sociaal-historische context: De naam "Bromet" is een veelvoorkomende Joods-Nederlandse achternaam. In 1941 werden Joodse burgers in Amsterdam steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden. Joodse marktkooplieden mochten vanaf september 1941 alleen nog op specifieke "Joodse markten" staan. De Dapperstraat bevond zich in Amsterdam-Oost, een wijk met een grote Joodse populatie.
* Betekenis: Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale disciplinaire kwestie lijkt, krijgt het document een wrange lading door de historische context. Voor een 70-jarige man in oorlogstijd betekende het missen van één marktdag direct een gebrek aan inkomsten voor basisbehoeften ("brood verdienen"). De aantekening "bespr. met Directeur" op 24 september (na de datum van de opgelegde straf) suggereert dat er achteraf nog over de zaak is gesproken, mogelijk naar aanleiding van het verweer over zijn leeftijd en armoede.