Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 20 november 1941. L. Winnik, Waterlooplein 19hs, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel linksboven:]
№ 26/39/1 M. 1941 24/11
[Rechtsboven:]
Amsterdam 20 November 1941
[Midden:]
Aan den Directeur v/h Marktwezen
Amsterdam.
[Marginale aantekening rechts:]
hr. Mulder
hr. de Boer.
[Inhoud brief:]
Mijnheer
Naar aanleiding van de nieuwe
Verordening, verzoek ik U om restitutie
van het door mij, reeds betaalde marktgeld
voor een vaste standplaats aan het
Waterlooplein en Dapperstraat,
[Horizontale streep]
Tevens verzoek ik U, mij op de candidatenlijst te plaatsen,
voor het Waterlooplein.
Hoogachtend,
L. Winnik ..
[Aantekening linkerzijde:]
app terug aan L Winnik
voor wat betreft de restitutie.
[Adres linksonder:]
L. Winnik
Waterlooplein 19 hs.
Amsterdam. De brief is geschreven door L. Winnik, een marktkoopman woonachtig aan het Waterlooplein in Amsterdam. Hij verzoekt om twee zaken:
1. Restitutie van marktgeld: Hij wil het reeds betaalde geld voor zijn vaste standplaatsen op het Waterlooplein en in de Dapperstraat terugontvangen.
2. Plaatsing op de kandidatenlijst: Hij wil geregistreerd worden voor een standplaats op het Waterlooplein.
De aanleiding voor dit schrijven is expliciet "de nieuwe Verordening". De brief bevat ambtelijke kanttekeningen die wijzen op de afhandeling door de heren Mulder en De Boer, waarbij een aantekening in de marge suggereert dat het verzoek om restitutie in behandeling is genomen. Dit document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "nieuwe Verordening" waar Winnik naar verwijst, is vrijwel zeker Verordening 198/41. Deze verordening verbood Joodse marktkooplieden vanaf september/oktober 1941 om nog langer op de reguliere openbare markten te staan.
Als gevolg hiervan mochten Joodse kooplieden alleen nog handelen op specifiek aangewezen "Joodse markten". Het Waterlooplein werd een van deze aangewezen locaties, terwijl andere markten (zoals de Dapperstraat) verboden terrein werden voor Joden. L. Winnik (Leendert Winnik, die inderdaad op dit adres woonde en de oorlog niet overleefde) was een Joodse Amsterdammer.
De brief illustreert de directe economische en bureaucratische gevolgen van de anti-Joodse maatregelen: Winnik moet zijn betaalde geld voor de nu verboden standplaats (Dapperstraat) terugvragen en proberen een plek te bemachtigen op de officieel voor Joden gereserveerde markt aan het Waterlooplein. L. Winnik Marktwezen