Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 3 februari 1941. J.W. Pot Jr. Een ongenoemde functionaris, geadresseerd als "Weledele Heer" (waarschijnlijk de marktmeester of een ambtenaar van de Gemeentelijke Marktdienst). [Bovenaan:]
Nº 27/7/3 M. 1941 5/2
Amsterdam, 3 Februari 1941
[Aanhef:]
Weldedele Heer,
[Inhoud:]
Hiermede kom ik nog-
maals met een beleefd verzoek
aan UEd.
Zoooals UEd. weet is mijn
vader J. W. Pot Sr. standplaats-
ten Katestraat de laatste tijd
hoofdzakelijk wat zijn gezicht-
vermogen betreft niet zoo
erg best meer, waardoor mijn
moeder hem nu op zijn stand-
plaats moet helpen.
Nu verzoek ik UEd.
beleefd of UEd. er geen bezwaar
in zal hebben, dat ik
ondergeteekende J. W. Pot Jr.
ook standplaats in de
ten Katestraat hebbende
mijn moeder tijdelijk zal
mogen assisteeren op mijn
vaders standplaats.
[Rechtsonder:]
27 De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman, J.W. Pot Jr., aan de autoriteiten. De kern van het verzoek is toestemming om zijn moeder bij te staan bij de exploitatie van de marktkraam (standplaats) van zijn vader, J.W. Pot Sr.
De aanleiding is van medische aard: de vader lijdt aan een verslechterend gezichtsvermogen. De zoon voert aan dat hij zelf ook een standplaats in de Ten Katestraat heeft, wat zijn aanwezigheid ter plaatse logisch maakt. De toon van de brief is uiterst onderdanig en beleefd, wat blijkt uit termen als "beleefd verzoek" en de herhaalde aanspreekvorm "UEd." (Uw Edelgestrenge/U Edelen). Opvallend is de spelfout in de aanhef ("Weldedele" in plaats van "Weledele"), wat vaker voorkwam in brieven van burgers die probeerden een formele, ambtelijke stijl te hanteren. Het document dateert uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Ten Katestraat in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke locatie voor de dagmarkt.
In deze periode was de handel op markten strikt gereguleerd door de gemeente. Marktkooplieden hadden persoonsgebonden vergunningen. Het was niet zonder meer toegestaan dat familieleden of derden hielpen bij een kraam zonder officiële toestemming of registratie. Voor een familiebedrijf op de markt was het behoud van de standplaats van essentieel belang voor het levensonderhoud, zeker wanneer de hoofdhoudster of -houder door fysieke gebreken, zoals slechtziendheid, niet meer zelfstandig kon functioneren. De administratieve stempels wijzen erop dat dit verzoek officieel is ingeboekt bij de gemeentelijke administratie. J.W. Pot W. Pot