Handgeschreven anonieme brief met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven anonieme brief met ambtelijke aantekeningen. April 1941 (gebaseerd op annotaties). [Hoofdtekst - rechterzijde en onderzijde]
2 Joodmensen achter de
kar die meteen een
mooie standplaats in
hebben genomen. Terwijl
er zooveel arme menschen
zijn die hem toe kamen
En als u geen maatregelen
neemt dan nemen wij
maatregelen. Want ik
begrijp niet dat het
nog zoo goed gaat.
Want als de Vader er
niet meer is hebben de
kinderen er toch geen
recht op. Hopende dat
dit geval goed onderzocht
wordt Schijnbaar zit er
wat anders achter met de
marktmeester. misschien
wel over geldzaken met
de marktmeester.
[Annotaties - linkerzijde]
(Zwarte inkt, linksboven):
zie schrijven van J. Hoogendorp
no 27/29/1.
(Rode inkt, midden links):
Dezen naamlozen briefschrijver
acht ik een laagstaand individu;
eenig commentaar is overbodig.
April '41
[Paraaf]
(Blauwe inkt, diagonaal):
niet meer
op brieven
schrijven!
8-5-'41
[Paraaf]
(Potlood, linksonder):
wat een
held!
Anoniem * Inhoud: De brief is een anonieme klacht/dreigement gericht aan een autoriteit (waarschijnlijk een burgemeester of marktwezen). De schrijver beklaagt zich over twee Joodse personen die een goede standplaats op de markt hebben gekregen. Er wordt gesuggereerd dat dit ten koste gaat van "arme [niet-Joodse] menschen" en er wordt gezinspeeld op corruptie van de marktmeester. De schrijver dreigt met eigenrichting ("dan nemen wij maatregelen").
* Toon: Afgunstig, antisemitisch en dreigend. De schrijver beroept zich op een vermeend onrecht wat betreft overervingsrechten van standplaatsen.
* Handschrift: Een verzorgd maar enigszins archaïsch handschrift, passend bij de eerste helft van de 20e eeuw. * Historische context: De brief dateert uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode waarin anti-Joodse maatregelen toenamen en de bezetter burgers aanmoedigde om "misstanden" (vaak gericht tegen Joden of politieke tegenstanders) te melden.
* Ambtelijke reactie: De rode annotatie is opmerkelijk. Een functionaris (mogelijk de burgemeester) spreekt zijn diepe verachting uit voor de anonieme brievenschrijver door deze een "laagstaand individu" te noemen. Dit getuigt van een morele afwijzing van collaboratie-achtig gedrag en anonieme verklikkerij, ondanks de politieke druk van die tijd.
* Administratieve afhandeling: De blauwe aantekening uit mei 1941 geeft de instructie om niet langer op dergelijke (anonieme) brieven te reageren of ze in behandeling te nemen. Het potloodcommentaar "wat een held!" is een sarcastische toevoeging, waarschijnlijk van een latere archivaris of ambtenaar, die de lafheid van de anonieme schrijver benadrukt. J. Hoogendorp Marktwezen