Getypte brief (waarschijnlijk doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk doorslag of archiefkopie). 9 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Dienst der Markten van de gemeente Amsterdam). Den Heer M. Veldman, Marco Polostraat 290 hs, Amsterdam-West. Extra
HG.
den Heer M.Veldman,
Marco Polostraat 290 hs,
Amsterdam-West.
Wijk 26A.
27/33/2 M. 9 Mei 1941.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 25 April jl. verleen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Ten Katestraat te bezetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, Deze brief is een officiële beschikking aan de heer M. Veldman. In reactie op zijn verzoek van 25 april 1941, krijgt hij toestemming om zijn marktplaats op de Ten Katemarkt in Amsterdam gedurende drie maanden niet persoonlijk te bezetten. Dit "uitstel van verplichting" is echter aan een strikte voorwaarde verbonden: het wekelijkse marktgeld moet onveranderd doorbetaald worden aan de dienstdoende marktambtenaar.
De toon is zakelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor gemeentelijke correspondentie uit die tijd. De vermelding van "Wijk 26A" duidt op de administratieve indeling van de Amsterdamse markten. De datum van de brief, 9 mei 1941, is historisch beladen. De brief is geschreven precies één jaar na de Duitse inval in Nederland, tijdens de bezettingstijd. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, moet deze gezien worden in het licht van de toenemende restricties voor (met name Joodse) ondernemers en marktkooplieden in Amsterdam.
De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke volksmarkt. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel. Vanaf begin 1941 werden de maatregelen tegen Joden aangescherpt; later dat jaar zouden zij zelfs helemaal van de reguliere markten verbannen worden naar speciaal aangewezen Joodse markten.
Hoewel uit de tekst niet direct blijkt waarom de heer Veldman om uitstel vroeg, zijn dergelijke documenten in archieven vaak bewaard gebleven als onderdeel van de documentatie over de economische uitsluiting van burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het document toont aan dat de gemeentelijke bureaucratie en het innen van gelden onder het toeziend oog van de bezetter onverstoorbaar doorgingen. M. Veldman Gemeente Amsterdam Marktwezen