Dienstbrief (officieel schrijven van een gemeentelijke instantie).
Origineel
Dienstbrief (officieel schrijven van een gemeentelijke instantie). 25 augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Mevr. W.J.P. van Rijn-Herrekammer, Nicolaas Beetsstraat 89 hs, Amsterdam-West. [Handgeschreven, rechtsboven:] Zie M de Boer.
[Handgeschreven, linksboven:] Extra
[Getypt, rechtsboven:] HG.
[Getypt, rechts:]
Mw.W.J.P.van Rijn-Herrekammer,
Nic.Beetsstraat 89 hs,
Amsterdam-West.
Wijk 12.
[Getypt, links:] 27/49/2 M.
[Getypt, rechts:] 25 Augustus 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 Augustus jl: verleen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Ten Katestraat te bezetten.
U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, In dit document verleent de directeur van het Amsterdamse marktwezen een tijdelijk uitstel van de bezettingsplicht aan een marktkraamhoudster, mevrouw Van Rijn-Herrekammer. Zij had een standplaats op de Ten Katemarkt (gelegen in Amsterdam-West, destijds aangeduid als Wijk 12).
De belangrijkste punten uit de brief zijn:
* Verlof: De houdster krijgt drie maanden uitstel (vanaf 25 augustus 1941) van de plicht om haar kraam fysiek te bemensen.
* Financiële verplichting: Ondanks haar afwezigheid blijft zij verplicht om het wekelijkse "marktgeld" (de huur/leges voor de standplaats) af te dragen aan de dienstdoende ambtenaar.
* Bureaucratie: De brief is een reactie op een verzoek van de houdster van 12 augustus 1941, wat duidt op een strikte administratieve controle op marktplaatsen. De brief is gedateerd op 25 augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De marktsector was in deze periode streng gereguleerd.
- Marktwezen in oorlogstijd: Standplaatsen op markten waren schaars en de regels voor bezetting waren streng om te voorkomen dat plekken onbenut bleven terwijl er tekorten waren aan goederen. Het feit dat zij uitstel kreeg, suggereert een geldige reden (zoals ziekte of persoonlijke omstandigheden).
- Ten Katemarkt: Deze markt in de Kinkerbuurt was (en is) een van de drukkere dagmarkten van Amsterdam. Het beheer viel onder de gemeente Amsterdam, die ook tijdens de bezetting de dagelijkse gang van zaken bleef regelen, zij het onder toezicht van de bezetter.
- Administratie: De handgeschreven aantekeningen ("Zie M de Boer" en "Extra") wijzen op intern archiefbeheer. "M de Boer" was mogelijk een andere ambtenaar of een dossierhouder die betrokken was bij deze specifieke zaak of wijk.
- Joodse marktlui: Het is opmerkelijk dat dit document uit augustus 1941 stamt. Vanaf september 1941 werden Joodse marktkooplieden in Amsterdam door de bezetter verbannen van de reguliere markten naar specifieke "Joodsche markten". Hoewel er in deze brief geen directe aanwijzing is dat mevrouw Van Rijn-Herrekammer Joods was (haar naam duidt daar niet direct op), valt de brief precies in de periode van toenemende segregatie en strengere regelgeving op de Amsterdamse markten. W.J.P. van Rijn Gemeente Amsterdam Marktwezen