Ambtelijke interne memo / voordracht voor strafmaatregel.
Origineel
Ambtelijke interne memo / voordracht voor strafmaatregel. 1 oktober 1941. Een inspecteur (waarschijnlijk "Redeker" of "Redelaar", getekend als "Insp."). Aan den Heer Directeur.
Spoed In verband met de door de
~~tussen~~ plaatshouder (venter) [daarboven ingevoegd:] H.J. Thomassen tegen
den Ambtenaar M. Reygraart
geuite bedreiging – zie bij-
gaand proces-verbaal, stel
ik U voor dezen venter veer-
tien dagen het recht te
ontzeggen een plaats op een
der markten in te nemen.
Tevens stel ik U ~~aan~~ ~~voor~~
voor aan de Burgemees-
ter te verzoeken genoemden
venter drie maanden uit
te sluiten van alle markten.
1 October 1941
[Handtekening: Redeker / Redelaar]
Insp.
Marginalia (kanttekeningen):
* Linksonder (potlood): s.v.p. rapport Reygwaart om over te leggen aan B.m. [Burgemeester]
* Midden/Rechts (rode inkt): 274/55/2 M
* Rechtsonder (inkt): 4/10/41 HZ * Inhoud: De inspecteur rapporteert een incident waarbij een marktventer genaamd H.J. Thomassen een ambtenaar (M. Reygraart) heeft bedreigd. Er is reeds een proces-verbaal opgemaakt. De inspecteur stelt twee straffen voor: een directe uitsluiting van 14 dagen (bevoegdheid Directeur) en een verzoek aan de Burgemeester voor een langdurige uitsluiting van drie maanden voor alle markten.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("den Heer", "genoemden venter", "geuite bedreiging").
* Contextuele aanwijzingen: De vermelding "B.m." (Burgemeester) en de noodzaak voor een officieel rapport duiden op een strikte hiërarchische afhandeling van ordeverstoringen op de markt.
* Schrift: Een vlot, geoefend bureaucratisch handschrift uit het midden van de 20e eeuw. De correcties suggereren dat dit een concept is dat direct als definitief memo is verzonden. Dit document stamt uit 1 oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stonden de markten onder scherpe controle vanwege schaarste, distributieregels en de zwarte handel. Conflicten tussen marktkooplieden en controlerende ambtenaren (zoals marktmeesters of inspecteurs) kwamen veelvuldig voor. De voorgestelde straf van drie maanden uitsluiting van alle markten was een zware sanctie, die de broodwinning van de betrokkene direct in gevaar bracht. De potloodnotitie onderaan bevestigt dat de zaak is doorgeleid naar de burgemeester voor verdere besluitvorming. H.J. Thomassen M. Reygraart