Doorslag van een officiële brief (besluit tot sanctie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (besluit tot sanctie). 4 oktober 1941. De Directeur (van het Marktwezen), Amsterdam. Den Heer H.J. Thomas, Tweede Kostverlorenkade 123 II, Amsterdam-West. [Handgeschreven linksboven, blauw potlood:]
Verzonden 4/10 [onleesbaar]
[Handgeschreven rechtsboven, blauw potlood:]
Zien Mr de Leeuw
[Getypte tekst:]
HG.
den Heer H.J.Thomas,
Tweede Kostverlorenkade 123 II,
Amsterdam-West.
Wijk 25.
27/55/2 M. 4 October 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op Zaterdag 27 September
jl. op de markt Ten Katestraat heeft schuldig gemaakt aan het ver-
storen van de goede orde op die markt. In verband met dit feit,
heb ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het
Reglement op de markten, gestraft met ontneming van het recht om
op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor
den tijd van twee weken, namelijk van Woensdag 8 tot en met Dins-
dag 21 October a.s., terwijl ik aan den heer Burgemeester de
vraag ter beoordeeling heb voorgelegd of U voor langeren termijn
bovenbedoeld recht behoort te worden ontnomen.
De Directeur,
[Handgeschreven onderaan, blauwe inkt:]
[Paraaf]
27/55/2 M
7/10/41 [Paraaf] De brief is een officiële kennisgeving aan de heer H.J. Thomas waarin hem een sanctie wordt opgelegd voor een incident op de markt in de Ten Katestraat (Amsterdam-West). Op basis van het marktreglement wordt hem het recht ontzegd om gedurende twee weken een standplaats in te nemen op de Amsterdamse markten (van 8 t/m 21 oktober 1941).
De reden voor de straf is het "verstoren van de goede orde". Dit was een rekbaar begrip dat in die tijd vaak werd gebruikt voor diverse overtredingen, variërend van ruzies en onreglementaire handel tot politiek gevoelige uitingen. Opmerkelijk is dat de Directeur de zaak heeft voorgelegd aan de Burgemeester om te bepalen of de heer Thomas voor onbepaalde tijd of voor een langere termijn van de markt verbannen moet worden. Dit wijst erop dat het incident als ernstig werd beschouwd. Het document dateert van oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond het bestuur van Amsterdam onder streng toezicht van de bezetter en was de nationaalsocialist Edward Voûte inmiddels aangesteld als burgemeester.
De Ten Katemarkt was (en is) een belangrijke volksmarkt. Tijdens de oorlog waren markten plaatsen van spanning door schaarste, distributieregels en de steeds verdergaande uitsluiting van Joodse burgers en kooplieden. Hoewel de brief geen expliciete politieke of raciale reden noemt, past de strikte handhaving van de "goede orde" in het tijdsbeeld van toenemende controle en disciplinering van de bevolking onder het bezettingsregime. De administratieve verwerking (zoals de aantekening "Zien Mr. de Leeuw") duidt op een zorgvuldige juridische afhandeling binnen de gemeentelijke bureaucratie. H.J. Thomas Marktwezen