Archiefdocument
Origineel
26 maart 1941. Waterlooplein 26-3-41
Kerkstraat 119
Bodegraven H. ^v de Vries.
J. Cohen is in gebreke gebleven,
om het snoer van de marktver-
lichting, welk hij van de dienst
in bruikleen heeft, in te leveren,
kunt U hem aanschrijven?
J. Renz
[Linksonder in rood potlood:] 30/19/1 [gevolgd door een rood omkaderde letter] M De tekst is een verzoek van een ambtenaar of opzichter (J. Renz) aan een collega of superieur (waarschijnlijk H. de Vries). De kern van de zaak is dat een marktkoopman genaamd J. Cohen een elektrisch snoer van de marktverlichting niet heeft geretourneerd aan "de dienst" (vermoedelijk de Dienst der Markten). Renz vraagt of de geadresseerde een officiële aanmaning ("aanschrijven") naar Cohen kan sturen. De vermelding van het Waterlooplein en de datum suggereren een administratieve handeling binnen het beheer van de Amsterdamse markten. Het document is gedateerd in maart 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Het Waterlooplein was op dat moment het centrum van de Joodse buurt en de Joodse markt in Amsterdam. Gezien de datum en de Joodse achternaam van de betrokkene (Cohen), moet dit document gezien worden in het licht van de verscherpte administratieve controle op Joodse burgers en hun economische activiteiten tijdens de bezetting. In februari 1941 (vlak voor dit briefje) had de Februaristaking plaatsgevonden, waarna de vervolging en isolatie van de Joodse bevolking in Amsterdam door de bezetter en meewerkende instanties intensiveerde. Kleine administratieve overtredingen, zoals het niet inleveren van marktmateriaal, konden in deze context grote gevolgen hebben. H. de Vries J. Cohen J. Renz.