Archief 745
Inventaris 745-353
Pagina 152
Dossier 68
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief / correspondentie.

28 april 1941. Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst).

Origineel

Ambtelijke brief / correspondentie. 28 april 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). [Handgeschreven rechtsboven]: M. Müller

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

37/3/18 M. 2 28 April 1941.

 In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo

te doen geworden ten name van de N.V. Keizer's Fruithandel betref-
fende huur van pakhuisafdeeling no. H 26 op de Centrale Markt, voor
den opslag van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wethou-
ders d.d. 7 April 1939 no. 97 L.M.1939).
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit
contract door den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam te
willen bevorderen en mij het daarna te doen retourneeren; dezer-
zijds kan dan voor registratie worden zorggedragen.

                                    De Directeur, In deze brief verzoekt de directeur (vermoedelijk van de markthallen) de Wethouder voor de Levensmiddelen om medewerking bij de formalisering van een huurcontract. Het betreft pakhuisafdeling H 26 op de Centrale Markt in Amsterdam, bestemd voor N.V. Keizer’s Fruithandel.

De brief verwijst naar een eerder besluit van Burgemeester en Wethouders uit 1939, wat aangeeft dat de procedure voor de verhuur al voor de oorlog was ingezet of gebaseerd is op bestaande regelgeving. De formele toon ("heb ik de eer U", "moge U beleefd verzoeken") is typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. Opvallend is de administratieve stap: het contract moet ter ondertekening worden voorgelegd aan de Regeringscommissaris voordat het geregistreerd kan worden. Het document dateert van april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Tweede Wereldoorlog is duidelijk zichtbaar in de terminologie. De verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is cruciaal; na het ontslag van de Amsterdamse gemeenteraad en de wethouders door de bezetter begin 1941, werd Edward Voûte aangesteld als regeringscommissaris (en feitelijk burgemeester) met verregaande bevoegdheden.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) speelde een vitale rol in de voedselvoorziening van de stad, die tijdens de bezetting steeds zwaarder onder druk kwam te staan door schaarste en distributiemaatregelen. N.V. Keizer’s Fruithandel was een van de gevestigde handelsondernemingen die gebruikmaakten van de faciliteiten op dit terrein voor de opslag en handel in levensmiddelen.

Samenvatting

In deze brief verzoekt de directeur (vermoedelijk van de markthallen) de Wethouder voor de Levensmiddelen om medewerking bij de formalisering van een huurcontract. Het betreft pakhuisafdeling H 26 op de Centrale Markt in Amsterdam, bestemd voor N.V. Keizer’s Fruithandel.

De brief verwijst naar een eerder besluit van Burgemeester en Wethouders uit 1939, wat aangeeft dat de procedure voor de verhuur al voor de oorlog was ingezet of gebaseerd is op bestaande regelgeving. De formele toon ("heb ik de eer U", "moge U beleefd verzoeken") is typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. Opvallend is de administratieve stap: het contract moet ter ondertekening worden voorgelegd aan de Regeringscommissaris voordat het geregistreerd kan worden.

Historische Context

Het document dateert van april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Tweede Wereldoorlog is duidelijk zichtbaar in de terminologie. De verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is cruciaal; na het ontslag van de Amsterdamse gemeenteraad en de wethouders door de bezetter begin 1941, werd Edward Voûte aangesteld als regeringscommissaris (en feitelijk burgemeester) met verregaande bevoegdheden.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) speelde een vitale rol in de voedselvoorziening van de stad, die tijdens de bezetting steeds zwaarder onder druk kwam te staan door schaarste en distributiemaatregelen. N.V. Keizer’s Fruithandel was een van de gevestigde handelsondernemingen die gebruikmaakten van de faciliteiten op dit terrein voor de opslag en handel in levensmiddelen.

Kooplieden in dit dossier 5

P.J. de Meer ja 20/7 '40 f 59.-
J.A. Burgers ja per 26/11 40 f 57=
J. Brockhoff ja geen schuld
N.A. Steenvoorden ja f 90.-

Gerelateerde Documenten 6