Getypte ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum. 12 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gerelateerde Amsterdamse gemeentedienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven in grijs potlood:] In Muller
[Handgeschreven in blauw potlood, diagonaal:] Verzonden 13/5
[Getypt rechtsboven:] HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/3/21 M. 2 12 Mei 1941.
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te doen geworden ten name van de firma G.v.d.Wal & Co. betreffende huur van pakhuisafdeeling no.H 15 op de Centrale Markt, voor den opslag van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 7 April 1939 no.97 L.M.1939).
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract door den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam te willen bevorderen en mij het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, Het document is een formele administratieve brief betreffende de verhuur van opslagruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is de afhandeling van een huurcontract voor pakhuisafdeling H 15 door de firma G.v.d. Wal & Co.
Opvallend is de administratieve traagheid of herbevestiging: er wordt verwezen naar een besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) uit april 1939, terwijl het contract pas in mei 1941 ter ondertekening wordt aangeboden.
De brief bevat de standaard beleefdheidsvormen van die tijd ("heb ik de eer U", "moge U beleefd verzoeken") en is strikt zakelijk van aard. De handgeschreven notitie "Verzonden 13/5" duidt op de interne verwerking waarbij de brief een dag na datering daadwerkelijk is uitgegaan. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De datum, 12 mei 1941, valt precies een jaar na de invasie.
De historische context wordt zeer duidelijk door de vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". In het voorjaar van 1941 vervingen de Duitse autoriteiten het democratisch gekozen gemeentebestuur van Amsterdam door een regeringscommissaris (Edward Voûte), die de bevoegdheden van zowel de gemeenteraad als het college van B&W overnam. Hoewel de brief nog gericht is aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen", moest de uiteindelijke handtekening komen van de door de bezetter aangestelde commissaris.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. In een tijd van toenemende schaarste en distributie was het beheer van pakhuisruimte op deze locatie van groot strategisch en economisch belang. De firma G.v.d. Wal & Co was waarschijnlijk een groothandel of logistiek bedrijf dat essentieel was voor de bevoorrading van de stad. Marktwezen