Archiefdocument
Origineel
Medio 1941 (betrekking hebbend op het 1e halfjaar). Overzicht van een aantal te Amsterdam gedurende het 1e halfjaar van 1941 geconsumeerde artikelen, berekend aan de hand van het aantal ingeleverde distributiebonnen.
| Berekend | Werkelijk gebruik-
| gebruik | te hoeveelheid in
| | 6 weken.
_____|_|_____
| ¹) |
Brood 31.162.355 kg | 6.780.000 kg| 7.191.312 kg
Gebak 1.285.292 " | 336.000 "| 295.605 }
Tarwebloem 199.763 " | | 46.099 } 342.704
Boter 2.130.975 " | | 491.763 }
Margarine 966.630 " | 960.000 | 223.068 } 853.641
Vet 601.514 " | | 138.810 }
Suiker 5.483.515 " | 1.200.000 "| 1.265.426
Vleesch 4.791.270 " | 1.050.000 "| 1.067.216 kg
Eieren 24.026.565 st.| 4.800.000 st| 5.544.591 st.
Kaas 2.047.211 kg | 480.000 kg| 472.433 kg
Peulvruchten 2.167.935 " | 800.000 kg| 500.292 "
Aardappelen 9.395.425 " |14.000.000 ²)| 2.165.867 "
Rijst 1.555.742 " | 300.000 kg| 359.017 "
Gort 619.525 " | 200.000 "| 142.966 "
Melk 12.490.450 liter| 8.400.000 ³)| 2.882.411 liter
¹) Het verschil met het werkelijk verbruik spruit voort uit het niet
nauwkeurig in rekening kunnen brengen van de extra rantsoenen.
²) Het verschil is hieruit te verklaren, dat de aardappelen niet het
geheele eerste half jaar 1941 in distributie waren.
Het cijfer 14.000.000 kg xxxxxxxxxxxxx is aldus berekend dat
aangenomen is een toewijzing van 3 kg per hoofd of
800.000 x 3 x 6 weken of 14.000.000 kg
³) Het verschil is op denzelfden grond te verklaren als in noot 2
voor de aardappelen is aangegeven. Dit document vormt een belangrijke bron voor de geschiedenis van de voedselvoorziening in oorlogstijd. De tabel vergelijkt de totale halfjaarlijkse consumptie (kolom 1) met een theoretische berekening (kolom 2) en het werkelijke gebruik over een periode van zes weken (kolom 3).
* Accolades: Er is gebruikgemaakt van accolades om productgroepen op te tellen. Bij de groep Gebak/Tarwebloem lijkt een lichte rekenfout in het origineel te zitten (de som is 341.704, maar er staat 342.704). De optelling voor Boter/Margarine/Vet klopt wel precies (853.641).
* Discrepanties: De voetnoten verklaren waarom de berekende cijfers afwijken van de werkelijkheid. Hieruit blijkt dat het administratief lastig was om "extra rantsoenen" (bijvoorbeeld voor zware arbeid of zieken) precies mee te tellen.
* Correcties: In voetnoot 2 is met 'x'-tekens een stuk tekst weggehaald, wat duidt op een correctie tijdens het typen. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was bijna al het voedsel 'op de bon'. Dit distributiesysteem was noodzakelijk door de blokkades en het feit dat veel goederen naar Duitsland werden afgevoerd.
Dit specifieke document geeft inzicht in de Amsterdamse situatie:
* Bevolkingsomvang: In voetnoot 2 wordt uitgegaan van 800.000 inwoners voor de berekening van het aardappelverbruik.
* Schaarste: Producten zoals rijst en gort zijn nog aanwezig, maar de hoeveelheden zijn relatief laag vergeleken met basisbehoeften als brood en aardappelen.
* Bureaucratie: Het document illustreert de enorme administratieve inspanning die de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Dienst van de Voedselvoorziening) moest leveren om de voedselstroom te controleren en te verantwoorden aan de hand van ingeleverde bonnen.