Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 187
Dossier 75
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen/notities van een ambtelijke bespreking.

14 oktober 1941.

Origineel

Getypte notulen/notities van een ambtelijke bespreking. 14 oktober 1941. N o t i t i e s van een bespreking op 14 October 1941 van den Directeur van het Marktwezen, den heer C.F. Sixma, den heer H.A. van Duinhoven en de grossiers, de heeren Dijkstra, Kramer en Bood.

O n d e r w e r p :
Winteropslag 1941/1942.

De heer Dijkstra deelt den Directeur mede, dat hier zijn verschenen de vertegenwoordigers van den groothandel, die in den afgeloopen winter in combinatie voor de Gemeente Amsterdam den winteropslag hebben verzorgd. Deze combinatie acht zich verplicht bij den Directeur te verschijnen om diens orders te vernemen.

De Directeur herinnert eraan, dat hij reeds een maand geleden met den handel over den winteropslag voor het nieuwe seizoen heeft gesproken. Intusschen heeft er van verschillende vertegenwoordigers der Gemeenten in Nederland een bespreking plaats gehad bij den heer Valstar over het onderwerp: Winterbevoorrading. De heer Valstar heeft daarbij medegedeeld, dat van de zijde van de Regeering maatregelen zullen worden genomen om de wintervoorziening in het algemeen veilig te stellen. Deze maatregelen zullen derhalve voor het geheele land worden genomen. Bij deze bespreking is echter gebleken, dat de voorziening van de steden gedurende een eventueele vorstperiode plaatselijk door de gemeenten kunnen worden bekeken; omtrent een en ander zal echter overleg met de Regeeringsinstanties moeten plaats hebben, opdat niet, zooals in den afgeloopen winter is gebeurd, in bepaalde gemeenten veel te groote voorraden zullen worden opgeslagen. De heer Valstar heeft hierbij meermalen Amsterdam als voorbeeld genoemd van de manier, waarop het wel moet. Spreker zegt dus, dat voor wat betreft de voorziening van de steden gedurende den geheelen winter geen maatregelen van plaatselijken aard behoeven te worden genomen. Het zal slechts mogelijk zijn op beperkten schaal opslag van bepaalde producten te reserveeren voor een eventueele vorstperiode.

De heer Dijkstra zegt, dat de grossiers-contactcommissie een onderzoek moet instellen naar de behoeften van elke stad in Nederland; dit onderzoek is opgedragen door het Bureau Prijsbeheersching.

De Directeur is hiermede op de hoogte, doch het is niet duidelijk geworden, waarom dit onderzoek vanwege genoemd Bureau wordt ingesteld. Intusschen heeft de heer Valstar, wiens bureau ook ressorteert onder het bureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd de zaak reeds aangesneden, waarom besprekingen ter zake met het Bureau Valstar zullen plaats vinden.

De heer Kramer acht het eveneens vreemd, dat het bureau Prijsbeheersching tot het instellen van een dergelijk onderzoek zou zijn overgegaan. Deze aangelegenheid moet landelijk worden gezien en moet gebeuren onder contrôle van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale of het Centraal Bureau voor de Veilingen.
De handel vraagt hoe het, wat betreft de reserveering voor een eventueele vorstperiode zal gaan met de uitvoering, Men zegt, dat er thans geen uien en rapen te koop worden aangeboden.

De Directeur antwoordt, dat het hem bekend is, dat wanneer zulks noodig is, bepaalde producten zullen kunnen worden gevorderd via de veilingen.

De heer Dijkstra zegt, dat er maatregelen zijn genomen door de Regeering, waardoor men hoopt te bereiken, dat de winterproducten ook werkelijk voor den winter worden gereserveerd.

De heer Kramer stelt de vraag of het noodig is, dat in de bestaande combinatie van grossiers, die verleden jaar de winteropslag voor de Gemeente hebben verzorgd, bepaalde organisaties moeten worden ingeschakeld.

De Directeur antwoordt, dat hij vooralsnog geen aanleiding ziet de zaak met een andere combinatie te behandelen, dan welke ten vorigen jare voor het bewuste doel is opgetreden.

De heer Dijkstra constateert, dat de Gemeente van het principe uitgaat, dat met dezelfde combinatie zaken zullen worden gedaan als verleden jaar. Het zal echter wellicht noodig zijn, dat van bepaalde veilingen artikelen worden gevorderd. Spreker dringt aan op de noodige spoed, opdat de combinatie tijdig haar maatregelen kan nemen. Spreker herinnert eraan, dat de combinatie verleden jaar net op het laatste moment en met veel geluk beslag op de noodige producten heeft kunnen leggen. * Bestuurlijke spanningen: Het document legt een zekere wrijving bloot tussen verschillende instanties (Bureau Prijsbeheersching versus het Bureau Voedselvoorziening van Valstar). Er is onduidelijkheid over wie welk onderzoek mag uitvoeren.
* Centralisatie: De tekst illustreert de overgang van lokale (gemeentelijke) regelingen naar landelijke regie door de bezetter en de Nederlandse departementen ("Regeeringsinstanties").
* Schaarschte en Inkoop: De vermelding dat er "geen uien en rapen" meer te koop zijn, wijst op de toenemende tekorten. De directeur hint op het "vorderen" van producten via veilingen, wat wijst op een dwingende economische sturing.
* Logistiek: De focus ligt op de "vorstperiode". In de oorlogswinters was bevriezing van voorraden een groot risico voor de voedselzekerheid in de grote steden. Dit document stamt uit de vroege bezettingsperiode in Nederland (oktober 1941). De voedselvoorziening werd in deze periode strikt gereguleerd door de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO). De genoemde heer Valstar (S.I. Valstar) was een sleutelfiguur in deze organisatie. Amsterdam, als grootste stad, had een enorme logistieke uitdaging om voldoende wintervoorraden (zoals aardappelen, uien en kool) aan te leggen om de bevolking door de winter te loodsen zonder dat deze door vorst verloren gingen of door de bezetter naar Duitsland werden afgevoerd. De "combinatie" van grossiers fungeerde hierbij als uitvoerend orgaan voor de gemeente.

Samenvatting

  • Bestuurlijke spanningen: Het document legt een zekere wrijving bloot tussen verschillende instanties (Bureau Prijsbeheersching versus het Bureau Voedselvoorziening van Valstar). Er is onduidelijkheid over wie welk onderzoek mag uitvoeren.
  • Centralisatie: De tekst illustreert de overgang van lokale (gemeentelijke) regelingen naar landelijke regie door de bezetter en de Nederlandse departementen ("Regeeringsinstanties").
  • Schaarschte en Inkoop: De vermelding dat er "geen uien en rapen" meer te koop zijn, wijst op de toenemende tekorten. De directeur hint op het "vorderen" van producten via veilingen, wat wijst op een dwingende economische sturing.
  • Logistiek: De focus ligt op de "vorstperiode". In de oorlogswinters was bevriezing van voorraden een groot risico voor de voedselzekerheid in de grote steden.

Historische Context

Dit document stamt uit de vroege bezettingsperiode in Nederland (oktober 1941). De voedselvoorziening werd in deze periode strikt gereguleerd door de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO). De genoemde heer Valstar (S.I. Valstar) was een sleutelfiguur in deze organisatie. Amsterdam, als grootste stad, had een enorme logistieke uitdaging om voldoende wintervoorraden (zoals aardappelen, uien en kool) aan te leggen om de bevolking door de winter te loodsen zonder dat deze door vorst verloren gingen of door de bezetter naar Duitsland werden afgevoerd. De "combinatie" van grossiers fungeerde hierbij als uitvoerend orgaan voor de gemeente.

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6