Notulen van een vergadering (bladzijde 2).
Origineel
Notulen van een vergadering (bladzijde 2). Onbekend, maar op basis van de inhoud (ariseering/jodenverordening) te dateren in de bezettingstijd, vermoedelijk 1941. -2-
De Directeur stelt de vraag of de handel het noodzakelijk acht, dat dezelfde hoeveelheden, wat betreft de stapelproducten, voor reserve in aanmerking komen.
De heer Dijkstra is van meening, hetgeen door den handel wordt onderschreven, dat deze reserveering stellig niet minder mag zijn dan den afgeloopen winter. Er moet rekening worden gehouden met de groote wijzigingen, die gekomen zijn in de menu's der huisvrouwen; de behoeften op dit gebied liggen derhalve heel anders.
De Directeur vraagt hoe het staat met de positie van de vatgroenten. Naar spreker's meening zijn spercieboonen vrijwel niet ingemaakt, pronkboonen zijn wat beter ingemaakt en wat de zuurkool betreft is de positie op het oogenblik vrij goed. De handel onderschrijft dit en zegt, dat men wat zuurkool betreft echter niet kan weten, hoe het over enkele weken zal zijn. Men wijst erop, dat het kwantum aardappelen, dat momenteel wordt verstrekt, zeer groot is, zoodat, in verband daarmede, het groentenverbruik eveneens sterk is gestegen.
De Directeur vraagt of het mogelijk is, dat de handel hem evenals verleden jaar gegevens kan verstrekken ter schatting van de voorraden vatgroenten, die thans bij de winkeliers ongeveer aanwezig zullen zijn. Vorig jaar is gerekend op een verbruik van 400 vaten per week is 12.000 vaten voor een seizoen.
De heer Dijkstra zal trachten hieromtrent een inzicht te krijgen; spreker zegt, dat het Marktwezen op den groothandel kan rekenen en dat men dus thans zal afwachten, totdat men van de Gemeente eenig nader bericht krijgt.
De Directeur zegt, dat een dezer dagen een bespreking zal worden gearrangeerd.
De heer Dijkstra verzoekt thans voor het volgende de aandacht; de handel zit nu hier in haar qualiteit als vertegenwoordigers van de grossiersorganisatie "Onderling Belang". Is het mogelijk, dat de bestuursleden worden ingelicht over den stand der ariseering op de Centrale Markt?
De Directeur antwoordt, dat deze aangelegenheid thans weer wordt bekeken. Spreker schetst de gebeurtenissen van het voorjaar en hetgeen er op het punt van de ariseering zou gebeuren. Deze maatregelen worden thans doorkruist door de betreffende jodenverordening. Er loopen nog verschillende vraagpunten, bijvoorbeeld de vraag of de veilingen openbaar zijn of niet. Er valt omtrent een en ander thans echter nog niets te zeggen. Het zal wellicht wel zoo worden, dat er een apart afgesloten gedeelte voor de jodengrossiers zal worden bestemd.
De heer Dijkstra zegt, dat het zeer ongewenscht is op de markt van structuur te veranderen. Wanneer pier E, waarvan vroeger sprake is geweest, voor de Joden zou worden bestemd, zou dit funest zijn voor den goeden gang van zaken op de Centrale Markt. Deze plaats en ruimte is ten zeerste noodig in de toekomst voor het opstellen van de groenten enz. voor de veiling en voor de centrale emballage inname. Spreker verwacht, dat door de betreffende maatregelen de Joden van de Centrale Markt zullen verdwijnen; zij zullen zich in de omgeving van het Waterlooplein gaan vestigen. Als de Joden van pakhuis E verdwijnen, dan nemen de overige grossiers onmiddellijk de leege pakhuizen over. Wanneer zou worden besloten, dat de Joden op een afgescheiden gedeelte van de Centrale Markt zouden moeten blijven staan, dan is de enige oplossing, dat zij worden geplaatst op het reserveterrein bij den Haarlemmerweg. Echter in geen geval op pier E. Dit zou door den bestaanden handel op krachtige wijze worden bestreden.
De Directeur zal te zijner tijd deze bezwaren ter kennis brengen van wie zulks aangaat. Ook spreker verwacht echter, dat de Joden zich voor een groot deel elders zullen vestigen. Omtrent een en ander is echter thans nog niets definitiefs bekend.
De heer Dijkstra zegt nog, dat ook de plaatsen in de hal onmiddellijk door niet-Joden zullen worden bezet, wanneer de Joden daar moeten verdwijnen. Dan kunnen ook de groentengrossiers, die thans nog aan den aardappelkant in de open lucht een plaats bezetten, worden verplaatst naar de hal. Dit document biedt een ontluisterende blik op de economische kant van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het eerste deel van de notulen is puur zakelijk en logistiek: het gaat over de voorraden van "stapelproducten" en "vatgroenten" (zoals zuurkool en bonen) en de invloed van aardappelrantsoenen op de consumptie.
De toon verandert wanneer de heer Dijkstra vraagt naar de stand van de "ariseering" (het onteigenen van Joodse bedrijven en het verwijderen van Joden uit het economische leven). Dijkstra spreekt namens de grossiersorganisatie "Onderling Belang" en stelt zich openlijk vijandig op tegenover de aanwezigheid van Joodse collega-handelaren. Hij ziet hun gedwongen vertrek primair als een kans om meer ruimte te krijgen voor de "niet-Joodse" handel. Hij protesteert fel tegen het idee om Joden op "pier E" te plaatsen, omdat die ruimte nodig is voor emballage en veilingen. In plaats daarvan stelt hij voor hen te verbannen naar een reserveterrein bij de Haarlemmerweg of gaat hij ervan uit dat ze naar het Waterlooplein (de Jodenbuurt) zullen trekken. De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Veel handelaren en grossiers in de groente- en fruitsector waren Joods. Na de Duitse inval in 1940 werden stapsgewijs maatregelen ingevoerd om Joden uit de handel te verdrijven.
"Ariseering" was de term voor het overdragen van Joods bezit in "Arische" handen. Uit dit document blijkt hoe de niet-Joodse handelaren (vertegenwoordigd door Dijkstra) niet alleen meewerkten aan deze uitsluiting, maar deze zelfs aanmoedigden uit eigenbelang. De pakhuizen en marktplaatsen die door Joden noodgedwongen werden verlaten, werden direct opgeëist door hun concurrenten. De genoemde "jodenverordening" verwijst naar de reeks anti-Joodse decreten van de bezetter die de segregatie en latere deportatie van de Joodse bevolking juridisch dicteerden. Dijkstra (De heer) E. Dit Marktwezen