Brief (reproductie van een doorslag, bladzijde 2).
Origineel
Brief (reproductie van een doorslag, bladzijde 2). 21 november 1941. De Directeur van het Marktwezen (vermoedelijk Amsterdam, gezien de referentie naar de Centrale Markt). [In de linkermarge, handgeschreven in potlood:] Tevoren reeds?
[In de linkermarge, handgeschreven met pen bij de tweede alinea:] 1, T, }
Bladzijde 2 van brief No.37/57/9 M. d.d. 21 November 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
De gecombineerde groothandel stelt zich voor ook de op deze wijze verkregen producten gecentraliseerd te doen verkoopen. Men denkt dit op de volgende manier te doen.
In overleg met de Organisaties van kleinhandelaren wordt, op basis van de toewijzing van aardappelen, een verdeelingslijst opgesteld, waarbij derhalve den kleinhandelaar in verhouding evenveel stapelproducten worden toegewezen als hem aardappelen zijn toebedeeld. Iedere kleinhandelaar wordt een groentenbonboekje verstrekt, waarin zijn toewijzingen worden aangeteekend. De bonnen worden vanuit een centraal punt verkocht en wel door middel van den Nederlandschen Middenstandsbank, alhier. Deze bank zal hiertoe gelegenheid bieden in haar vier kantoren in verschillende deelen der stad en in een kantoor op de Centrale Markt. Het staat bij dit stelsel vast, dat iedere kleinhandelaar een hoeveelheid stapelproducten krijgt toegewezen, waarop hij recht heeft, tegen den daarvoor vastgestelden prijs. De kleinhandelaar kan zich met zijn bon naar den grossier op de Centrale Markt begeven, die hem de op zijn bon voorkomende hoeveelheid aflevert. De bon wordt door den grossier, na afteekening door den kleinhandelaar, ingenomen.
Ik kan aan de hierboven, door den groothandel ontworpen regeling mijn volledige goedkeuring hechten en heb de verwachting, dat hierdoor voor een goed deel wordt tegemoetgekomen aan klachten van den kleinhandel over een onjuiste verdeeling der goederen en een opdrijving der prijzen. Ik ben van meening, dat althans de artikelen koolrapen, uien en wortelen tegen den daarvoor vastgestelden prijs in den groentewinkel zullen komen. De contrôle van Rijkswege op de Centrale Markt zal door bovenomschreven maatregel belangrijk worden vereenvoudigd. Wel is het gewenscht, dat een strenge contrôle op de prijzen in de groentewinkels wordt ingevoerd; uit besprekingen met Mr. Houthoff onder andere op 17 dezer is mij gebleken, dat naarmate de prijzen in den groothandel beter beheerscht kunnen worden, het optreden tegen den kleinhandel wordt vergemakkelijkt.
De bovenomschreven regeling kan mijns inziens als proef worden beschouwd; zij kan, al naar de opgedane ervaring eventueel nog worden uitgebreid tot andere stapelproducten.
Ik vertrouw, dat U hiermede accoord gaat, dat terzake van de uitvoering dezer regeling van gemeentewege de noodige faciliteiten en steun wordt verleend. Voor zoover een en ander financieele consequenties zou meebrengen, stel ik mij voor, daarvoor tevoren afzonderlijk machtiging te vragen.
Ten slotte kan ik U nog mededeelen, dat ik op 19 dezer te mijnen kantore op diens verzoek een en ander heb besproken met Mr. Brandenhorst van het Bureau van den Gemachtigde voor de Prijzen. Mr. Brandenhorst deelde mede den Gemachtigde te zullen voorstellen deze regeling ook in andere groote gemeenten voor te schrijven.
De Directeur, * Kern van de regeling: De brief beschrijft een nieuw distributiesysteem voor groenten (stapelproducten) tijdens de bezettingstijd. Om zwarte handel en prijsopdrijving tegen te gaan, wordt de verkoop gecentraliseerd.
* Bureaucratisch proces: De toewijzing aan winkeliers wordt gekoppeld aan de hoeveelheid aardappelen die zij reeds mogen verkopen. Er wordt gewerkt met "groentenbonboekjes" en financiële afhandeling via de Nederlandsche Middenstandsbank.
* Prijsbeheersing: Er is een duidelijke focus op het handhaven van de "vastgestelde prijs". De directeur noemt specifiek koolrapen, uien en wortelen als producten die hiermee betaalbaar moeten blijven voor de burger.
* Handgeschreven kanttekening: De notitie "Tevoren reeds?" in de kantlijn suggereert een kritische vraag van de ontvanger of een secretaris over of bepaalde afspraken of handelingen al eerder hadden plaatsgevonden. Dit document stamt uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselsituatie werd in deze periode steeds nijpender, wat leidde tot een complex systeem van distributiebonnen en prijsbeheersing door de overheid om schaarste te beheersen en de zwarte markt in te dammen.
De genoemde "Gemachtigde voor de Prijzen" (toen werkzaam onder de Rijkscommissaris) had vergaande bevoegdheden om in te grijpen in de economie. De referentie naar de "Centrale Markt" en de "Nederlandsche Middenstandsbank" wijst zeer waarschijnlijk op de situatie in Amsterdam. De brief illustreert hoe de gemeentelijke overheid (Directeur Marktwezen) nauw samenwerkte met zowel de groothandel als de rijksinstellingen om de voedselvoorziening in de grote steden ordelijk te laten verlopen. De genoemde Mr. Brandenhorst was een bekende figuur binnen het prijsbeheersingsapparaat van de bezettingsperiode.