Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 257
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

6 december 1940.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 6 december 1940. [Handgeschreven linksboven:]
Nº 2C / 1 / 10 M. 1940 12/12

[Handgeschreven rechtsboven:]
Marktw.
M. Müller [?]
m [paraaf]
Fr. 12/12 40

No. 979 L.M.1940. Wijziging overeenkomst opslag vat- en stapelgroenten in a.s. winter.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag, 6 December 1940.

Op voorstel van den Wethouder voor de Openbare Gezondheid en het Ziekenhuiswezen voor den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 16 November 1940, No. 2 C/1/3 M;
Gelet op hun besluit van 22 November 1940, No. 979 L.W.1940;

B e s l u i t e n :

onder intrekking van het daaromtrent vermelde in hun bovenaangehaald besluit te bepalen:

I. dat in zake de voorraadvorming van stapel- en vatgroenten in den a.s. winter door de Gemeente met de heeren W.F. Dijkstra, G. Kramer, F. Draaisma, P. Bood, J. Wijnschenk en H. van Bladeren overeenkomsten zullen worden aangegaan als in de hierbij behoorende bijlagen I en II zijn opgenomen;

II. dat het bedrag van ƒ. 6560.- zijnde het totaalbedrag van de in de artt. VI der beide onder I bedoelde overeenkomsten genoemde bedragen, groot resp. ƒ. 1100.- en ƒ. 5460.- ten laste gebracht zal worden van het bij het Raadsbesluit van 12 Juni 1940, No. 259, toegestane krediet van ƒ. 500.000.- voor de bestrijding van uitgaven, niet bij de begrooting voorzien, voor zoover die geacht kunnen worden veroorzaakt te zijn door de buitengewone omstandigheden, waarin de Gemeente verkeert ten gevolge van den uitgebroken oorlog.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (4 stuks), Financiën (2 stuks) en Algemene Zaken (2 stuks).

M.
[paraaf]

Voor eensluidend extract,
de Secretaris,

(get.) J. F. FRANKEN

l.s.o.

[Handgeschreven rechtsonder:]
22 Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders (B&W) uit de vroege fase van de Duitse bezetting. De kern van het besluit is het formaliseren van contracten met private partijen (Dijkstra, Kramer, e.a.) voor de opslag van groenten ("stapelgroenten" zoals aardappelen/kool en "vatgroenten" zoals zuurkool).

Financieel is het interessant dat de kosten (6560 gulden) gedekt worden uit een noodfonds van een half miljoen gulden dat vlak na de Nederlandse capitulatie (juni 1940) was ingesteld voor onvoorziene oorlogsuitgaven. Het document illustreert de bureaucratische afhandeling van de voedselvoorziening en de overgang naar een oorlogseconomie. In december 1940 bereidde de gemeente Amsterdam zich voor op de eerste volledige winter onder bezetting. De voedselvoorziening was een kritiek punt van zorg. Door de oorlogsomstandigheden en de dreigende schaarste nam de gemeente de regie over de opslag van basisvoedsel om de bevolking van rantsoenen te kunnen voorzien.

De genoemde "Wethouder voor de Levensmiddelen" en de "Dienst van het Marktwezen" speelden hierin een centrale rol. De verwijzing naar "de buitengewone omstandigheden (...) ten gevolge van den uitgebroken oorlog" is de standaardformulering die destijds werd gebruikt om buiten de normale begroting om fondsen te deblokkeren voor noodmaatregelen. De ondertekenaar, J.F. Franken, was de toenmalige gemeentesecretaris.

Samenvatting

Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders (B&W) uit de vroege fase van de Duitse bezetting. De kern van het besluit is het formaliseren van contracten met private partijen (Dijkstra, Kramer, e.a.) voor de opslag van groenten ("stapelgroenten" zoals aardappelen/kool en "vatgroenten" zoals zuurkool).

Financieel is het interessant dat de kosten (6560 gulden) gedekt worden uit een noodfonds van een half miljoen gulden dat vlak na de Nederlandse capitulatie (juni 1940) was ingesteld voor onvoorziene oorlogsuitgaven. Het document illustreert de bureaucratische afhandeling van de voedselvoorziening en de overgang naar een oorlogseconomie.

Historische Context

In december 1940 bereidde de gemeente Amsterdam zich voor op de eerste volledige winter onder bezetting. De voedselvoorziening was een kritiek punt van zorg. Door de oorlogsomstandigheden en de dreigende schaarste nam de gemeente de regie over de opslag van basisvoedsel om de bevolking van rantsoenen te kunnen voorzien.

De genoemde "Wethouder voor de Levensmiddelen" en de "Dienst van het Marktwezen" speelden hierin een centrale rol. De verwijzing naar "de buitengewone omstandigheden (...) ten gevolge van den uitgebroken oorlog" is de standaardformulering die destijds werd gebruikt om buiten de normale begroting om fondsen te deblokkeren voor noodmaatregelen. De ondertekenaar, J.F. Franken, was de toenmalige gemeentesecretaris.

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6