Getypt verslag van een bespreking (notulen/bespreekpunten).
Origineel
Getypt verslag van een bespreking (notulen/bespreekpunten). 27 oktober 1941. Punten van bespreking in Den Haag van HH. Van Meurs, en Sixma met de heeren Valstar en Velders van het Bureau V.V.O. op 27 October 1941.
Onderwerp: Winteropslag 1941/1942.
Er zijn door HH. Van Meurs en Sixma 2 onderwerpen aangesneden.
-
winteropslag te Amsterdam, dat wil zeggen reserve voor eventueele vorstperiode in verband met transportmoeilijkheden voor den tijd van 14 dagen.-
Gevraagd wordt voor Amsterdam:
25 wagons van 10.000 kg. koolrapen;
25 " " " " uien;
25 " " " " wortelen;
1100 vaten vatgroenten. -
De regelmatige voorziening van Amsterdam wat betreft de dagelijksche behoefte met bovengenoemde stapelproducten, kool e.d. gedurende a.s. winter.
Ad 1. Bij den Amsterdanschen handel bestaat de vrees, dat, in tegenstelling met den afgeloopen winter, toen de handel eveneens met den opslag van groente voor de Gemeente was belast, de handel niet in staat zal zijn om de te reserveeren hoeveelheden op de veilingen aan te koopen. De practijk van de afgeloopen weken heeft namelijk geleerd, dat de betreffende stapelproducten in beperkte mate op de veilingen worden aangevoerd.
Het zal dus wellicht noodig worden, dat de betreffende Regeerings-instantie van het recht tot vordering onder de telers gebruik maakt, vooral omdat binnenkort in een kort tijdsbestek groote aankoopen voor opslagen in verschillende gemeenten zullen moeten worden gedaan.
De heer Valstar deelt hieromtrent mede, dat de genoemde producten van eerste kwaliteit in voldoende mate in het land aanwezig zijn. Ten einde echter te voorkomen, dat deze producten vroegtijdig in te groote hoeveelheden onder de bevolking zouden komen en op ondoelmatige wijze opgeslagen met groot gevaar voor bederf, zoodat ze, op het moment, dat ze voor de voeding noodig zouden zijn, niet meer aanwezig zouden zijn, heeft de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale maatregelen genomen om de aanvoeren van deze stapelproducten in goede banen te leiden.
De heer Valstar kan volkomen onderschrijven, dat de Gemeente Amsterdam dit jaar meer doet opslaan, dan verleden winter. (Toen was namelijk opgeslagen: 25 wagons rapen;
10 " uien;
15 " wortelen;
1100 vaten vatgroenten.
Het is echter een feit, dat toen de handel zelf over een belangrijke voorraden beschikte, welke thans niet aanwezig zijn. De heer Valstar achtte dan ook de door de Gemeente voor dit winterseizoen aangevraagde hoeveelheden een zeer bescheiden opslag, gezien de behoeften van een stad als Amsterdam.
Afgesproken is, dat de leider van de Amsterdansche grossiers-combinatie, de heer Dijkstra, zich, ter verkrijging van bovenvermelde hoeveelheden, welke van eerste kwaliteit zullen zijn, in verbinding zal stellen met den heer Velders, die zal zorgdragen, dat de gevraagde hoeveelheden tijdig zullen worden geleverd.
Ad 2. De kans bestaat, dat, evenals ten vorigen jare met de kool het geval was, niettegenstaande de voorraden van stapelproducten ruim zijn, de telers, in afwachting van hoogere prijzen, de goederen in onvoldoende mate op de veilingen brengen.
De heer Valstar zegt, dat rapen, uien, wortelen en kool in voldoende hoeveelheden aanwezig zijn. Zoo noodig zullen zijnerzijds maatregelen getroffen om de regelmatige aanvoer van deze artikelen aan de veiling te verzekeren. Dit document is een verslag van ambtelijk overleg over de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het probleem is de logistieke zekerheid: men wil een noodvoorraad ("winteropslag") aanleggen die groot genoeg is om een eventuele transportstop van 14 dagen door strenge vorst te overbruggen.
Opvallende punten in de tekst:
* Schaarste en distributie: Hoewel er wordt beweerd dat er voldoende voorraden zijn, is de vrije handel niet meer in staat zelfstandig reserves in te kopen. Er wordt gezinspeeld op het "recht tot vordering" (inbeslagname door de overheid).
* Speculatie: De tekst meldt expliciet dat telers goederen achterhouden in de hoop op hogere prijzen, wat de bevoorrading van de steden in gevaar brengt.
* Vergelijking met 1940: Er wordt een directe vergelijking gemaakt met de voorraden van het jaar ervoor, waarbij opvalt dat de behoefte aan centrale opslag is toegenomen omdat de eigen voorraden van de tussenhandel zijn uitgeput.
* Taalgebruik: Het document bevat enkele archaïsche spellingen en typfouten die kenmerkend zijn voor oorlogsdocumenten (zoals "Amsterdansche" in plaats van Amsterdamsche). Het overleg vindt plaats in oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strikt gereguleerd door de overheid via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (V.V.O.).
De heer S.T.J. Valstar, die in het document genoemd wordt, was een sleutelfiguur: hij was de voorzitter van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Deze centrale had de taak om de teelt en distributie van groenten en fruit te controleren, mede om te voorkomen dat producten naar de zwarte markt verdwenen of dat steden zonder eten kwamen te zitten.
De angst voor "transportmoeilijkheden" was reëel; in de winter van 1941-1942 was er sprake van een zeer strenge winter, waarbij het vervoer over water (belangrijk voor groenten) vaak stil kwam te liggen door ijsgang. Dit document laat zien hoe de bureaucratie probeerde een hongersnood in de grote steden te voorkomen door preventief enorme hoeveelheden koolrapen, uien en wortelen vast te leggen.