Getypte pagina uit een ambtelijk verslag of rapport (pagina 2).
Origineel
Getypte pagina uit een ambtelijk verslag of rapport (pagina 2). Het document vermeldt de datum 15 februari 1941. -2-
telkens bepalen wanneer en tot welke hoeveelheden de geblokkeerde goederen aan den kleinhandel mochten worden verkocht. Verder zou de Gemeente zich zeggenschap voorbehouden ten aanzien der verkoopprijzen. Daartegenover zou de Gemeente een vast bedrag betalen aan de grossierscombinaties als vergoeding voor de door deze extra te maken kosten benévens het door hun te dragen risico. Op deze wijze kregen de grossiers volledig belang bij een goede vakkundige behandeling der producten.
In overeenstemming met dezen gedachtengang zijn twee contracten gesloten met combinaties van grossiers respectievelijk vóór de stapel-groenten en voor de vatgroenten.
De voorraden stapel- en vatgroenten, welke door de grossiers zouden worden opgeslagen, werden aan de hand van de bovenvermelde normen vastgesteld op:
stapelgroenten: 250.000 kg. rapen
100.000 " uien
150.000 " wortelen;
vatgroenten: 200 vaten snijboonen
200 " spercieboonen
200 " andijvie
500 " zuurkool.
Ten aanzien van de vatgroenten zij nog vermeld, dat de taxatie, van hetgeen bij de winkeliers in voorraad was, geschiedde op grond van de omzetcijfers der grossiers van vatgroenten, als wel op de hoeveelheden zout, welke door winkeliers – die zelf inzoutten – waren afgenomen, waaromtrent ons de noodige gegevens konden worden verstrekt. Het resultaat van die taxatie was, dat de hoeveelheid te blokkeeren vatgroenten zeer laag kon worden gehouden.
Gedurende de bewaarperiode werden successievelijk al naar behoefte hoeveelheden groenten voor verkoop op de Centrale Markt aan den kleinhandel vrijgegeven.
Aan het einde der opslagperiode (15 Februari 1941) waren nog geblokkeerd:
stapelgroenten:
80.000 kg. koolrapen
40.000 " wortelen
80.000 " uien.
vatgroenten:
900 vaten
welke hoeveelheden dus automatisch op laatstgenoemden datum vrijkwamen.
De toen vrijgekomen voorraden zijn door de grossiers in den loop van Februari in den handel gebracht voor zoover de stapelgroenten betreft. De vatgroenten werden over een langere periode geliquideerd. De tekst beschrijft een economische reguleringsmaatregel van een gemeentelijk bestuur (vermoedelijk een grote stad zoals Amsterdam of Rotterdam). Om de voedselvoorziening te garanderen en prijsopdrijving te voorkomen, nam de gemeente de regie over de voorraden van grossiers.
Kernpunten uit de tekst:
* Prijsbeheersing: De gemeente bepaalt de verkoopprijzen.
* Risicovergoeding: Grossiers worden gecompenseerd voor opslagkosten en risico, mits zij de producten vakkundig behandelen.
* Logistiek: Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'stapelgroenten' (houdbare verse groenten zoals rapen en uien) en 'vatgroenten' (geconserveerd in zout of zuur).
* Controle: De overheid gebruikte creatieve methoden voor taxatie, zoals het controleren van de inkoop van zout door winkeliers die zelf groenten inmaakten. Het document moet geplaatst worden in de context van de distributiestamkaart en de beginfase van de schaarste-economie tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In februari 1941 was het systeem van distributie en rantsoenering al in volle gang. De overheid probeerde door middel van 'blokkering' van voorraden te voorkomen dat essentiële levensmiddelen direct werden uitgeput of op de zwarte markt belandden. De genoemde "Centrale Markt" was het knooppunt waar de groothandel de detailhandel bevoorraadde onder streng toezicht van de bezettingsautoriteiten en lokale besturen. De datum, 15 februari 1941, markeert het einde van de wintervoorraad-periode voor dat seizoen.