Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 299
Dossier 22
Jaar 1941
Stadsarchief

Verslag van een bespreking (notulen).

4 september 1941.

Origineel

Verslag van een bespreking (notulen). 4 september 1941. B e s p r e k i n g op Donderdag 4 September 1941 te 2½ uur n.m. van den Directeur van het Marktwezen, den heer C.F. Sixma, den waarnemend Secretaris, den heer H.A. van Duinhoven, de vertegenwoordigers van de grossiersorganisatie "Onderling Belang", de heeren Dijkstra, Boon, Draaisma en Van der Glas en de vertegenwoordigers van de Tuindersorganisatie, de heeren Dinkgreve en Holla.

Onderwerp: winterbevoorrading.

De Directeur deelt mede, dat het, gelet op de maatregelen, die den afgeloopen winter ten aanzien van den opslag van groente zijn genomen, wenschelijk moet worden geacht om voor den aanstaanden winter soortgelijke maatregelen in overweging te nemen en wellicht is het zelfs gewenscht om ten deze nog verder te gaan, dan in den afgeloopen winter. Spreker schetst den gang van zaken inzake den opslag van den afgeloopen winter. De getroffen regeling heeft te Amsterdam zeer goed gewerkt, zulks in tegenstelling met de maatregelen, die in andere gemeente, zijn genomen. Spreker schetst eveneens de moeilijkheden ten aanzien van het artikel kool in den afgeloopen winter, welk artikel ten slotte in Amsterdam niet is opgeslagen. De aanvoer van kool naar de Centrale Markt in Amsterdam ondervond aanvankelijk zeer veel belemmeringen, doch door het ingrijpen van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale – zulks na herhaald aandringen van den Dienst van het Marktwezen – kon na Januari jl. een regelmatige aanvoer van kool plaatsvinden. Spreker wijst er echter op, dat het afgeloopen jaar nog geen verplichting bestond om rapen, peen en uien over een veiling aan te voeren, zoodat de grossiers toen in staat waren om deze artikelen op de vrije markt te koopen. Voor wat de export betreft, was de zaak zoo, dat eerst de binnenlandsche markt moest worden voorzien, en hetgeen daarna over bleef werd voor export bestemd. Inmiddels zijn echter maatregelen genomen, dat alle artikelen over de veiling moeten worden aangevoerd; op deze veilingen is een percentage vastgesteld, van de artikelen, welke voor export moeten worden bestemd. Spreker stelt dan ook de vraag of de medewerking van de Regeeringsinstanties in Den Haag moet worden ingeroepen om voor den komenden winter te komen tot een redelijken opslag van winterproducten, die dan een reserve zullen vormen voor een eventueele verkeersstagnatie door vorst.

De tuinders hebben den afgeloopen winter nog flinke partijen aangevoerd. Spreker stelt echter de vraag of het teeltplan thans is gewijzigd, waardoor er mogelijk niet zoo’n groote winteroogst is te verwachten.

De heer Dinkgreve zegt, dat wanneer alles over de veiling moet worden verkocht, er dan natuurlijk een exportpercentage wordt vastgesteld. Er zal derhalve de Regeering de vraag moeten worden gesteld of er voor den aanstaanden winter voor het binnenland gereserveerd kan worden. Een en ander zal met de Duitsche autoriteiten overlegd moeten worden. Het teeltplan van de tuinders is niet gewijzigd. Spreker wil er echter wel op wijzen, dat de nateelt van de tuinders gevaar loopt, indien de regeering de maximumprijzen voor bepaalde artikelen handhaaft op het huidige peil. Het is in dat geval namelijk voor de tuinders niet te doen om te [...] Dit document verslaat een overleg tussen de gemeente Amsterdam (Marktwezen), groothandelaren en tuinders over de voedselvoorziening voor de winter van 1941-1942.

Belangrijke punten in het document:
* Handgeschreven correcties: De naam 'Bood' is verbeterd naar 'Boon'. In de tekst is "na herhaald" toegevoegd voor "aandringen", wat duidt op moeizame bureaucratische processen. Verder is het woord "niet" ingevoegd bij de status van het teeltplan.
* Regulering: Er is sprake van een toenemende centralisatie. Waar het jaar ervoor nog op de "vrije markt" gekocht kon worden, is er nu een veilingplicht voor producten als rapen, peen en uien.
* Export vs. Binnenland: Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen de behoefte om de Amsterdamse bevolking te voeden en de verplichte export (naar Duitsland).
* Prijsbeheersing: De tuinders uiten hun zorgen over de "maximumprijzen". Als deze te laag blijven, wordt het voor hen financieel onmogelijk om de nateelt (de late oogst) te garanderen. Dit verslag is opgesteld in september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" (NGFC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de distributie reguleerde.

In de winter van 1940-1941 was er al sprake van schaarste en distributieproblemen. Amsterdam probeerde als gemeente grip te houden op de eigen voorraden ("winterbevoorrading") om honger en onrust onder de bevolking te voorkomen, zeker in het geval dat transportverbindingen door vorst zouden uitvallen. De tekst reflecteert de bureaucratische realiteit van de bezetting: elke beslissing over binnenlandse consumptie versus export moest worden afgestemd met zowel de landelijke regering (in Den Haag) als de "Duitsche autoriteiten".

Samenvatting

Dit document verslaat een overleg tussen de gemeente Amsterdam (Marktwezen), groothandelaren en tuinders over de voedselvoorziening voor de winter van 1941-1942.

Belangrijke punten in het document:
* Handgeschreven correcties: De naam 'Bood' is verbeterd naar 'Boon'. In de tekst is "na herhaald" toegevoegd voor "aandringen", wat duidt op moeizame bureaucratische processen. Verder is het woord "niet" ingevoegd bij de status van het teeltplan.
* Regulering: Er is sprake van een toenemende centralisatie. Waar het jaar ervoor nog op de "vrije markt" gekocht kon worden, is er nu een veilingplicht voor producten als rapen, peen en uien.
* Export vs. Binnenland: Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen de behoefte om de Amsterdamse bevolking te voeden en de verplichte export (naar Duitsland).
* Prijsbeheersing: De tuinders uiten hun zorgen over de "maximumprijzen". Als deze te laag blijven, wordt het voor hen financieel onmogelijk om de nateelt (de late oogst) te garanderen.

Historische Context

Dit verslag is opgesteld in september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" (NGFC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de distributie reguleerde.

In de winter van 1940-1941 was er al sprake van schaarste en distributieproblemen. Amsterdam probeerde als gemeente grip te houden op de eigen voorraden ("winterbevoorrading") om honger en onrust onder de bevolking te voorkomen, zeker in het geval dat transportverbindingen door vorst zouden uitvallen. De tekst reflecteert de bureaucratische realiteit van de bezetting: elke beslissing over binnenlandse consumptie versus export moest worden afgestemd met zowel de landelijke regering (in Den Haag) als de "Duitsche autoriteiten".

Locaties

Amsterdam (betreft Dienst van het Marktwezen).

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6