Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 298
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt statistisch overzicht met handgeschreven toevoegingen.

September 1941 (gegeven als A'dam 9-'41).

Origineel

Getypt statistisch overzicht met handgeschreven toevoegingen. September 1941 (gegeven als A'dam 9-'41). Overzicht van een aantal te Amsterdam gedurende het 1e half-jaar van 1941 geconsumeerde artikelen, berekend aan de hand van het aantal ingeleverde distributiebonnen.

Artikel (Totaal 1e half-jaar) Berekend gebruik Werkelijk gebruikte hoeveelheid in 6 weken
Brood 31.162.355 kg 6.780.000 kg ¹) 7.191.312 kg
Gebak 1.285.292 " 336.000 " 296.605
Tarwebloem 199.763 " 46.099 } 342.704
Boter 2.130.975 " 491.763
Margarine 966.630 " 960.000 223.068 } 853.641
Vet 601.514 " 138.810
Suiker 5.483.515 " 1.200.000 " 1.265.426
Vleesch 4.791.270 " 1.050.000 " 1.067.216 kg
Eieren 24.026.565 st. 4.800.000 st. 5.544.591 st.
Kaas 2.047.211 kg 480.000 kg 472.433 kg
Peulvruchten 2.167.935 " 800.000 kg 500.292 "
Aardappelen 9.395.425 " 14.000.000. ²) 2.165.867 "
Rijst 1.555.742 " 300.000 kg 359.017 "
Gort 619.525 " 200.000 " 142.966 "
Melk 12.490.450 liter 8.400.000 ³) 2.882.411 liter

¹) Het verschil met het werkelijk verbruik spruit voort uit het niet nauwkeurig in rekening kunnen brengen van de extra rantsoenen.
²) Het verschil is hieruit te verklaren, dat de aardappelen niet het geheele eerste half jaar 1941 in distributie waren.
Het cijfer 14.000.000 kg is aldus berekend, dat aangenomen is een toewijzing van 3 kg per hoofd of 800.000 x 3 x 6 weken of 14.000.000 kg
³) Het verschil is op denzelfde grond te verklaren als in noot 2 voor de aardappelen is aangegeven,
G
3-1 [handgeschreven]

C.S. Stadhuis
A'dam 9-'41.

--- Dit document is een ambtelijke rapportage over de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens het tweede jaar van de Duitse bezetting. Het vergelijkt drie datapunten: de totale geconsumeerde hoeveelheid in de eerste helft van 1941 (waarschijnlijk gebaseerd op de registratie van distributiebonnen), een theoretisch 'berekend gebruik' voor een periode van 6 weken, en de werkelijke consumptie in diezelfde 6 weken.

Opvallend zijn de handgeschreven accolades die tarwebloem met boter en margarine met vet combineren tot totaalaantallen (342.704 en 853.641), wat duidt op een gezamenlijke boekhouding of vervangbaarheid van deze producten in de rantsoenering.

De voetnoten bieden inzicht in de administratieve uitdagingen:
* Noot 1 (Brood): Geeft aan dat 'extra rantsoenen' (bijvoorbeeld voor zware arbeid) de berekeningen bemoeilijkten.
* Noot 2 & 3 (Aardappelen & Melk): Verklaren grote discrepanties doordat deze producten niet de hele periode onder het distributiestelsel vielen. De berekening bij noot 2 gaat uit van een bevolking van 800.000 Amsterdammers die elk 3 kg per week toegewezen kregen. (Hoewel 800.000 x 3 x 6 uitkomt op 14.400.000, wordt in de tekst 14.000.000 aangehouden als afgerond streefgetal).

--- In 1941 was de Duitse bezetting van Nederland ruim een jaar oud. Om de schaarste aan goederen te beheersen, was een strikt distributiesysteem met bonkaarten ingevoerd. Het Stadhuis van Amsterdam (C.S. staat waarschijnlijk voor Centrale Statistiek of een vergelijkbare afdeling) hield deze cijfers nauwgezet bij om de voedselvoorraad te controleren.

De datum van september 1941 plaatst dit document in een periode waarin de tekorten steeds nijpender werden. De overgang van producten van de 'vrije handel' naar het distributiesysteem (zoals bij aardappelen en melk) markeert de toenemende grip van de bezetter en de overheid op het dagelijks leven. De referentie naar 800.000 inwoners geeft een indicatie van de toenmalige populatie van Amsterdam die afhankelijk was van deze toewijzingen. De afwijkingen tussen 'berekend' en 'werkelijk' verbruik illustreren de kloof tussen de papieren werkelijkheid van de bureaucratie en de praktijk van de voedselvoorziening in oorlogstijd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke rapportage over de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens het tweede jaar van de Duitse bezetting. Het vergelijkt drie datapunten: de totale geconsumeerde hoeveelheid in de eerste helft van 1941 (waarschijnlijk gebaseerd op de registratie van distributiebonnen), een theoretisch 'berekend gebruik' voor een periode van 6 weken, en de werkelijke consumptie in diezelfde 6 weken.

Opvallend zijn de handgeschreven accolades die tarwebloem met boter en margarine met vet combineren tot totaalaantallen (342.704 en 853.641), wat duidt op een gezamenlijke boekhouding of vervangbaarheid van deze producten in de rantsoenering.

De voetnoten bieden inzicht in de administratieve uitdagingen:
* Noot 1 (Brood): Geeft aan dat 'extra rantsoenen' (bijvoorbeeld voor zware arbeid) de berekeningen bemoeilijkten.
* Noot 2 & 3 (Aardappelen & Melk): Verklaren grote discrepanties doordat deze producten niet de hele periode onder het distributiestelsel vielen. De berekening bij noot 2 gaat uit van een bevolking van 800.000 Amsterdammers die elk 3 kg per week toegewezen kregen. (Hoewel 800.000 x 3 x 6 uitkomt op 14.400.000, wordt in de tekst 14.000.000 aangehouden als afgerond streefgetal).


Historische Context

In 1941 was de Duitse bezetting van Nederland ruim een jaar oud. Om de schaarste aan goederen te beheersen, was een strikt distributiesysteem met bonkaarten ingevoerd. Het Stadhuis van Amsterdam (C.S. staat waarschijnlijk voor Centrale Statistiek of een vergelijkbare afdeling) hield deze cijfers nauwgezet bij om de voedselvoorraad te controleren.

De datum van september 1941 plaatst dit document in een periode waarin de tekorten steeds nijpender werden. De overgang van producten van de 'vrije handel' naar het distributiesysteem (zoals bij aardappelen en melk) markeert de toenemende grip van de bezetter en de overheid op het dagelijks leven. De referentie naar 800.000 inwoners geeft een indicatie van de toenmalige populatie van Amsterdam die afhankelijk was van deze toewijzingen. De afwijkingen tussen 'berekend' en 'werkelijk' verbruik illustreren de kloof tussen de papieren werkelijkheid van de bureaucratie en de praktijk van de voedselvoorziening in oorlogstijd.

Locaties

Amsterdam (Stadhuis).

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6